|
|

Hallo
lief vrouwtje,
Een
paar dagen nadat we Lobke´s 10 verjaardag gevierd hadden, begonnen ze
hier met de voorbereidingen voor onze vakantie. Bert haalde het karretje
met ons stoffen huis op, er werden allemaal spullen ingepakt. Een paar
dagen later vertrok Bert ´s ochtends in alle vroegte met Sjoerd naar
Friesland. Ik vroeg me
al af waarom Jelle niet mee ging met Bert. Ik zou namelijk een paar uur
later, samen met Lobke en m´n baasje per taxi achter hen aan reizen. Ik
wist zéker dat er wel spullen en kleren voor Jelle ingepakt waren.
Bovendien hoorde hij toch zeker óók bij ons tijdens de vakantie! Maar…,
ik beloof, lief vrouwtje…., hier kom ik later nog even op terug…
Maar
goed…, wij reisden dus met de taxi, zodat er meer plaats in de bus
overbleef voor bagage. Immers, zo hoefde de grote rolstoel van m´n
baasje niet in onze bus mee. Ook op het bankje waar Lobke normaal zit,
werden nu vouwkratten met spullen neergezet. Op deze manier hoefde Bert
maar één keer te rijden. Voorgaande jaren ging Bert samen met de jongens
altijd een dag eerder naar de camping om ons stoffen huis al vast uit te
pakken en op te zetten en de spullen uit te ruimen. Dan kwam hij ´s
avonds vermoeid weer thuis om de volgende dag wéér die hele reis te
moeten maken. Het is tenslotte ruim anderhalf uur auto rijden. Dit was
het eerste jaar dat we het op deze manier probeerden en dat beviel heel
goed. Nu hoefde Bert dus niet meer terug naar huis, maar was de vakantie
gelijk begonnen. En doordat wij wat later vertrokken waren dan Bert en
de jongens, stond ons stoffen huis er al toen ik samen met Lobke en m´n
baasje op ´De Wigwam´aankwamen.
De
taxirit was voor ons overigens alles behalve comfortabel. Jeetje, wat
een rit zeg! Het begon al in Papendrecht; daar vroeg m´n baasje of de
chauffeur de gordel nog even los wilde doen, die zat namelijk niet goed,
waardoor m´n baasje haar arm niet op haar rolstoel kon laten steunen.
“We stoppen toch halverwege, zodat we even wat kunnen rekken en
strekken, dan doe ik dat wel gelijk”, zei hij. Even dacht m’n baasje dat
ze het niet helemaal goed begrepen had….., zei hij nou halverwége….? Dat
zou betekenen dat m´n baasje dus een ruim uur zo oncomfortabel zou
moeten blijven zitten! Dus legde ze nogmaals uit waarom de gordel anders
moest. Blijkbaar begreep die chauffeur het niet helemaal, want hij
herhaalde nogmaals dat dat halverwege wel zou komen. M´n baasje ging er
niet verder over in discussie, vroeg het ook niet meer, maar stelde
gewoon dat er niet gereden kon worden voordat de gordel goed omgedaan
zou zijn. Met tegenzin stond de chauffeur op om de gordel los te maken.
Toen
we eenmaal reden, bleek hij ook een wat vreemde rijstijl te hebben. Ik
schoof werkelijk door de halve bus over de vloer. De man stuurde zó
schichtig en dat ook nog eens met een fors tempo! Lobke had
kleurpotloodjes bij zich, om net als dat ze dat in onze eigen bus doet,
te gaan zitten tekenen en kleuren. Maar ze was er al snel achter dat ze
deze spulletjes net zo goed op kon bergen, want dat was geen doen. Het
werd één grote kras-en-strepen-troep. Lobke hield zichzelf goed vast aan
de leuning die voor haar stond. Op een gegeven moment, toen we weer eens
een heftige bocht door gingen, riep Lobke ineens; “Whôw…., het lijkt wel
een áchtbaan!” Daar moest m’n baasje eigenlijk wel om lachen. Ik kon er
niet echt om lachen, ik had namelijk geen leuning om mezelf aan vast te
houden. M’n baasje lachte dan wel om wat Lobke zei, maar echt blij was
ze niet met de man zijn rijstijl. Ze schudde met haar stoel alle kanten
op, hetgeen niet echt prettig voor haar was. En nou had ze vóóraf al aan
de man gevraagd of hij voorzichtig wilde rijden, omdat autorijden best
pijnlijk is. Hij beloofde er rekening mee te houden. Als dit bij hem
voorzíchtig rijden was, dan wilden wij niet wéten hoe het zou zijn als
hij normaal zou rijden!
Het
viel m’n baasje op een gegeven moment op dat de chauffeur telkens met de
handrem remde. Toen ze informeerde waar dit goed voor was, antwoordde de
man: “Dat doe ik voor U, zodat u wat minder last heeft van het remmen,
dat gaat wat geleidelijker”. Tja…., klinkt mooi…., maar m’n baasje
geloofde er níks van. “Kan het zijn dat de rem gewoon kapot is?”
informeerde zij. “Ja…, dat ook”, was het antwoord. Hándig, om een bus
met gebreken op zo’n lange reis te sturen. Volgens de chauffeur was het
dat inderdaad, omdat je op zo’n lange reis lange einden over de grote
weg rijdt en dus weinig hoeft te remmen. Tja…., da’s ook een logica….,
maar echt veilig voelden wij ons er niet bij…..
Overigens had m’n baasje het toch goed gehoord dat de chauffeur van plan
was om halverwege de reis te stoppen om ‘te rekken en strekken’, zoals
hij dat zelf noemde. Hij parkeerde bij een benzinestation en stapte uit.
Naast de bus ging hij inderdaad wat gymnastische oefeningen staan doen.
Dit werkte behoorlijk op de lachspieren van Lobke en m’n baasje. En
geloof me, lief vrouwtje, als ik ook lachspieren gehad had, zou ik
absoluut meegelachen hebben. Na een paar minuten oefenen en
‘lopen’-op-de-plaats’, stapte hij weer in en vervolgden we onze
‘wildemansrit’.
Na nog
een heftige anderhalf uur, zag m’n baasje eindelijk de schoorsteen van
de grasdrogerij, die vlak bij de camping staat. Enkele minuten later
draaide de bus de camping op. Het is daar altijd het gevoel van ´thuis
komen´. Iedereen is hartelijk, de tweebeners zijn altijd weer blij om
elkaar te zien. En ik vind het ook geweldig om daar te zijn. Zoals je
weet hebben we daar een geweldig grote voortuin, waar m’n baasje
regelmatig met mij met het balletje speelt.
De
chauffeur mocht tot voor ons stoffen huis rijden. Met een brede bocht
stuurde hij dwars door onze voortuin, om door een ruk aan de handrem te
geven, vlak voor ons stoffen huis tot stilstand te komen. Bert kwam
gelijk naar buiten en bood de chauffeur koffie aan. Hier bedankte hij
voor. Hij deed nog een paar gymnastiek oefeningen, waarna hij weer
vertrok. Einde van deze ‘dodemansrit’, begin van onze vakantie.
De
eerste week hadden we onze hele voortuin voor onszelf. Dat beviel mij
wel, ik wandelde op mijn gemak het halve grasveld over, zonder dat m’n
baasje me terug riep. Ook ging ik heerlijk uitgebreid liggen waar ik
wilde. Ik hield alles wel goed in de gaten. Als er tweebeners langs onze
voortuin liepen, vond ik dat best, maar als ze op het gras van onze
voortuin stapten, ging ik gelijk even polshoogte nemen. Meestal hield ik
het bij een vriendelijk kwispelstaartend snuffelen, maar telkens als
Jan, de kampbeheerder, in onze voortuin stapte, begon ik flink te
blaffen. Niet dat ik hem iets wilde doen of zo hoor…. Jan vind het
altijd leuk om honden een beetje te plagen. Dat deed hij volgens m’n
baasje ook bij de hond die zij vroeger had. Tja….. en zoals een bekend
tweebeners-spreekwoord zegt: ‘Wie de bal kaatst, kan de bal verwachten’,
of anders gezegd: wie loopt te plagen, kan een blaf verwachten. Maar
uiteindelijk kunnen Jan en ik het prima met elkaar vinden hoor. Het
bleef dan ook bij een waarschuwing van m’n baasje aan mijn adres,
telkens als ik blafte. Verder was ik er zo vrij als een vogeltje, kon de
hele dag doen wat ik wilde.
Net
als voorgaande jaren was het mijn lust en mijn leven om in de bossen te
lopen struinen met grote takken en halve boomstammen. In het begin mocht
ik er af en toe nog wel eens één mee naar ons stoffen huis nemen, maar
omdat ik er volgens Bert en m´n baasje een troep van maak, moest ik ze
al snel bij de poort van de camping achter laten. Ik begrijp dat niet
hoor…., het is toch gewoon natuurlijk materiaal…., een beetje schors….,
wat is daar nou mis mee? Volgens m’n baasje zouden de tweebeners dat in
hun voeten kunnen trappen. Nou…., ik heb het even geprobeerd, ben
uitgebreid door die stukjes schors gaan lopen…, maar daar heb je
helemaal geen last van. Maar goed, ik had het er maar mee te doen.
Doordat ik iedere uitlaatronde weer een nieuwe stok of stronk mee
bracht, lag er aan het eind van de vakantie een aardig stapeltje hout
aan de kant. “Mooi brandhout voor Jan en Nienke, voor de winter”.
Zoals
beloofd, zou ik nog even terug komen op de heenreis naar de
camping en waarom Jelle toen niet met ons meereisde; Tot mijn stomme
verbazing zag ik dat Bert en m’n baasje al in de 1e week op
de camping spullen begonnen in te pakken. Het stoffen huis lieten ze
staan. Normaal gesproken pakken ze dat ook altijd in, dat ruimen ze aan
het eind van de vakantie altijd op. Maar eerlijk gezegd kon ik me
helemaal niet vóórstellen dat de vakantie er nú al op zat! We waren hier
nog maar nét! En zoals ik al eerder vertelde, was Jelle hier helemaal
nog niet eens geweest. Ik begreep er hélemaal niets van. En ze pakten
niet alleen spullen voor zichzelf in…., ook mijn bench, m’n water- en
m’n etensbak werden
in de bus gezet.
Ze
namen overigens niet alle spullen mee, er bleven gewoon een hoop kleren,
handdoeken en boodschappen achter in ons stoffen huis. Halverwege de dag
vertrokken we. We gingen echter niet naar huis, we stopten voor een
groot gebouw met veel ramen. Dat bleek een hotel te zijn, ‘Preston
Palace’ genaamd. Bert parkeerde de bus, waarna we met z’n vijven dat
hotel binnen gingen. Jelle was nog steeds niet bij ons. Tot mijn stomme
verbazing waren daarbinnen wél opa en oma, de ouders
van
m’n baasje. Dat was óók toevallig!
Zij
leken echter helemáál niet verbaasd, net zomin als Bert en m’n baasje.
Het leek wel alsof ze elkaar daar verwacht hadden. Niet veel later
kwamen ook m’n baasjes broer en schoonzus (Remco en Debby) het hotel
binnen stappen. En wie hadden zij bij zich….? Jélle! Met een goed
gevulde weekendtas. Nou was ik het spoor helemaal bijster….! Het hele
gezelschap ging naar ‘de koffiecorner’, waar ze uitgebreid wat gingen
zitten drinken, met een groot stuk gebak erbij. Gelukkig was m’n baasje
mijn koffiebrokjes niet vergeten. Er werd ook een bakje met water voor
mij geregeld. Ik besloot het allemaal maar rustig af te wachten. Ik zou
het wel horen, wat de bedoeling hier allemaal van was.
Op een
gegeven moment kreeg ik door dat we hier niet waren voor dé vakantie, al
was het voor de tweebeners natuurlijk ook wel een soort vakantie. We
bleken hier te zijn op uitnodiging van opa en oma, nog vanwege hun
40-jarige bruiloft. Jelle was de eerste week op de woongroep gebleven,
zodat Bert en m’n baasje op hun gemak de boel al vast een beetje aan
kant konden maken in ons stoffen huis. Remco en Debby kwamen van thuis
en waren eerst langs de woning van Jelle gereden om hem op te halen. Dat
hadden ze vooraf allemaal al met elkaar afgesproken.
Helaas kwam ik er al snel achter dat dit toch bij lange na niet zo leuk
was, dan vakantie vieren in ons stoffen huis…, tenminste….., voor míj
dan. De tweebeners hadden het er prima naar hun zin, begreep ik. Ze
konden overal eten en drinken wat ze wilden, dat zat allemaal bij de
prijs in. Nou…. En éten…., dát deden ze! Dat ging echt de héle dag door!
Bórden vol lekkers zag ik aan mijn neus voorbij gaan. Soms kregen ze hun
borden niet eens leeg! En als je nou denkt dat ze míj dan wat
toeschoven, lief vrouwtje…, hélemaal niks! Gelukkig lieten Jelle, Sjoerd
en Lobke regelmatig iets vallen, dus probeerde ik zo dicht mogelijk bij
hen in de buurt onder tafel te gaan liggen. Volgens mij doén zij het er
stiekem om hoor! Lief van hen hé!
’s
Avonds waren er optredens en gingen de tweebeners naar de bioscoop. Daar
mocht ik wel mee naar toe. Maar er bleek ook een prachtig zwembad te
zijn, waar ze met z’n allen regelmatig naar toe gingen…. en dáár mocht
ik natuurlijk weer niet mee naar toe. Dan moest ik op de hotelkamer
blijven, in m’n bench. Ik kreeg wel een paar keer een appeltje van m’n
baasje, als ze me in de bench achter liet. Ook had ze een extra grote
knauwstaaf voor me gekocht en lieten ze de televisie aan staan, zodat ik
mezelf niet hoefde te vergeven. Die appel en die knauwstaaf waren wel
oké, maar wat die televisie betreft…., bijna doorlopend
‘Tell-Sell’… “Koop nu de Bilostabiel en dan krijgt u er een prachtige
ketting bij. Helpt tegen álle kwalen. Hoor maar eens naar het verhaal
van deze mevrouw…, “blá-di-blá-die-blá…..” Als er nou een film van
Lassie, of het zwerfhondje Boomer zou zijn….., maar dít…..! Ach…., ik
vond het wel fijn voor de tweebeners dat ze het zo leuk hadden met
elkaar, maar ik was eerlijk gezegd had ík het bij ons stoffen huis toch
een stuk leuker. En dat was nu al weer afgelopen.
Na 3
dagen en 2 nachten nam iedereen weer afscheid van elkaar. We gingen
allemaal weer naar huis. Alhoewel…., allemaal….. Tot mijn grote
blijdschap bleken wij niet naar Papendrecht, maar naar Oudemirdum te
gaan! Terug naar ons stoffen huis!!! Oohh, als ik dát geweten had…., dan
had ik niet zo enorm liggen balen in m’n bench. Dan had ik gewoon lekker
al vast weer over de voortzetting van de vakantie kunnen dagdromen, in
plaats van te gaan liggen balen over het feit dat het er voor dit jaar
al weer op zat. Na een uurtje auto rijden kwamen we weer terug bij ons
stoffen huis. Jippie!!! De vakantie kon weer voortgezet worden!!!
Na
deze korte onderbreking van onze vakantie op de camping ben ik nog maar
een enkele keer door m’n baasje uitgelaten. Bijna de hele rest van de
vakantie liet Bert mij uit. Niet omdat m’n baasje er geen zin meer in
had, maar er was iets vervelends gebeurd. Ik ben me werkelijk rot
geschrokken. M’n baasje en ik gingen samen naar het bos, over het smalle
fietspad naast de camping. Dat is geasfalteerd, maar door de boomwortels
behoorlijk gehavend. Ik loop altijd los en mag daar lekker m’n gang
gaan. Soms loop ik wat vooruit, tussen de struiken en bomen, dan weer
wat achter m’n baasje, omdat ik een interessant luchtje sta te
besnuffelen. Zo was ik ook deze keer weer een stukje vooruit. Ik hoor
dan het monotone geluid van de motor van m’n baasjes rolstoel achter mij
snorren. Maar ineens stopte het, ik hoorde niks meer.
Nou
gebeurt dat wel vaker, dan komt m’n baasje iemand tegen. En zoals ik
graag luchtjes mag opsnuffelen, zo maakt zij graag kletspraatjes met
mensen. Dus keek ik achterom om. Tot mijn stomme verbazing….., zag ik
helemaal niets…., geen baasje….. Het fietspad was helemaal léég! Hoe kon
dát nou!?! Ik had even daarvoor de motor van de rolstoel nog gehoord! Zo
snel kon ze nooit omgekeerd en weggereden zijn…. Bovendien weet ik zeker
dat ze me dan wel even geroepen had. Ze zou me toch zeker niet zomaar
hier achterlaten?!?
Ineens hoorde ik geritsel, vanuit een greppel die parallel aan het
fietspad loopt. Ik liep richting het geluid en ….., zag daar m’n baasje
met rolstoel en al een niveau lager liggen. Was dit nieuw…? Een
spelletje of zo….? Om zichzelf zomaar ineens te verstoppen voor mij? Zou
ze daar een interessant insect, dat ze eens van dichterbij wilde
bekijken, hebben gezien? M’n baasje leek wel blij dat ik haar gevonden
had. “Ohh…, Gomp…, wat nou…?” hoorde ik haar zeggen. Tja…, wat nou? Ik
had inmiddels wel door dat dit geen spelletje was. Maar wat kon ík doen?
Gelukkig zag ik in de verte mensen op de fiets aan komen. Toen ze bijna
bij ons waren, ging ik op het pad staan piepen. De mensen stapten af en
toen ik naar de greppel keek, zagen ze m’n baasje daar liggen. Tussen de
brandnetels in een behoorlijk moeilijke houding. De mensen informeerden
bij m´n baasje hoe ernstig het was. Ze wilden haar proberen eruit te
tillen. Maar de greppel was wel zo’n halve meter diep. Ze vreesde dat
dit niet zomaar ging en wilde liever even wachten totdat Bert er was.
Vlak voordat de mensen bij haar gestopt waren, was het haar namelijk
gelukt om haar mobieltje te pakken te krijgen en naar Bert te bellen.
“Bert, ik lig in een greppel”. Bert hing gelijk op, sprong op de fiets
om m’n baasje te komen redden. Pas toen besefte hij dat hij helemaal
niet wist w’e’er m’n baasje in een greppel lag. Hij keek links en rechts
bij de uitgang van de camping, daar loopt namelijk ook een fietspad mét
een greppel er langs. Toen hij daar niets zag, fietste hij naar het
fietspad dat naast de camping het bos in gaat. Daar zag hij mij staan,
met de groep mensen, die inmiddels aan het overleggen waren hoe ze m´n
baasje uit deze benarde situatie konden bevrijden.
Toen
Bert de situatie zag, schrok hij. “Hier krijgen we je nooit zomaar uit…,
daar moeten we het kraantje van Jan voor hebben”. Bert had al fietsend
tegen Sjoerd geroepen: “Mamma ligt in een greppel!” Sjoerd had gelijk
Jan op de hoogte gesteld. Jan was inmiddels ook gearriveerd. De nuchtere
Fries bekeek de situatie en zei: “Corien, jij geeft gas naar achteren en
wij tillen bij drie”. Bert stond in de greppel en zorgde dat m’n baasje
in de stoel zou blijven zitten, terwijl ze met stoel en al omhoog
geholpen werd. Dat ging eigenlijk best vlot. Opgelucht dat ze weer op 4
wielen stond, bedankte m’n baasje de groep mensen.
Terug
op de camping wilde m’n baasje even in ons stoffen huis. Daar barste ze
in tranen uit. Het was de spanning. Het was ook niet niks wat er gebeurd
was. Ik heb echt een zwak voor haar, als ze huilt. Dan wil ik haar graag
troosten, haar hand likken, of nog liever haar tranen van haar gezicht
likken (alleen wil ze dat laatste liever niet). Ik sprong met m’n
voorpoten tegen de stoel, maar Bert stuurde me daar gelijk van weg. Nou
hoor…., ik bedoelde het goed hoor….. M’n baasje aaide me over m’n hoofd,
ik mocht alleen niet tegen haar opspringen.
Jan
kwam even kijken hoe het er mee ging. “Ik voel me of er een kudde
olifanten over me heen gelopen is, maar voor de rest gaat het wel hoor,
lachte m’n baasje door haar tranen heen. Maar we waren allemaal wel
opgelucht dat het naar omstandigheden zo mee viel. Dat had allemaal een
stuk slechter kunnen aflopen. M’n baasje vertelde hoe het nou eigenlijk
gegaan was. Ze reed op het fietspad, dat net breed genoeg is voor de
rolstoel. Als er een fietser langs moet, stopt m´n baasje meestal om
helemaal aan de kant te gaan staan. Langs het eerste stuk, dat langs de
camping loopt, zit aan de linker kant een greppel van zo´n halve meter
diep. Zoals ik al eerder vertelde, is dat fietspad behoorlijk hobbelig
van de boomwortels die onder het asfalt groeien. Maar daar is m´n baasje
op berekend; dat hobbelt gewoon een beetje extra, meer niet. M´n
baasje rijdt al niet zo hard, vanwege die bobbels in de weg. Dat is ook
haar geluk geweest bij dit ongelukje. Op een gegeven moment voelde ze
namelijk dat de weg onder haar wielen aan de rechter kant wég brokkelde!
De rolstoel balanceerde op het randje, ´zou hij vallen…., of net niet….?
Helaas viel hij inderdaad. Dank zij het feit dat m´n baasje de rolstoel
zo had voelen balanceren, was ze voorbereid op de val en had ze zoveel
mogelijk spieren aangespannen, om de val op te vangen. De stoel was als
het ware gewoon naar rechts omgevallen. En omdat er zo weinig ruimte
was in de greppel, kon m´n baasje niet uit haar stoel vallen. Ze lag
klem in haar stoel, op haar zij. Enkele van de afgebrokkelde stukjes
asfalt lagen op m´n baasjes arm. Wat een verhaal hé!
Al snel merkten we dat het hier op de camping net een klein dorpje is.
Het verhaal van m’n baasjes onfortuinlijke uitstapje deed als een lopend
vuurtje de ronde. De daaropvolgende dagen werd m’n baasje door iedereen
gevraagd hoe het er mee ging. Ze voelde zich behoorlijk beurs en had het
met extra rugpijn en een paar blauwe plekken moeten bekopen. Maar voor
de rest kon m’n baasje er achteraf wel om lachen. Alleen durfde ze niet
meer zo goed alleen met mij naar over dat fietspad naar het bos te gaan.
En aangezien dat de enige weg was die met de rolstoel te bereiden was,
richting het bos, heeft Bert mij de rest van de vakantie bijna iedere
keer
uitgelaten.
Enkele keren ging m´n baasje ook met Bert en mij mee.
Gelukkig voor m´n baasje was er ook genoeg op de camping te bereiken. Zo
werd er op een zonnige middag een indianendag georganiseerd voor de
kinderen. M´n baasje had aan het recreatieteam toegezegd best te willen
helpen als ze dat konden gebruiken. Tenslotte had m´n baasje zelf jaren
geleden hetzelfde werk gedaan. Zo was ze hier ooit terecht gekomen. Toen
kende ze Bert nog niet eens. Ze was toen zelf pas 18 jaar. Ze ´woonde´
toen bij Jan en Nienke in huis. Met veel plezier heeft ze toen 3 weken
het recreatiewerk gedaan. S pelletjes
met de kinderen, activiteiten voor de volwassenen organiseren. Heel veel
van de kennissen van nu hier, kent ze al uit de tijd dat ze dit werk
hier op de Wigwam deed. De kinderen waar zij toen de activiteiten voor
organiseerde, zijn nu volwassen en hebben zelf kinderen. M´n baasje
heeft uit die tijd veel fijne vriendschappen over gehouden. Ze is dan
ook goed bevriend met Jan en Nienke en hun familie.
Goed…,
de indianendag dus….. Natuurlijk moest m´n baasje wel een echte indiaan
worden. Met wat schmink en een papieren tooi werd ze in de kantine
veranderd in een echte squaw. Zolang ze mij maar niet met die schmink
gingen toetakelen! Gelukkig was dat niet de bedoeling. Met veel plezier
assisteerde m´n
baasje bij de
spelletjes.
Ik vond het allemaal best en deed een tukje in het zonnetje. Lobke was
net als alle andere kinderen ook omgetoverd tot indiaantje. Vol overgave
stortte ze zich op de
Een andere activiteit die georganiseerd werd, was zandkastelen bouwen.
Daar had ik nou best wel eens mee willen spelen, een beetje graven in
het zand van de speeltuin….. maar helaas…, daar mocht ik dus weer niet
bij zijn. Ik mocht hooguit even met m´n baasje mee om aan de rand van
het
zand naar de kastelen te kijken. Nah…, dat hoefde van mij niet zo, daar
was ik zo op uitgekeken. De jonge tweebeners hadden duidelijk veel
plezier in het bouwen. Er werden dan ook hele kunstwerken gebouwd en
lekker gekliederd met water en zand.
 Natuurlijk
was er dit jaar ook weer een playback show. Sjoerd en Lobke hadden thuis
al elk iets ingestudeerd en net als vorig jaar wilden ze het niet eerder
aan Bert en m’n baasje laten zien, als op de playback show zelf. Sjoerd
deed `Guus kom naar huus´ van Alexander Curly. Lobke playbackte ´Het
tietenlied´ van ´Kinderen voor Kinderen´. Dit gaf een hoop hilariteit.
Een gewaagd nummer, maar ze deed het toch maar even. Bert was tijdens de
playback show met mij bij de tent gebleven. Tegen de tijd dat Sjoerd en
Lobke aan de beurt waren, belde m´n baasje hem met haar mobieltje,
waarop hij mij aan de riem deed en mee nam naar de kantine. Het was er
heel gezellig, alleen was het geluid voor mijn gevoelige oortjes wel wat
heftig.
Zowel
Sjoerd als Lobke zetten daar een prachtige show neer. M´n baasje genoot
en was ontzettend trots op haar ´sterren´. Jelle voelde er niet veel
voor om zelf mee te doen, maar toen zijn zusje 2e werd, ging
hij helemaal uit zijn dak. Goed hé…., vorig jaar werd ze 1e
en nu 2e!!! Dat nam niet weg dat ook Sjoerd een heerlijke
show neergezet had hoor, net als alle andere kinderen overigens. Dat kon
zelfs ik met mijn hondenogen wel zien.
Naast
de playback show en een themadag, zoals de indianendag, die jaarlijks
terug komen, was er nóg een happening die traditiegetrouw jaarlijks
terug komt. Het staat niet in de officiële programmaboekjes vermeldt,
maar wordt zeker niet overgeslagen. De recreatie assistenten worden op
‘De Wigwam’ vóórdat ze de camping verlaten altijd nog even met kleding
en al ‘gedoopt’ in het badje. Dit was al traditie, ruim voordat m’n
baasje hier recreatieassistente was. Zij is toentertijd ook ‘gedoopt’.
Kwispelstaartend heb ik dit alles gade geslagen. En ik was niet de enige
die er van genoot. Ook de kinderen vonden het prachtig. M’n baasje denkt
op dit soort momenten altijd weer even terug aan haar eigen tijd als
recreatie assistente. Nostalgie hé….
De
eerste anderhalve week hadden we heerlijk weer. De temperatuur was wat
gezakt naar een prettig niweau. Helaas begon het als maar natter weer te
worden. De temperatuur bleef wel aangenaam, maar door de toenemende
buien werd het in het bos steeds viezer. Op een gegeven moment had ik
een mooie modderpas gevonden, waar ik dwars doorheen gerend ben. Dat was
léuk, lief vrouwtje! De spetters vlogen letterlijk om mijn oren! Op de
camping aangekomen wist m’n baasje gelijk een domper op mijn plezier te
zetten. Ze vond dat ik stonk en ik mocht zo de tent niet in van haar.
“Anders komt alles onder de modder en het is allemaal al zo nat”,
mopperde ze. Bert besloot dat ik dan maar even gewassen moest worden.
Néé!!! Daar heb ik zo’n hékel aan!!! Maar er was geen ontkomen aan, de
slang ging erop en ik werd helemaal afgesopt.
Toen
ik weer schoon gespoeld was, wreef m’n baasje me droog met een grote
handdoek. Dat vind ik altijd wel erg lekker. Tijdens de afdroogbeurt
vond m’n baasje tot haar verbazing 2 bolletjes: dat waren volgezogen
teken. Eén op mijn neus en één vlak boven mijn oog. Volgens m’n baasje
hadden die teken er helemaal niet horen te zitten, omdat ik voordat we
naar Friesland vertrokken speciale druppels in m’n nek had gehad tegen
teken. Bert en m’n baasje hebben namelijk ooit met een andere hond een
enorm probleem gehad met teken, toen ze hier op de camping geweest
waren. In de bossen van ‘Het Gaasterland’ zitten gewoon heel veel teken.
Die arme hond zat toen écht hélemaal vol met teken. M’n baasje was toen
begonnen met teken verwijderen. Na zo’n 70(!) teken, gaf ze het op. Die
arme hond was er echt heel erg beroerd van en had zelfs medicijnen nodig
tegen de gevolgen van die enge bloedzuigertjes. Het kostte echt een week
voordat die arme hond weer helemaal opgeknapt te was. Dat wilden Bert en
m’n baasje nooit meer meemaken, dus daarom krijg ik ieder jaar vlak voor
de vakantie die speciale anti-teken-druppels. Uiteindelijk bleken ze
toch wel te werken, want even later waren die teken spontaan van mijn
neus en van mijn ooglid afgevallen. Zo, daar was ik weer mooi van af
gekomen!
Het
weer werd steeds grimmiger, wat de regen betreft. Het viel met bákken
uit den hemel, volgens m’n baasje. Op een gegeven moment liep het water
ook niet meer weg in de grond,
waardoor
er grote plassen op het grasveld ontstonden. Ik vond het heerlijk om
daar doorheen te rennen, maar dat mocht ik niet van Bert en m’n baasje.
Volgens hun hadden ze al genoeg nattigheid. Het werd namelijk steeds
moeilijker om de nattigheid buiten ons stoffen huis te houden. Niet dat
het dak lekte hoor, maar ook bínnen kwam het water van onder de
grondplaten omhoog. Vooral als je er óp stond, spoot er gewoon een
straaltje water van onder die grondplaten uit.
Toen
het een paar uurtjes droog was, besloot Bert het kleine stoffen huisje
van Jelle en Sjoerd al vast af te breken en op te ruimen. Zij sliepen
inmiddels al binnen in de vouwwagen, omdat het erg koud en vochtig was
in hun eigen huisje. Toen Bert het hele huisje weggehaald had, zag hij
hoe het kwam dat zij het zo koud gehad hadden; er lag gewoon een half
meertje onder!
Uiteindelijk besloten Bert en m’n baasje dat het mooi geweest was. Ze
begonnen ’s avonds samen al het nodige in te pakken. De volgende dag
werd met wat hulp van anderen alles in korte tijd ingepakt en waren we
klaar voor vertrek.
Voor
mij had er nog wel een mooi voordeeltje aan al die nattigheid gezeten.
Door al het vocht was de bodem van de papieren zak waarin mijn
brokken zitten, gescheurd. Het duurde gelukkig even voordat iemand
opmerkte dat ik stond te eten. Tja…. en toen was het zo weer afgelopen
met de onverwachtte maaltijd. De brokken lagen inmiddels aardig
verspreid over de natte vloer. Het leek zo hier en daar wel een beetje
op brokkensoep. Die natte brokken konden ze niet zo goed oppakken. Een
gedeelte veegden ze met een stukje karton bij elkaar en schepten het in
de vuilniszak (zónde!!!) en een klein beetje lieten ze liggen om dit
mooie plaatje te kunnen schieten voor in mijn boek. Ik zette er dus even
flink het tempo in om zoveel mogelijk van die slobberbrokken naar binnen
te werken. Stel je voor dat ze zich bedachten en na de foto alsnog het
restant van die kleffe brokjes met datzelfde kartonnetje aan de
vuilnisbak zouden voeren…. Gelukkig mocht ik ze verder allemaal opeten.
Hiermee ben ik eigenlijk ook wel zo’n beetje aan het einde van de
vakantie en tevens het einde van deze 2 maanden gekomen. Dus…..,
Een
dikke knuf van de tweebeners
en een
kiss
van
jouw
eigenste Gompie



|