Welkom Voorstellen Trainingsschool Dagboek Filmpjes Handicap Boekje PGB-Per Saldo Vriendjes Links Gastenboek

 

Handicap

M'n baasje aan het woord

k ben natuurlijk niet alleen voor de gezelligheid bij mijn baasje komen wonen. Als zij gewoon gezond geweest was, dan hadden wij elkaar waarschijnlijk nooit leren kennen.  Om uit te leggen wat er met haar gezondheid aan de hand is, laat ik mijn baasje hieronder aan het woord.

Gompie

 

 

Het valt niet mee om in enkele woorden mijn handicap en de oorzaak daar van te beschrijven. Toch zal ik een poging doen één en andere duidelijk te maken.

Tijdens mijn laatste zwangerschap, van onze dochter Lobke, werd ik al heel snel geconfronteerd met behoorlijke pijn in m’n liezen, uitstralend naar mijn bovenbenen. Ook rondom m’n schaambot (symfyse) en in m’n onderrug (bij m’n S.I. gewrichten) was het behoorlijk pijnlijk en beurs allemaal.  

Bekkeninstabiliteit

In die tijd was ‘bekkeninstabiliteit’, in tegenstelling tot nu, een zeer onbekende aandoening. Ik vond in die tijd dan ook slechts onbegrip bij de artsen (op mijn huisarts na). Gelukkig werd deze diagnose door een bevriende gespecialiseerde bekkenbodem therapeute gesteld. Zij was dan ook degene die me voor erger heeft kunnen behoeden en heeft begeleid tijdens de steeds pijnlijker en invaliderend wordende zwangerschap. Ze wist mij er van te doordringen dat een  (geplande) keizersnede in mijn persoonlijke situatie de enigste verantwoorde bevalling zou kunnen zijn, hetgeen het uiteindelijk ook geworden is.

Mijn eerste klachten begonnen toen ik ongeveer 3 maanden zwanger was. Helaas lag ik enkele weken later volledig op bed en kon me slechts moeizaam met krukken of in een rolstoel voortbewegen en dan alleen voor korte tijd. Ik heb dan ook het merendeel van de zwangerschap op bed doorgebracht.

 

Bevalling

Gelukkig werd op 10 juli 1995, middels een geplande keizersnede, de moeizame zwangerschap bezegeld met een schat van dochter, die in blakende gezondheid verkeerde. We gingen er vanuit dat ik nu weer snel op zou knappen. De bevriende therapeute had me wel al voorbereid op een periode van minimaal 6 weken bedrust na de periode, waarin wel fysiotherapie werd ingezet om me weer op de been te krijgen.

Helaas liep het allemaal heel anders. Lopen bleek, net als tijdens de zwangerschap, een enorm pijnlijk gebeuren te zijn. Bovendien waggelde ik als Katrien Duck. Ik noemde dat zelf spottend mijn ‘Donald-Duck-loopje’.

Er werd heel wat afgedokterd, zowel in het reguliere als in het alternatieve circuit. Helaas alles zonder resultaat. Alhoewel…., volgens de reguliere artsen zat het probleem “slechts tussen mijn oren, als ik zou willen, zou ik gewoon kunnen lopen”, kreeg ik van verschillende ‘deskundigen’ te horen. Om gék van te worden, als je niks liever wilt dan je ‘gewone leventje’ weer op pakken, lekker te gaan wandelen met je baby en na ál die maanden (bed)rust eindelijk weer eens je gewone leventje op te pakken, terwijl je lijf gewoon weigert te functioneren. Ik had gewoon de pech met bekkeninstabiliteit geconfronteerd te worden, op een moment dat dit nog een zeer onbekend ziektebeeld was.

Ik bleef rolstoelafhankelijk, kon hooguit een enkele stap met mijn krukken vooruit gewaggeld komen. Uiteindelijk kwam ik, wederom dankzij mijn bevriende therapeute, bij een revalidatiearts terecht, die mijn klachten wél serieus nam. Eindelijk erkenning voor mijn pijn en beperkingen. Alleen was dit wél 2 jaar ná mijn bevalling!

 

Boekje

Op dat moment kwamen er zóveel emoties los, dat ik de hele periode voor mezelf getracht heb te ordenen, door het gebeurde in vijf dagen tijd in de computer te zetten. Het was letterlijk een ‘uitkotsen’ van gevoelens en emoties. Later heb ik het uitgeprint en enkele mensen hebben het gelezen. Allen vonden het een compleet boek en adviseerden me dit uit te laten geven. In die tijd kwam ik in contact met een uitgeefster, die uiteindelijk besloot mijn ‘boekje’ uit te geven. Alles is gebleven zoals ik het opgeschreven had, op een enkele noodzakelijke taalkundige wijziging na. Ik heb het boekje de titel: “Twee jaar van m’n leven” gegeven (ISBN 90-801993-7-0). Het is een boekje dat begon bij het begin van mijn zwangerschap en uiteindelijk 2 jaar later, toen er eindelijk medische erkenning voor mijn probleem kwam eindigde. Ik beschrijf er ook duidelijk in hoe ik in het begin mijn handicap ontkende, tot de uiteindelijke acceptatie van mijn situatie.

 

De operatie

In 1998 ben ik naar professor Van Vugt, in het Dijkzigt ziekenhuis in Rotterdam gegaan. Hij had een operatie ontwikkeld, die hij op experimentele basis toepaste bij vrouwen met bekkeninstabiliteit. Over deze operatie is meer te lezen op de site van een bevriende lotgenote.

   

Meer aan de hand

Helaas ben ik niet vooruit gegaan door de operatie. Het doel pijnbestrijding werd niet behaald. Ik had zelfs meer pijn in mijn rug (uitstralend naar mijn rechter been) dan vóór de operatie. Mijn rug groeide inmiddels steeds verder scheef, waardoor zitten niet goed meer mogelijk was.  Na anderhalf jaar thuis op bed te zijn verpleegd, begon ik van lieverlede te accepteren dat ‘gewoon zitten’ in mijn rolstoel niet meer mogelijk zou zijn. Er werd dus een ligrolstoel aangevraagd en gemaakt. Helaas duurde het nog ruim een jaar voor de speciaal aan mijn rug aangepaste rolstoel ook daadwerkelijk klaar was. In de tussentijd heb ik me getracht te redden met een standaard elektrische rolstoel, die in maximale ligstand werd gezet. Met kussens probeerden we het zoveel mogelijk comfortabel en ondersteunend te maken. Het was heerlijk om weer buiten te kunnen komen, ook al was de houding niet optimaal, waardoor ik het slechts beperkte tijd volhield om uit bed te zijn. Maar ik kón in ieder geval weer eens even buiten de muren van ons huis (die inmiddels gevoelsmatig op me afkwamen). Toen mijn ‘eigen’ elektrische ligrolstoel kwam, voelde ik pas, hoé goed zo’n aangepast exemplaar ligt. Er was vooraf een gipsafdruk van m’n rug gemaakt waaruit een aangepaste ‘ligkuip’ gemaakt werd, die waar nodig extra ondersteunde en corrigeerde. In deze stoel hield ik het dan ook bijna de hele dag vol. Héérlijk, dit betekende namelijk ook dat het ziekenhuisbed éindelijk uit onze kamer kon. Het zou eindelijk weer een ‘gewone huiskamer’ worden.

 

Continent stoma

Tijdens m’n zwangerschap raakte ik al de controle over m’n blaas kwijt. Door het verschuiven van de botdelen van m’n bekken, zijn er zenuwen beschadigd geraakt in m’n onderrug, waaronder de zenuwen die zorgen voor het vullinggevoel van de blaas. Een ruim jaar na m’n bevalling kreeg ik een verblijfskatheter. Helaas lekte het vaak langs de katheter, waardoor ik nog niet ‘droog’ was. Ruim anderhalf jaar geleden kreeg ik een zgn. ‘supra-pub katheter’. Deze katheter wordt onder plaatselijke verdoving met lange een holle naald door de buikwand in de blaas geprikt. Bij het terugtrekken van de holle naald, sneed de uroloog per ongeluk de punt van de katheter af, die in de holte van het kleine bekken terecht kwam. Ondanks uitgebreid laproscopisch onderzoek, kon de specialist het ± 4 centimeter lange stukje siliconeslang niet meer terug vinden. De specialist vond het heel vervelend en kwam het gelijk met mij bespreken, toen ik weer bij was. In principe verwachtte hij niet dat het stukje slang problemen zou gaan geven. Samen besloten we er verder niets aan te doen, als daar geen aanleiding voor zou zijn. Het ding zit er nu nog steeds, m´n eigen lichaam heeft het helemaal ingekapseld. Ik waardeerde het heel erg dat de specialist gelijk zo open was over het gebeurde en neem het niets kwalijk; het blijft tenslotte mensenwerk en ik had in het verleden al heel wat minder sympathieke artsen gehad.

Helaas functioneerde de supra-pub katheter niet zoals we gehoopt hadden. Het bleek dat ik een spastische blaas had, die in de loop der tijd ook nog eens verschrompeld was tot het formaat van een walnoot (normaal is dit ter grote van een grapefruit).

Mijn eigen uroloog verwees me naar een collega van hem in het Leijenburg ziekenhuis in Den Haag. Daar kwam ik bij dr. Venema en dr. Kropman. Zij zijn gespecialiseerd in het aanleggen van een zgn. ‘continent stoma’, ook wel 'indiana pouch' genaamd. Een ‘kunstmatige uitgang voor urine’, zónder dat er voortdurend een zakje aan mijn lijf hoefde te hangen. Ik moest dan een aantal malen per dag mezelf catheteriseren via een kanaaltje dat van m'n navel naar m'n blaas liep. In eerste instantie was ik erg blij met deze oplossing. Ik was weer 'droog' en aan de buitenkant was eigenlijk niets te zien van deze nieuwe blaasuitgang.

Helaas had ik niet zo heel lang plezier van de 'indiana pouch'. Na ruim 1 jaar verzakte één van de 'inwendige klepjes', die het continente stoma af moesten sluiten. Dit betekende in de praktijk dat ik telkens urine lekte, uit mijn navel. Een plaats waar geen enkel incontinentiemateriaal  adequaat voor opvang kon zorgen. Dr. Venema besprak met mij de mogelijkheden; het 'repareren van het klepdefect', of het 'continente stoma' vervangen door een 'nat stoma' (ook wel Brickerse Lis genaamd). We bespraken de voors en tegens van beide mogelijkheden. Gezien het feit dat de klep naar alle waarschijnlijkheid defect geraakt was door de achterliggende bindweefselproblematiek, besloten we voor een afdoende ingreep te gaan; Verwijdering van het 'continente stoma' en de aanleg van een 'nat stoma'. Dr. Venema en Dr. Kropman voerden deze ingreep samen uit. De één verwijderde de Indiana Pouch en het woekerende lidtekenweefsel dat inmiddels in m´n buik ontstaan was. De ander hield zich bezig met het vrij prepareren van het stukje darm waarmee het nieuwe urinestoma mee gevormd zou worden.

Ook deze keer wilde de wond maar niet genezen. Uiteindelijk duurde het ruim anderhalf jaar, voordat de huid weer helemaal gesloten was. Gelukkig hield de huid waar het stoma in vastgehecht zat, zich goed. De stomaverpleegkundige had dan ook extra aandacht besteed aan het juiste stoma materiaal. Immers, vanaf de aanleg van het 'natte stoma', moest er áltijd een plak rondom het stoma geplakt zitten, met een zakje er aan. In dit zakje, dat op mijn linkeronderbuik zit, werd de urine voortaan opgevangen. Dit was in het begin best wel wennen, maar verder merk ik haast niet meer dat het zakje er zit. Voor m´n man was het in het begin wel vreemd en eng, inmiddels is ook hij er helemaal aan gewend.

Wel kreeg ik, ruim een jaar later, fikse abcessen in mijn onderbuik. De inwendige hechtnietjes, die ooit gebruikt waren voor het 'continente stoma', begonnen te 'dwalen' door mijn buik. Eerst waren het alleen relatief oppervlakkige abcessen, rond mijn navelgebied. Later zaten de abcessen steeds dieper in m'n buik. Hiervoor heb ik de nodigen ziekenhuisopnames achter de rug, waarin ik diverse malen geopereerd werd. Gelukkig is het nu rustig in m'n buik en functioneert het stoma prima.

Zelf ben ik een tijdje voorzitster geweest van de Stichting Bekkenbodem Patiënten, de SBP. Deze stichting wil ik lotgenoten met incontinentieproblemen graag aanbevelen!

 

Vroeger

Als kind al waren er de nodige problemen, waarbij toen geen verband in werd gezien, maar nu terugkijkend toch van belang lijken. Ik heb veel botbreuken gehad, infecties die slecht wilden genezen en rugklachten, waarvoor ik langdurig fysiotherapie kreeg. Toen al vertelde men mij dat ik zeer overbeweeglijke gewrichten had; overstrekte knieën, een zeer flexibele rug, etc. Tijdens m’n pubertijd groeiden er dusdanige knobbels aan de zijkanten naast m’n grote teen, dat slechts hele brede schenen kon dragen. Deze knobbels zijn rond m’n 15e operatief verwijderd (zogenaamde Hallux Vagus) en de grote teen van beide voeten werden recht gezet. Ik heb talloze malen m’n enkelbanden verstuikt, verrekt en gescheurd. Ook scheurde ik de kruisbanden en meniscus van m’n rechter knie, tijdens het sporten. Al deze zaken lijken nu volgens de artsen toch in verband te staan met de problemen die er nu zijn. Er is in ieder geval sprake van hypermobiliteit van m´n gewrichten en gewrichtsbanden.

 

Situatie op dit moment

Als ik aan het eind van het jaar de balans opmaak, moet ik telkens weer tot de conclusie komen dat ik achteruit gegaan ben ten opzichte van het jaar daarvoor. Toch proberen we daar niet te veel bij stil te staan. We proberen zo normaal mogelijk te leven.

Momenteel verblijf ik overdag altijd in mijn ligrolstoel. Ik ben weer sociaal en maatschappelijk actief en kom nu ook weer iedere dag buiten, in ieder geval om Gompie uit te laten. In de weekenden tilt Bert mij soms met de mobiele tillift uit de stoel en helpt me op de ligstoel van onze bank. Gompie kruipt dan gezellig naast mij op de bank, heerlijk!

’s Nachts slaap ik gelukkig boven op onze slaapkamer. Daar heb ik een speciale ligorthese-matras op mijn hoog-laagbed, waarin ik in dezelfde houding lig als in mijn ligrolstoel. Eigenlijk lig ik dus altijd in dezelfde houding, met dezelfde ondersteuning. Bert heeft een verhoogd bed, waardoor we zoveel mogelijk 'naast elkaar' liggen. Hij heeft een mooie bed-ombouw rondom de beide bedden gemaakt, waardoor het net een ‘gewoon’ tweepersoonsbed lijkt.

De pijn in mijn rug, rondom mijn schaambot en rechterbeen zijn in de loop der tijd alleen maar toegenomen. Hiervoor bezoek ik een anesthesist op de pijnpoli. We doen met name aan symptoombestrijding. Ik gebruik inmiddels behoorlijk wat pijnmedicatie, waaronder Morfine (minimaal 240 mg. per dag in tabletvorm en af en toe, als we bv. een dagje uit gaan of als de pijn echt te overheersend is, injecteer ik mezelf extra Morfine in m'n bovenbeenspier). Maar dank zij deze medicatie ben ik wel in staat om weer behoorlijk te functioneren en te genieten van mijn gezin en het leven. Gelukkig ben ik niet suf van de Morfine, alleen bij het wakker worden heb ik even wat tijd nodig, ´voordat ik geland ben op aarde´, zoals ik dat zelf altijd gekscherend  noem. Dit komt door de combinatie van de Morfine en het medicijn Tryptisol, dat ik voor het slapen gaan slik tegen de zenuwpijn in m'n been. Naast deze sufheid ben ik ook, met name ’s ochtends, erg stijf en zijn m’n vingers vaak gezwollen.

Ik krijg dag en nacht extra zuurstof, om mijn ademhaling wat te ondersteunen. Ook slaap ik 's nachts met een C-pap maskertje op. Dit is een maskertje dat met een slang aan een apparaat vast zit, dat zorgt voor wat overdruk in de luchtwegen. Dit om ademhalingsdepressies (kortdurend stoppen met ademen) te voorkomen. Men noemt dit ook wel 'slaap-apneu'. De redenen van de ademhalingsproblemen zijn: De scheefgroei van m’n rug, waardoor m’n longen zich niet optimaal kunnen ontplooien. Omdat ik altijd in liggende positie verkeer is goed door ademen erg moeilijk. Hierdoor is inmiddels een chronische bronchitis ontstaan. Tot slot heeft de Morfine als bijwerking dat het de ademhaling enigszins dempt, waardoor de slaap-apneu veroorzaakt wordt. Dankzij de C-pap en de extra zuurstof is in ieder geval de vicueuse cirkel van infecties, slecht doorademen, meer slijm in de luchtwegen, infecties, etc.

In mijn rechterbeen krijg ik soms een spasme (met name wanneer hij gestrekt wordt). Dit is vervelend en erg pijnlijk. Mijn rechter voet heeft een dwangstand, gekanteld t.o.v. mijn been en scheef naar de binnenkant. Hierdoor kan ik helaas geen schoenen meer dragen, maar er zijn gelukkig heel veel leuke sokken, waarmee ik dit compenseer.

Bindweefsel en het Ehlers Dahnlos Syndroom

Inmiddels is in ieder geval duidelijk geworden dat het met name op bindweefsel niveau van alles mis gaat. Denk aan de bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap, de slecht genezende wonden en het afstoten van hechtmateriaal. Ik heb echter wel de twijfelachtige mazzel dat mijn klachten inmiddels objectiveerbaar zijn. Diverse artsen hebben aangegeven dat zij denken dat ik het Ehlers Dahnlos Syndroom heb. Dit staat dus nu ook in mijn medische status vermeldt.  Hierdoor wordt ik inmiddels wél serieus genomen en waar mogelijk behandeld, door de medici ( in tegenstelling tot de eerste 2 jaar van mijn handicap, waarover mijn boekje dan ook gaat). Het Ehlers Dahnlos Syndroom is niet te genezen, helaas wel erfelijk. Op dit moment hebben we, in overleg met mijn artsen, bewust nog geen stappen ondernomen richting erfelijkheidsonderzoek. We willen in ieder geval wachten tot onze kinderen op een leeftijd zijn dat ze zelf de keuze kunnen maken of ze dit onderzocht willen hebben of niet. Weten is niet altijd gunstig. Zeker niet, wanneer er geen behandelmogelijkheden zijn. Wanneer je namelijk weet dat je een erfelijke ziekte onder de leden hebt, moet je dit ook vermelden bij bijvoorbeeld het afsluiten van een verzekering, medische keuringen e.d.

 

Posttraumatische dystrofie

  

Dit heeft er met name voor gezorgd dat mijn rechter voet zo vergroeid is. Het verklaart ook de abnormale gevoeligheid voor aanraking, de zgn. aanrakingspijn. Als er bijvoorbeeld een vlieg over m'n been stapt, voelt dat als een olifant op naaldhakken. Ook wind en kou kan ik niet op mijn rechter been verdragen.

Het is mogelijk dat de posttraumatische dystrofie ook in mijn onderrug/bekkengebied zit. Dit zou kunnen verklaren, waarom ik ná de experimentele operatie, waarbij mijn bekken gefixeerd werd, niet meer in staat was/ben om langer dan enkele minuten te zitten. De operatie zelf zou dan de aanleiding, het 'startschot' tot de posttraumatische dystrofie zijn geweest. 

Volgens de laatste inzichten zou posttraumatische dystrofie latent aanwezig moeten zijn in je lichaam, wil je dit ook daadwerkelijk krijgen. Daarom wil dat dus niet zeggen dat ik géén posttraumatische dystrofie gehad zou hebben, als ik niet geopereerd zou zijn. Het zou dan mogelijk wellicht op een ander tijdstip, door een ander 'trauma' (een klein ongevalletje kan hiervoor voldoende zijn) actief geworden zijn. 

Helaas is inmiddels ook mijn linker arm 'aangetast' door de posttraumatische dystrofie. Waarschijnlijk is de aanzet hiertoe het moeizame prikken en verkeerd (subcutaan) lopen van een infuus in deze arm geweest. Om vergroeiing tegen te gaan en de pijn binnen de perken te houden, heb ik nu een zogenaamde 'rustspalk' om mijn linker hand en onderarm. Met name het functieverlies in mijn arm vind ik momenteel nog erg moeilijk. Dit heeft weer zoveel nieuwe beperkingen opgeleverd. Maar...., ik weet inmiddels dat ik ook deze beperkingen met de tijd weer zal overwinnen.

 

Colostoma

Omdat ik alleen thuis naar toilet kan voor de grote boodschap en zelfs daar meestal veel te laat was, droeg ik de laatste jaren geen normaal ondergoed meer, maar megapampers. Eigenlijk baalde ik daar behoorlijk van, immers de urine incontinentie was voorbij nadat ik het urinestoma (zgn. Brickerse Lis) gekregen had. Het was dus alleen voor de grote boodschap. Als ik thuis was en ook maar de minste aandrang voelde, ging ik richting toilet. Dat klinkt overigens eenvoudiger dan het is. Omdat ik alleen op de toilet op onze bovenverdieping terecht kan (beneden is de toilet veel te krap), moesten dan de kussens onder mijn benen vandaan gehaald worden, dan met de plateaulift naar de 1e verdieping. Boven aangekomen, mijn rolstoel onder de plafondlift parkeren, met de plafondlift via onze badkamer naar onze slaapkamer, op bed, waar we mijn broek konden laten zakken en de 'Pamper' afdoen, terug in de plafondlift naar de badkamer, op toilet zitten (gesteund door de tillift). Dan weer met de plafondlift terug naar de slaapkamer, naar bed, 'Pamper' en broek weer aandoen, met plafondlift terug naar de rolstoel, met de rolstoel terug op de plateaulift terug naar beneden en tot slot de kussens weer onder mijn benen. Kortom dan was ik vaak zo'n 3 kwartier verder en had wel een uur nodig om weer een beetje bij te komen van de pijn en inspanning. En dan moet ik er ook nog bij vertellen dat het regelmatig al te laat was tegen de tijd dat ik boven was. Dan moest ik dus helemaal verschoond worden. 

Altijd bang dat ik onderweg ineens zou 'moeten'... Om het risico hierop zo klein mogelijk te houden, ging ik wanneer ik echt weg moest en niet even terug naar huis kon voor een eventuele verschoning, rommelen met mijn laxeermiddelen. Deze laxeermiddelen waren voor mij absoluut noodzakelijk waren vanwege het hoge Morfinegebruik, waar darmen 'lui' van worden. Door het 'gerommel', raakte ik echter toch regelmatig verstopt, met alle ellende van dien.  Buiten dit probleem om, was ik ook altijd bang dat mensen mij zouden ruiken. En ook de afhankelijkheid van derden voor de toiletgang, was ik echt helemaal beu. Voor mij redenen genoeg om tot het rigoureuze besluit te komen mijn artsen om een darmstoma te vragen. In eerste instantie besprak ik dit met mijn uroloog, die dit helemaal begreep. Daar was ik erg blij om. Hij bracht mij in contact met een hele fijne chirurg; Dr. Boutkam uit het Hagaziekenhuis in Den Haag. Eind januari 2008 kwam ik voor het eerst bij Dr. Boutkam. Hij reageerde heel doortastend. Er werd een buikoverzicht scan gepland en 6 weken later, vlak voor de pasen, kreeg ik mijn Colostoma (dikke darmstoma). Het werd een eindstandig stoma met een losse slijmfistel. Het stoma zit net voorbij de overgang van dunne naar dikke darm. Voordeel daarvan is dat de ontlasting niet zo indikt. Immers het vocht wordt pas in de dikke darm uit de ontlasting gehaald. Dit betekent dus dat ik ook geen laxeermiddelen hoef te gebruiken. Dat was een extra meevallertje. 

Ik en echt zó blij met mijn 'Colootje', zoals ik hem liefkozend noem. Nu hoef ik slechts een of twee maal per dag het zakje op mijn buik te verschonen. Dit kan ik helemaal zelf, gewoon in mijn stoel. Het is echt een klusje van niets. Per keer ben ik echt niet langer bezig dan 5 minuten. Zonder extra pijn of vermoeidheid. Ik heb Dr. Boutkam dan ook heel erg bedankt voor deze ingreep. Hij heeft hiermee mijn leven zóveel prettiger en ontspannender gemaakt. Dit was voor mij een laatste 'medische wens', die waargemaakt is.

 

Gestopt met 'medisch shoppen'

En hierna besloot ik te stoppen met dokteren. In mijn situatie zou ik wel doorlopend in ziekenhuizen kunnen verblijven, van de ene arts naar de andere gaan. Ik heb er echter, samen met m´n partner, heel bewust voor gekozen dit niet te doen. Bij elke behandeling of artsenbezoek vraag ik mezelf eerst  af, desnoods in overleg met mijn huisarts, met wie ik een hele goede band heb, wat de voordelen zijn en of die wel opwegen tegen de nadelen. Ik kom wel standaard 1 maal per jaar bij de longarts, vanwege de zuurstof. De uroloog bezoek ik alleen als daar rede toe is en hetzelfde geldt voor de maag-lever-darm arts, de chirurg en de pijnpoli. Ook de revalidatiearts consulteer ik alleen als daar een directe aanleiding toe is, voornamelijk als er aanpassingen bij moeten komen. Dan is hij mij daarin tot steun. Ik krijg nog wel 1 maal per week fysiotherapie, om de doorbloeding van mijn rugspieren te blijven stimuleren en wat los te maken.

Ook heb ik een streep getrokken onder allerlei 'wonderdokters' en wonderbaarlijke therapieën. Ik ben daar echt helemaal klaar mee. Ik weet wel dat men vaak zegt: 'Baat het niet dan schaadt het niet', maar dat is niet waar. Telkens als ik een poging tot verbetering in de situatie onderneem, hoop ik toch op resultaat, anders hoef ik het tenslotte niet te doen. Telkens wordt ik dan wéér teleur gesteld, hetgeen een behoorlijke domper betekent en mijn positieve instelling ondermijnt. En die positieve instelling is nou juist mijn kracht, het enige dat tot op heden op en top gezond gebleven is..... en dat wil ik graag zo houden!

Somber verhaal?

Ik kan me voorstellen dat het hele bovenstaande relaas als een somber verhaal op U als lezer over komt. Toch is mijn leven in geen geval somber! Ik ben getrouwd met een lieve, fijne partner, drie schatten van kinderen. Met elkaar vormen we een hecht gezin. In mijn hoofd huist gewoon nog steeds een jonge meid. Ik probeer dan ook zoveel mogelijk uit het leven te halen. Mijn levensmotto is dan ook: “Geluk zit in jezelf, wie het kleine niet ziet, zal het grote geluk nooit vinden”. Geluk hangt niet af van een al dan niet gezond lichaam. Samen met mijn gezin, de mensen om me heen en mijn hulphond Gompie, haal ik alles uit het leven en geniet ik volop. Ondanks dat mijn lijf niet zo functioneert als ik zou wensen, kan ik oprecht zeggen;

Ik ben een gelukkig mens

 

                                  

 

 

  Free counter and web stats
  Free counter and web stats