Welkom Voorstellen Trainingsschool Dagboek Filmpjes Handicap Boekje PGB-Per Saldo Vriendjes Links Gastenboek

 

DagboekJuli-Augustus 2005

Hallo lief vrouwtje,

Een paar dagen nadat we Lobke´s 10 verjaardag gevierd hadden, begonnen ze hier met de voorbereidingen voor onze vakantie. Bert haalde het karretje met ons stoffen huis op, er werden allemaal spullen ingepakt. Een paar dagen later vertrok Bert ´s ochtends in alle vroegte met Sjoerd naar Friesland. Ik vroeg me al af waarom Jelle niet mee ging met Bert. Ik zou namelijk een paar uur later, samen met Lobke en m´n baasje per taxi achter hen aan reizen. Ik wist zéker dat er wel spullen en kleren voor Jelle ingepakt waren. Bovendien hoorde hij toch zeker óók bij ons tijdens de vakantie! Maar…, ik beloof, lief vrouwtje…., hier kom ik later nog even op terug…

Maar goed…, wij reisden dus met de taxi, zodat er meer plaats in de bus overbleef voor bagage. Immers, zo hoefde de grote rolstoel van m´n baasje niet in onze bus mee. Ook op het bankje waar Lobke normaal zit, werden nu vouwkratten met spullen neergezet. Op deze manier hoefde Bert maar één keer te rijden. Voorgaande jaren ging Bert samen met de jongens altijd een dag eerder naar de camping om ons stoffen huis al vast uit te pakken en op te zetten en de spullen uit te ruimen. Dan kwam hij ´s avonds vermoeid weer thuis om de volgende dag wéér die hele reis te moeten maken. Het is tenslotte ruim anderhalf uur auto rijden. Dit was het eerste jaar dat we het op deze manier probeerden en dat beviel heel goed. Nu hoefde Bert dus niet meer terug naar huis, maar was de vakantie gelijk begonnen. En doordat wij wat later vertrokken waren dan Bert en de jongens, stond ons stoffen huis er al toen ik samen met Lobke en m´n baasje op ´De Wigwam´aankwamen.

De taxirit was voor ons overigens alles behalve comfortabel. Jeetje, wat een rit zeg! Het begon al in Papendrecht; daar vroeg m´n baasje of de chauffeur de gordel nog even los wilde doen, die zat namelijk niet goed, waardoor m´n baasje haar arm niet op haar rolstoel kon laten steunen. “We stoppen toch halverwege, zodat we even wat kunnen rekken en strekken, dan doe ik dat wel gelijk”, zei hij. Even dacht m’n baasje dat ze het niet helemaal goed begrepen had….., zei hij nou halverwége….? Dat zou betekenen dat m´n baasje dus een ruim uur zo oncomfortabel zou moeten blijven zitten! Dus legde ze nogmaals uit waarom de gordel anders moest. Blijkbaar begreep die chauffeur het niet helemaal, want hij herhaalde nogmaals dat dat halverwege wel zou komen. M´n baasje ging er niet verder over in discussie, vroeg het ook niet meer, maar stelde gewoon dat er niet gereden kon worden voordat de gordel goed omgedaan zou zijn. Met tegenzin stond de chauffeur op om de gordel los te maken.

Toen we eenmaal reden, bleek hij ook een wat vreemde rijstijl te hebben. Ik schoof werkelijk door de halve bus over de vloer. De man stuurde zó schichtig en dat ook nog eens met een fors tempo! Lobke had kleurpotloodjes bij zich, om net als dat ze dat in onze eigen bus doet, te gaan zitten tekenen en kleuren. Maar ze was er al snel achter dat ze deze spulletjes net zo goed op kon bergen, want dat was geen doen. Het werd één grote kras-en-strepen-troep. Lobke hield zichzelf goed vast aan de leuning die voor haar stond. Op een gegeven moment, toen we weer eens een heftige bocht door gingen, riep Lobke ineens; “Whôw…., het lijkt wel een áchtbaan!” Daar moest m’n baasje eigenlijk wel om lachen. Ik kon er niet echt om lachen, ik had namelijk geen leuning om mezelf aan vast te houden. M’n baasje lachte dan wel om wat Lobke zei, maar echt blij was ze niet met de man zijn rijstijl. Ze schudde met haar stoel alle kanten op, hetgeen niet echt prettig voor haar was. En nou had ze vóóraf al aan de man gevraagd of hij voorzichtig wilde rijden, omdat autorijden best pijnlijk is. Hij beloofde er rekening mee te houden. Als dit bij hem voorzíchtig rijden was, dan wilden wij niet wéten hoe het zou zijn als hij normaal zou rijden!

Het viel m’n baasje op een gegeven moment op dat de chauffeur telkens met de handrem remde. Toen ze informeerde waar dit goed voor was, antwoordde de man: “Dat doe ik voor U, zodat u wat minder last heeft van het remmen, dat gaat wat geleidelijker”. Tja…., klinkt mooi…., maar m’n baasje geloofde er níks van. “Kan het zijn dat de rem gewoon kapot is?” informeerde zij. “Ja…, dat ook”, was het antwoord. Hándig, om een bus met gebreken op zo’n lange reis te sturen. Volgens de chauffeur was het dat inderdaad, omdat je op zo’n lange reis lange einden over de grote weg rijdt en dus weinig hoeft te remmen. Tja…., da’s ook een logica…., maar echt veilig voelden wij ons er niet bij…..

Overigens had m’n baasje het toch goed gehoord dat de chauffeur van plan was om halverwege de reis te stoppen om ‘te rekken en strekken’, zoals hij dat zelf noemde. Hij parkeerde bij een benzinestation en stapte uit. Naast de bus ging hij inderdaad wat gymnastische oefeningen staan doen. Dit werkte behoorlijk op de lachspieren van Lobke en m’n baasje. En geloof me, lief vrouwtje, als ik ook lachspieren gehad had, zou ik absoluut meegelachen hebben. Na een paar minuten oefenen en ‘lopen’-op-de-plaats’, stapte hij weer in en vervolgden we onze ‘wildemansrit’.

Na nog een heftige anderhalf uur, zag m’n baasje eindelijk de schoorsteen van de grasdrogerij, die vlak bij de camping staat. Enkele minuten later draaide de bus de camping op. Het is daar altijd het gevoel van ´thuis komen´. Iedereen is hartelijk, de tweebeners zijn altijd weer blij om elkaar te zien. En ik vind het ook geweldig om daar te zijn. Zoals je weet hebben we daar een geweldig grote voortuin, waar m’n baasje regelmatig met mij met het balletje speelt.

De chauffeur mocht tot voor ons stoffen huis rijden. Met een brede bocht stuurde hij dwars door onze voortuin, om door een ruk aan de handrem te geven, vlak voor ons stoffen huis tot stilstand te komen. Bert kwam gelijk naar buiten en bood de chauffeur koffie aan. Hier bedankte hij voor. Hij deed nog een paar gymnastiek oefeningen, waarna hij weer vertrok. Einde van deze ‘dodemansrit’, begin van onze vakantie.

De eerste week hadden we onze hele voortuin voor onszelf. Dat beviel mij wel, ik wandelde op mijn gemak het halve grasveld over, zonder dat m’n baasje me terug riep. Ook ging ik heerlijk uitgebreid liggen waar ik wilde. Ik hield alles wel goed in de gaten. Als er tweebeners langs onze voortuin liepen, vond ik dat best, maar als ze op het gras van onze voortuin stapten, ging ik gelijk even polshoogte nemen. Meestal hield ik het bij een vriendelijk kwispelstaartend snuffelen, maar telkens als Jan, de kampbeheerder, in onze voortuin stapte, begon ik flink te blaffen. Niet dat ik hem iets wilde doen of zo hoor…. Jan vind het altijd leuk om honden een beetje te plagen. Dat deed hij volgens m’n baasje ook bij de hond die zij vroeger had. Tja….. en zoals een bekend tweebeners-spreekwoord zegt: ‘Wie de bal kaatst, kan de bal verwachten’, of anders gezegd: wie loopt te plagen, kan een blaf verwachten. Maar uiteindelijk kunnen Jan en ik het prima met elkaar vinden hoor. Het bleef dan ook bij een waarschuwing van m’n baasje aan mijn adres, telkens als ik blafte. Verder was ik er zo vrij als een vogeltje, kon de hele dag doen wat ik wilde.

Net als voorgaande jaren was het mijn lust en mijn leven om in de bossen te lopen struinen met grote takken en halve boomstammen. In het begin mocht ik er af en toe nog wel eens één mee naar ons stoffen huis nemen, maar omdat ik er volgens Bert en m´n baasje een troep van maak, moest ik ze al snel bij de poort van de camping achter laten. Ik begrijp dat niet hoor…., het is toch gewoon natuurlijk materiaal…., een beetje schors…., wat is daar nou mis mee? Volgens m’n baasje zouden de tweebeners dat in hun voeten kunnen trappen. Nou…., ik heb het even geprobeerd, ben uitgebreid door die stukjes schors gaan lopen…, maar daar heb je helemaal geen last van. Maar goed, ik had het er maar mee te doen. Doordat ik iedere uitlaatronde weer een nieuwe stok of stronk mee bracht, lag er aan het eind van de vakantie een aardig stapeltje hout aan de kant. “Mooi brandhout voor Jan en Nienke, voor de winter”.

Zoals beloofd, zou ik nog even terug komen op de heenreis naar de  camping en waarom Jelle toen niet met ons meereisde; Tot mijn stomme verbazing zag ik dat Bert en m’n baasje al in de 1e week op de camping spullen begonnen in te pakken. Het stoffen huis lieten ze staan. Normaal gesproken pakken ze dat ook altijd in, dat ruimen ze aan het eind van de vakantie altijd op. Maar eerlijk gezegd kon ik me helemaal niet vóórstellen dat de vakantie er nú al op zat! We waren hier nog maar nét! En zoals ik al eerder vertelde, was Jelle hier helemaal nog niet eens geweest. Ik begreep er hélemaal niets van. En ze pakten niet alleen spullen voor zichzelf in…., ook mijn bench, m’n water- en m’n etensbak werden in de bus gezet.

Ze namen overigens niet alle spullen mee, er bleven gewoon een hoop kleren, handdoeken en boodschappen achter in ons stoffen huis. Halverwege de dag vertrokken we. We gingen echter niet naar huis, we stopten voor een groot gebouw met veel ramen. Dat bleek een hotel te zijn, ‘Preston Palace’ genaamd. Bert parkeerde de bus, waarna we met z’n vijven dat hotel binnen gingen. Jelle was nog steeds niet bij ons. Tot mijn stomme verbazing waren daarbinnen wél opa en oma, de ouders van m’n baasje. Dat was óók toevallig!  

Zij leken echter helemáál niet verbaasd, net zomin als Bert en m’n baasje. Het leek wel alsof ze elkaar daar verwacht hadden. Niet veel later kwamen ook m’n baasjes broer en schoonzus (Remco en Debby) het hotel binnen stappen. En wie hadden zij bij zich….? Jélle! Met een goed gevulde weekendtas. Nou was ik het spoor helemaal bijster….! Het hele gezelschap ging naar ‘de koffiecorner’, waar ze uitgebreid wat gingen zitten drinken, met een groot stuk gebak erbij. Gelukkig was m’n baasje mijn koffiebrokjes niet vergeten. Er werd ook een bakje met water voor mij geregeld. Ik besloot het allemaal maar rustig af te wachten. Ik zou het wel horen, wat de bedoeling hier allemaal van was.

Op een gegeven moment kreeg ik door dat we hier niet waren voor dé vakantie, al was het voor de tweebeners natuurlijk ook wel een soort vakantie. We bleken hier te zijn op uitnodiging van opa en oma, nog vanwege hun 40-jarige bruiloft. Jelle was de eerste week op de woongroep gebleven, zodat Bert en m’n baasje op hun gemak de boel al vast een beetje aan kant konden maken in ons stoffen huis. Remco en Debby kwamen van thuis en waren eerst langs de woning van Jelle gereden om hem op te halen. Dat hadden ze vooraf allemaal al met elkaar afgesproken.

Helaas kwam ik er al snel achter dat dit toch bij lange na niet zo leuk was, dan vakantie vieren in ons stoffen huis…, tenminste….., voor míj dan. De tweebeners hadden het er prima naar hun zin, begreep ik. Ze konden overal eten en drinken wat ze wilden, dat zat allemaal bij de prijs in. Nou…. En éten…., dát deden ze! Dat ging echt de héle dag door! Bórden vol lekkers zag ik aan mijn neus voorbij gaan. Soms kregen ze hun borden niet eens leeg! En als je nou denkt dat ze míj dan wat toeschoven, lief vrouwtje…, hélemaal niks! Gelukkig lieten Jelle, Sjoerd en Lobke regelmatig iets vallen, dus probeerde ik zo dicht mogelijk bij hen in de buurt onder tafel te gaan liggen. Volgens mij doén zij het er stiekem om hoor! Lief van hen hé!

’s Avonds waren er optredens en gingen de tweebeners naar de bioscoop. Daar mocht ik wel mee naar toe. Maar er bleek ook een prachtig zwembad te zijn, waar ze met z’n allen regelmatig naar toe gingen…. en dáár mocht ik natuurlijk weer niet mee naar toe. Dan moest ik op de hotelkamer blijven, in m’n bench. Ik kreeg wel een paar keer een appeltje van m’n baasje, als ze me in de bench achter liet. Ook had ze een extra grote knauwstaaf voor me gekocht en lieten ze de televisie aan staan, zodat ik mezelf niet hoefde te vergeven. Die appel en die knauwstaaf waren wel oké, maar wat  die televisie betreft…., bijna doorlopend ‘Tell-Sell’… “Koop nu de Bilostabiel en dan krijgt u er een prachtige ketting bij. Helpt tegen álle kwalen. Hoor maar eens naar het verhaal van deze mevrouw…, “blá-di-blá-die-blá…..” Als er nou een film van Lassie, of het zwerfhondje Boomer zou zijn….., maar dít…..! Ach…., ik vond het wel fijn voor de tweebeners dat ze het zo leuk hadden met elkaar, maar ik was eerlijk gezegd had ík het bij ons stoffen huis toch een stuk leuker. En dat was nu al weer afgelopen.

Na 3 dagen en 2 nachten nam iedereen weer afscheid van elkaar. We gingen allemaal weer naar huis. Alhoewel…., allemaal….. Tot mijn grote blijdschap bleken wij niet naar Papendrecht, maar naar Oudemirdum te gaan! Terug naar ons stoffen huis!!! Oohh, als ik dát geweten had…., dan had ik niet zo enorm liggen balen in m’n bench. Dan had ik gewoon lekker al vast weer over de voortzetting van de vakantie kunnen dagdromen, in plaats van te gaan liggen balen over het feit dat het er voor dit jaar al weer op zat. Na een uurtje auto rijden kwamen we weer terug bij ons stoffen huis. Jippie!!! De vakantie kon weer voortgezet worden!!!

Na deze korte onderbreking van onze vakantie op de camping ben ik nog maar een enkele keer door m’n baasje uitgelaten. Bijna de hele rest van de vakantie liet Bert mij uit. Niet omdat m’n baasje er geen zin meer in had, maar er was iets vervelends gebeurd. Ik ben me werkelijk rot geschrokken. M’n baasje en ik gingen samen naar het bos, over het smalle fietspad naast de camping. Dat is geasfalteerd, maar door de boomwortels behoorlijk gehavend. Ik loop altijd los en mag daar lekker m’n gang gaan. Soms loop ik wat vooruit, tussen de struiken en bomen, dan weer wat achter m’n baasje, omdat ik een interessant luchtje sta te besnuffelen. Zo was ik ook deze keer weer een stukje vooruit. Ik hoor dan het monotone geluid van de motor van m’n baasjes rolstoel achter mij snorren. Maar ineens stopte het, ik hoorde niks meer.

Nou gebeurt dat wel vaker, dan komt m’n baasje iemand tegen. En zoals ik graag luchtjes mag opsnuffelen, zo maakt zij graag kletspraatjes met mensen. Dus keek ik achterom om. Tot mijn stomme verbazing….., zag ik helemaal niets…., geen baasje….. Het fietspad was helemaal léég! Hoe kon dát nou!?! Ik had even daarvoor de motor van de rolstoel nog gehoord! Zo snel kon ze nooit omgekeerd en weggereden zijn…. Bovendien weet ik zeker dat ze me dan wel even geroepen had. Ze zou me toch zeker niet zomaar hier achterlaten?!?

Ineens hoorde ik geritsel, vanuit een greppel die parallel aan het fietspad loopt. Ik liep richting het geluid en ….., zag daar m’n baasje met rolstoel en al een niveau lager liggen. Was dit nieuw…? Een spelletje of zo….? Om zichzelf zomaar ineens te verstoppen voor mij? Zou ze daar een interessant insect, dat ze eens van dichterbij wilde bekijken, hebben gezien? M’n baasje leek wel blij dat ik haar gevonden had. “Ohh…, Gomp…, wat nou…?” hoorde ik haar zeggen. Tja…, wat nou? Ik had inmiddels wel door dat dit geen spelletje was. Maar wat kon ík doen?

Gelukkig zag ik in de verte mensen op de fiets aan komen. Toen ze bijna bij ons waren, ging ik op het pad staan piepen. De mensen stapten af en toen ik naar de greppel keek, zagen ze m’n baasje daar liggen. Tussen de brandnetels in een behoorlijk moeilijke houding. De mensen informeerden bij m´n baasje hoe ernstig het was. Ze wilden haar proberen eruit te tillen. Maar de greppel was wel zo’n halve meter diep. Ze vreesde dat dit niet zomaar ging en wilde liever even wachten totdat Bert er was. Vlak voordat de mensen bij haar gestopt waren, was het haar namelijk gelukt om haar mobieltje te pakken te krijgen en naar Bert te bellen. “Bert, ik lig in een greppel”. Bert hing gelijk op, sprong op de fiets om m’n baasje te komen redden. Pas toen besefte hij dat hij helemaal niet wist w’e’er m’n baasje in een greppel lag. Hij keek links en rechts bij de uitgang van de camping, daar loopt namelijk ook een fietspad mét een greppel er langs. Toen hij daar niets zag, fietste hij naar het fietspad dat naast de camping het bos in gaat. Daar zag hij mij staan, met de groep mensen, die inmiddels aan het overleggen waren hoe ze m´n baasje uit deze benarde situatie konden bevrijden.

Toen Bert de situatie zag, schrok hij. “Hier krijgen we je nooit zomaar uit…, daar moeten we het kraantje van Jan voor hebben”. Bert had al fietsend tegen Sjoerd geroepen: “Mamma ligt in een greppel!” Sjoerd had gelijk Jan op de hoogte gesteld. Jan was inmiddels ook gearriveerd. De nuchtere Fries bekeek de situatie en zei: “Corien, jij geeft gas naar achteren en wij tillen bij drie”. Bert stond in de greppel en zorgde dat m’n baasje in de stoel zou blijven zitten, terwijl ze met stoel en al omhoog geholpen werd. Dat ging eigenlijk best vlot. Opgelucht dat ze weer op 4 wielen stond, bedankte m’n baasje de groep mensen.

Terug op de camping wilde m’n baasje even in ons stoffen huis. Daar barste ze in tranen uit. Het was de spanning. Het was ook niet niks wat er gebeurd was. Ik heb echt een zwak voor haar, als ze huilt. Dan wil ik haar graag troosten, haar hand likken, of nog liever haar tranen van haar gezicht likken (alleen wil ze dat laatste liever niet). Ik sprong met m’n voorpoten tegen de stoel, maar Bert stuurde me daar gelijk van weg. Nou hoor…., ik bedoelde het goed hoor….. M’n baasje aaide me over m’n hoofd, ik mocht alleen niet tegen haar opspringen.

Jan kwam even kijken hoe het er mee ging. “Ik voel me of er een kudde olifanten over me heen gelopen is, maar voor de rest gaat het wel hoor, lachte m’n baasje door haar tranen heen. Maar we waren allemaal wel opgelucht dat het naar omstandigheden zo mee viel. Dat had allemaal een stuk slechter kunnen aflopen. M’n baasje vertelde hoe het nou eigenlijk gegaan was. Ze reed op het fietspad, dat net breed genoeg is voor de rolstoel. Als er een fietser langs moet, stopt m´n baasje meestal om helemaal aan de kant te gaan staan. Langs het eerste stuk, dat langs de camping loopt, zit aan de linker kant een greppel van zo´n halve meter diep. Zoals ik al eerder vertelde, is dat fietspad behoorlijk hobbelig van de boomwortels die onder het asfalt groeien. Maar daar is m´n baasje op berekend; dat hobbelt gewoon een beetje extra, meer niet.  M´n baasje rijdt al niet zo hard, vanwege die bobbels in de weg. Dat is ook haar geluk geweest bij dit ongelukje. Op een gegeven moment voelde ze namelijk dat de weg onder haar wielen aan de rechter kant wég brokkelde!  De rolstoel balanceerde op het randje, ´zou hij vallen…., of net niet….? Helaas viel hij inderdaad. Dank zij het feit dat m´n baasje de rolstoel zo had voelen balanceren, was ze voorbereid op de val en had ze zoveel mogelijk spieren aangespannen, om de val op te vangen. De stoel was als het ware gewoon naar rechts omgevallen.  En omdat er zo weinig ruimte was in de greppel, kon m´n baasje niet uit haar stoel vallen. Ze lag klem in haar stoel, op haar zij. Enkele van de afgebrokkelde stukjes asfalt lagen op m´n baasjes arm. Wat een verhaal hé!

Al snel merkten we dat het hier op de camping net een klein dorpje is. Het verhaal van m’n baasjes onfortuinlijke uitstapje deed als een lopend vuurtje de ronde. De daaropvolgende dagen werd m’n baasje door iedereen gevraagd hoe het er mee ging. Ze voelde zich behoorlijk beurs en had het met extra rugpijn en een paar blauwe plekken moeten bekopen. Maar voor de rest kon m’n baasje er achteraf wel om lachen. Alleen durfde ze niet meer zo goed alleen met mij naar over dat fietspad naar het bos te gaan. En aangezien dat de enige weg was die met de rolstoel te bereiden was, richting het bos, heeft Bert mij de rest van de vakantie bijna iedere keer uitgelaten. Enkele keren ging m´n baasje ook met Bert en mij mee.

Gelukkig voor m´n baasje was er ook genoeg op de camping te bereiken. Zo werd er op een zonnige middag een indianendag georganiseerd voor de kinderen. M´n baasje had aan het recreatieteam toegezegd best te willen helpen als ze dat konden gebruiken. Tenslotte had m´n baasje zelf jaren geleden hetzelfde werk gedaan. Zo was ze hier ooit terecht gekomen. Toen kende ze Bert nog niet eens. Ze was toen zelf pas 18 jaar. Ze ´woonde´ toen bij Jan en Nienke in huis. Met veel plezier heeft ze toen 3 weken het recreatiewerk gedaan. Spelletjes met de kinderen, activiteiten voor de volwassenen organiseren. Heel veel van de kennissen van nu hier, kent ze al uit de tijd dat ze dit werk hier op de Wigwam deed. De kinderen waar zij toen de activiteiten voor organiseerde, zijn nu volwassen en hebben zelf kinderen. M´n baasje heeft uit die tijd veel fijne vriendschappen over gehouden. Ze is dan ook goed bevriend met Jan en Nienke en hun familie.

 Goed…, de indianendag dus….. Natuurlijk moest m´n baasje wel een echte indiaan worden. Met wat schmink en een papieren tooi werd ze in de kantine veranderd in een echte squaw. Zolang ze mij maar niet met die schmink gingen toetakelen! Gelukkig was dat niet de bedoeling. Met veel plezier assisteerde m´n baasje bij de  spelletjes. Ik vond het allemaal best en deed een tukje in het zonnetje. Lobke was net als alle andere kinderen ook omgetoverd tot indiaantje. Vol overgave stortte ze zich op de

Een andere activiteit die georganiseerd werd, was zandkastelen bouwen. Daar had ik nou best wel eens mee willen spelen, een beetje graven in het zand van de speeltuin….. maar helaas…, daar mocht ik dus weer niet bij zijn. Ik mocht hooguit even met m´n baasje mee om aan de rand van het zand naar de kastelen te kijken. Nah…, dat hoefde van mij niet zo, daar was ik zo op uitgekeken. De jonge tweebeners hadden duidelijk veel plezier in het bouwen. Er werden dan ook hele kunstwerken gebouwd en lekker gekliederd met water en zand.

Natuurlijk was er dit jaar ook weer een playback show. Sjoerd en Lobke hadden thuis al elk iets ingestudeerd en net als vorig jaar wilden ze het niet eerder aan Bert en m’n baasje laten zien, als op de playback show zelf. Sjoerd deed `Guus kom naar huus´ van Alexander Curly. Lobke playbackte ´Het tietenlied´ van ´Kinderen voor Kinderen´. Dit gaf een hoop hilariteit. Een gewaagd nummer, maar ze deed het toch maar even. Bert was tijdens de playback show met mij bij de tent gebleven. Tegen de tijd dat Sjoerd en Lobke aan de beurt waren, belde m´n baasje hem met haar mobieltje, waarop hij mij aan de riem deed en mee nam naar de kantine. Het was er heel gezellig, alleen was het geluid voor mijn gevoelige oortjes wel wat heftig.

Zowel Sjoerd als Lobke zetten daar een prachtige show neer. M´n baasje genoot en was ontzettend trots op haar ´sterren´. Jelle voelde er niet veel voor om zelf mee te doen, maar toen zijn zusje 2e werd, ging hij helemaal uit zijn dak. Goed hé…., vorig jaar werd ze 1e en nu 2e!!! Dat nam niet weg dat ook Sjoerd een heerlijke show neergezet had hoor, net als alle andere kinderen overigens. Dat kon zelfs ik met mijn hondenogen wel zien.

Naast de playback show en een themadag, zoals de indianendag, die jaarlijks terug komen, was er nóg een happening die traditiegetrouw jaarlijks terug komt. Het staat niet in de officiële programmaboekjes vermeldt, maar wordt zeker niet overgeslagen. De recreatie assistenten worden op ‘De Wigwam’ vóórdat ze de camping verlaten altijd nog even met kleding en al ‘gedoopt’ in het badje. Dit was al traditie, ruim voordat m’n baasje hier recreatieassistente was. Zij is toentertijd ook ‘gedoopt’. Kwispelstaartend heb ik dit alles gade geslagen. En ik was niet de enige die er van genoot. Ook de kinderen vonden het prachtig. M’n baasje denkt op dit soort momenten altijd weer even terug aan haar eigen tijd als recreatie assistente. Nostalgie hé….

De eerste anderhalve week hadden we heerlijk weer. De temperatuur was wat gezakt naar een prettig niweau. Helaas begon het als maar natter weer te worden. De temperatuur bleef wel aangenaam, maar door de toenemende buien werd het in het bos steeds viezer. Op een gegeven moment had ik een mooie modderpas gevonden, waar ik dwars doorheen gerend ben. Dat was léuk, lief vrouwtje! De spetters vlogen letterlijk om mijn oren! Op de camping aangekomen wist m’n baasje gelijk een domper op mijn plezier te zetten. Ze vond dat ik stonk en ik mocht zo de tent niet in van haar. “Anders komt alles onder de modder en het is allemaal al zo nat”, mopperde ze. Bert besloot dat ik dan maar even gewassen moest worden. Néé!!! Daar heb ik zo’n hékel aan!!! Maar er was geen ontkomen aan, de slang ging erop en ik werd helemaal afgesopt.

Toen ik weer schoon gespoeld was, wreef m’n baasje me droog met een grote handdoek. Dat vind ik altijd wel erg lekker. Tijdens de afdroogbeurt vond m’n baasje tot haar verbazing 2 bolletjes: dat waren volgezogen teken. Eén op mijn neus en één vlak boven mijn oog. Volgens m’n baasje hadden die teken er helemaal niet horen te zitten, omdat ik voordat we naar Friesland vertrokken speciale druppels in m’n nek had gehad tegen teken. Bert en m’n baasje hebben namelijk ooit met een andere hond een enorm probleem gehad met teken, toen ze hier op de camping geweest waren. In de bossen van ‘Het Gaasterland’ zitten gewoon heel veel teken. Die arme hond zat toen écht hélemaal vol met teken. M’n baasje was toen begonnen met teken verwijderen. Na zo’n 70(!) teken, gaf ze het op. Die arme hond was er echt heel erg beroerd van en had zelfs medicijnen nodig tegen de gevolgen van die enge bloedzuigertjes. Het kostte echt een week voordat die arme hond weer helemaal opgeknapt te was. Dat wilden Bert en m’n baasje nooit meer meemaken, dus daarom krijg ik ieder jaar vlak voor de vakantie die speciale anti-teken-druppels. Uiteindelijk bleken ze toch wel te werken, want even later waren die teken spontaan van mijn neus en van mijn ooglid afgevallen. Zo, daar was ik weer mooi van af gekomen!

Het weer werd steeds grimmiger, wat de regen betreft. Het viel met bákken uit den hemel, volgens m’n baasje. Op een gegeven moment liep het water ook niet meer weg in de grond, waardoor er grote plassen op het grasveld ontstonden. Ik vond het heerlijk om daar doorheen te rennen, maar dat mocht ik niet van Bert en m’n baasje. Volgens hun hadden ze al genoeg nattigheid. Het werd namelijk steeds moeilijker om de nattigheid buiten ons stoffen huis te houden. Niet dat het dak lekte hoor, maar ook bínnen kwam het water van onder de grondplaten omhoog. Vooral als je er óp stond, spoot er gewoon een straaltje water van onder die grondplaten uit.

Toen het een paar uurtjes droog was, besloot Bert het kleine stoffen huisje van Jelle en Sjoerd al vast af te breken en op te ruimen. Zij sliepen inmiddels al binnen in de vouwwagen, omdat het erg koud en vochtig was in hun eigen huisje. Toen Bert het hele huisje weggehaald had, zag hij hoe het kwam dat zij het zo koud gehad hadden; er lag gewoon een half meertje onder!

Uiteindelijk besloten Bert en m’n baasje dat het mooi geweest was. Ze begonnen ’s avonds samen al het nodige in te pakken. De volgende dag werd met wat hulp van anderen alles in korte tijd ingepakt en waren we klaar voor vertrek. 

Voor mij had er nog wel een mooi voordeeltje aan al die nattigheid gezeten. Door al het vocht was de bodem van de  papieren zak waarin mijn brokken zitten, gescheurd. Het duurde gelukkig even voordat iemand opmerkte dat ik stond te eten. Tja…. en toen was het zo weer afgelopen met de onverwachtte maaltijd. De brokken lagen inmiddels aardig verspreid over de natte vloer. Het leek zo hier en daar wel een beetje op brokkensoep. Die natte brokken konden ze niet zo goed oppakken. Een gedeelte veegden ze met een stukje karton bij elkaar en schepten het in de vuilniszak (zónde!!!) en een klein beetje lieten ze liggen om dit mooie plaatje te kunnen schieten voor in mijn boek. Ik zette er dus even flink het tempo in om zoveel mogelijk van die slobberbrokken naar binnen te werken. Stel je voor dat ze zich bedachten en na de foto alsnog het restant van die kleffe brokjes met datzelfde kartonnetje aan de vuilnisbak zouden voeren…. Gelukkig mocht ik ze verder allemaal opeten.

 

Hiermee ben ik eigenlijk ook wel zo’n beetje aan het einde van de vakantie en tevens het einde van deze 2 maanden gekomen. Dus…..,

 

Een dikke knuf van de tweebeners

en een kiss

van

jouw eigenste Gompie

 

                                  

September 2005

 

  Free counter and web stats