|
|

Hallo lief
vrouwtje,
Jeetje, wat
een maffe maand heb ik achter de rug zeg! Het weer was de eerste dagen van deze
maand ronduit herfstachtig. Het waaide en regende…., níks aan! Ik heb het niet
zo op al die nattigheid buiten. Maar zo slecht als het begon, zo stralend mooi
was het een goede week later. Op zich was dat heel leuk voor m’n baasjes
broertje en schoonzus, want die zouden op de 11e gaan trouwen.
Alleen….., hadden m’n tweebener-huisgenoten geen rekening gehouden met zulke
zomerse temperaturen, toen ze nieuwe kleding kochten voor deze speciale dag. De
11e viel op een maandag en de zaterdagavond daarvoor zag m’n baasje
op de televisie dat het wel tot 26 °C zou gaan worden. Zodoende kwam m’n baasje
op het onzalige idee om de volgende dag naar Rotterdam te rijden. Daar zijn op
zondag de winkels altijd open. Ze hoopte daar nog wat luchtiger kleding voor
allemaal op de kop te kunnen tikken.
Nou
klinkt dat misschien gezellig, naar de stad op ‘koopzondag’, maar het punt is
dat wij niet de enige waren die op dit idee kwamen. Allemensen, wát een
toestanden! Het bleek niet alleen ‘koopzondag’ te zijn, maar er werd ook een
marathon gelopen. Overal in de binnenstad van Rotterdam stonden hekken,
waartussen mensen in sportbroekjes en T-shirts met hoogrode gezichten liepen te
draven of ze achterna gezeten werden. Het wemelde er van de politie, die een
poging waagde het verkeer nog een beetje in goede banen te leiden, hetgeen nou
niet bepaald succesvol leek. Moet je voorstellen, lief vrouwtje, we zaten daar
dus met z’n allen in onze bus, het zonnetje scheen behoorlijk fel op ons dak,
waardoor het binnen langzaamaan meer en meer op een bakoventje begon te lijken.
Bert had de raampjes wel open gedraaid, maar dat leverde alleen maar een
benauwde stank van uitlaatgassen op. We hebben daar écht waar, zonder
overdrijven, gewoon méér dan een uur rondjes gereden langs die hekken. Gelukkig
stond er op een gegeven moment een agent in de buurt van Bert’s open raampje,
die desgevraagd zo vriendelijk was om hem een route uit deze chaos te wijzen. We
kwamen in een klein straatje terecht waar we gelukkig de bus kwijt konden. Na
een minuut of 10 lopen, wat ik op zich een stuk aangenamer vond dan in de bus
liggen, kwamen we in het centrum van de stad.
Je zou denken
dat we toen het ergste wel gehad hadden….., maar dit was pas het begin! Het leek
wel of half Zuid-Holland die dag besloten had ook in Rotterdam te gaan winkelen.
Nu hadden we eindelijk die file met de auto door de stad gehad, kwamen we in een
‘loop-file’ terecht. Echt waar, we schuifelden gewoon vooruit, in plaats van
gewoon lekker stevig doorstappen.
En denk nou
niet dat we gelijk een kledingwinkel in gingen…., nee…., Bert en m’n baasje
besloten eerst een patatje te gaan eten en wat te drinken te kopen. Ze verkopen
daar patat uit een puntzak en dat is een afwijking van m’n baasje, maar uit een
puntzak smaakt het haar beter dan uit een bakje, beweert ze. Snap jij dat nou,
lief vrouwtje? Míj maakt het niet uit waar ik m’n eten in krijg hoor….., een
bakje, een puntzak…., van mijn part gooien ze het op de grond….., áls ik maar
eten krijg! Maar helaas…., voor Gomp géén puntzak, geen bakje en zélfs de
patatjes die anderen op de grond hadden laten vallen mocht ik niet opeten van
m’n baasje. Mokkend lag ik toe te kijken hoe de rondfladderende duiven die
patatjes opaten. Gek hé, van duiven vinden tweebeners het prachtig als die mee
willen eten, doet een hond dat, dan noemen ze het ineens ‘schooien’. Gelukkig
kochten ze wel een flesje water voor mij, want ik had inmiddels ook behoorlijk
dorst gekregen van al die warmte. Ik kan keurig netjes uit een flesje drinken,
hetgeen het nodige bekijks opleverde, van alle patat-etende mensen.
Toen alles op
was, schuifelden we met de menigte mee richting de kledingwinkels. Gelukkig werd
dat geen eindeloos zoeken, maar Bert en m’n baasje gingen razendsnel langs alle
rekken met herfst-winterkleding, op zoek naar de rekken met nog enkele restanten
zomerkleding. Helaas hing daar naar m’n baasjes zin eigenlijk niets tussen wat
geschikt was voor dé speciale dag. Het één was te bloot, het ander te gewoon,
het volgende was weer niet de juiste kleur…., kortom….., dit leek een heilloze
missie te gaan worden. Ook een te hulp geschoten winkeldame had niets bruikbaars
te bieden. “Alle zomerkleding is toch echt wel zo’n beetje uitverkocht, we
hebben alleen de restanten op deze paar rekken nog”, zei ze hoofdschuddend. Dit
herhaalde zich eigenlijk in iedere kledingzaak waar we binnen gingen.
Uiteindelijk wist m’n baasje voor Jelle nog iets luchtigers te vinden wat er
volgens haar wel mee door kon; een dun T-shirt met lange mouwen. Dat zou in
ieder geval beter zijn dan de dikke sweater met witte polokraag, die m’n baasje
eerder voor hem gekocht had. In een schoenenwinkel werden nog wel een paar
schoenen voor Sjoerd gekocht, maar dat was het dan ook wel.
Met een
ontevreden gevoel besloot m’n baasje dat ze het dan maar moesten
doen
met de kleding die ze eerder al hadden gekocht. Onderweg terug naar de bus moest
ik eigenlijk al wel nodig een plas, maar dat mocht niet van m’n baasje. Ik moest
wachten tot we bij de bus waren, waar een grasveldje naast lag. Daar aangekomen
was ik blij dat ik eindelijk m’n blaas mocht legen, bleek daar een hóndentoilet
te zijn!!! En je weet, lief vrouwtje, hoé een hékel ik aan die dingen heb! Niks
lekker even sanitair ontspannen op het grasveld, maar op het omheinde stukje
beton. Nou…., daar bedankte ik dus voor. Ik heb ook zo m’n principes hoor! Het
zou toch ééns een keer tot m’n baasje door moeten gaan dingen dat ik walg van
die zogenaamde hondentoiletten. Daar doe je toch geen enkele zichzelf
respecterende hond een plezier mee! De wijde natuur…., een lekker grasveld vol
verschillende ‘visitekaartjes’ van collega-honden…., dát is fijn. Maar niet zo’n
smerige vergaarbak van stank, overspoeld met een schoonmaakmiddelen luchtje! Ik
besloot voet bij stuk te houden en toen dat bij m’n baasje doordrong, besloot ze
me er weer uit te laten. Ik hoopte natuurlijk even op dat fijne grasveldje te
mogen hurken, maar helaas….., dát ging niet door. Voordat ik het hondentoilet
verliet, lijnde ze me aan en in één rechte lijn gingen we terug naar de bus.
Gelukkig was
de ergste drukte in de binnenstad een beetje opgelost, de tweebeners waren
uitgerend. Zodoende waren we met een klein half uurtje weer thuis, waar m’n
baasje me gelukkig gelijk uit ging laten. Ik wist niet hoe snel ik bij de bosjes
tegenover ons huis moest komen om m’n blaas te legen. Pfoé…., dat was hard nodig
zeg! Volgens m’n baasje leek er geen eind aan te komen. Tja lief vrouwtje…., je
kan het soms behóórlijk benauwd krijgen van principes hoor!
De volgende
dag was het inderdaad behoorlijk warm. Gelukkig heb ik altijd mijn zwarte pak al
aan, dus buiten het kleine hulphondenjasje, hoefde ik verder niets aan te
trekken. Dit min tegenstelling tot m’n tweebener-huisgenoten. Al voordat we
vertrokken, liepen ze allemaal behoorlijk te puffen van de hitte. Lobke had de
avond ervoor allemaal ronde dingetjes in haar haar gekregen, die m’n baasje er
nu samen met onze hulp uit ging staan te halen. En toen had ze in eens allemaal
krulletjes in het haar. Zelf was ze er erg blij mee, ze stond voor de spiegel te
draaien. M’n baasje deed wat verf bij zichzelf op het gezicht en Lobke mocht ook
een klein beetje.
Toen iedereen
klaar was -en geloof me, daar was het nodige gestress aan vooraf gegaan hoor-
vertrokken we naar Dordrecht, waar de trouwerij plaats zou vinden. Voor mij was
dit natuurlijk allemaal niet helemaal nieuw, immers ik had als puppy, toen ik
nog bij jou woonde, lief vrouwtje, de ringen op de trouwerij van Fiona mogen
aanreiken. Deze taak was vandaag voor Lobke weggelegd. Niet in een mandje, maar
op een reusachtig groot rood kussen in de vorm van een hart.
Maar voordat
het zover was, hadden m’n baasje en ik nog de nodige hindernissen te nemen.
Remco en Debby zouden trouwen in het stadhuis van Dordrecht. Een oud monumentaal
pand met héle smalle gangetjes en een piépklein liftje. Volgens m’n baasje was
ze nog nooit eerder zo’n klein liftje tegen gekomen. Het was allemaal zó krap,
dat toen m’n baasje achteruit het liftje ingereden was, ze haar wiel niet eens
meer kon draaien, dat moest Bert met de hand doen. Gelukkig was er echt geen
plaats meer voor Bert of mij bij, want je weet ik heb het helemaal niet op
liften. Toen de deur van het liftje eenmaal dicht was, liep ik samen met Bert en
de bode van het stadhuis, de trap op. Boven hielp Bert m’n baasje weer met het
draaien van de voorwieltjes om het liftje weer uit te kunnen rijden. Daarna
moesten we nog wat héle smalle gangetjes door en toen stonden we ineens in de
grote hal. Door de open deuren zagen we beneden aan de trap Remco net bezig zijn
prachtige bruid Debby helpen uitstappen. Lobke kreeg het grote hart-kussen en
Jelle en Sjoerd leken ook iets te krijgen, maar m’n baasje kon niet precies zien
wat.
Het
was trouwens nog even schrikken geweest toen ik samen met Bert en m’n baasje aan
de zijkant van het stadhuis naar binnen wilden gaan. De bode stond ons daar al
wel op te wachten, dat hadden Remco en Debby allemaal keurig vooraf geregeld,
alleen….., toen ze mij zag….., zei ze dat ik er niet in mocht! “Honden zijn
helaas niet toegestaan in het stadhuis mevrouw”, zei de bode wat ongemakkelijk.
Gelukkig liet m’n baasje zich niet uit het veld slaan, gelijk in de
tegenaanval…. “Maar dit is geen gewone hond, maar een hulphond en dié mogen wél
naar binnen hoor. Hij gedraagt zich keurig, dat is hij gewend, u zult hem niet
horen, hij gaat straks gewoon netjes naast mij liggen”, zei ze. “Euh…., ja?
Nou…., euh…, komt u dan maar verder”, zei de bode twijfelend. Zo, dat was
geregeld. Phu…, ik zou zeker niet bij deze zo bijzondere dag mogen zijn…, écht
wel!
De
bode verzocht ons om al vast de trouwzaal binnen te gaan, zodat m’n baasje vast
op haar plaatsje kon gaan zitten, samen met mij. Ik vleide me keurig, zoals een
welopgevoede hulphond betaamt, tegen de stoel van m’n baasje aan en bekeek
vanuit m’n ooghoeken hoe Remco binnen kwam, gevolgd door Debby, die in haar
prachtige jurk aan de arm van haar vader liep. Toen iedereen zat heb ik even de
tijd voor mezelf genomen en dommelde wat weg. Zo diep zelfs, dat ik op een
gegeven moment zelfs een beetje begon te snurken, waarop m’n baasje abrupt een
einde aan m’n mooie droom maakte door me aan te tikken.
Lobke deed
keurig wat ze moest doen, als een echte dame gaf ze de ringen aan het
bruidspaar. Daarna werd m’n baasje duidelijk wat de jongens nou hadden gehad
toen ze even daarvoor bij de auto gestaan hadden. Mijn baasje zou getuigen zijn
voor haar broertje vandaag. Hiervoor moest ze een tekening van haar hand maken
of zo iets (als ik het goed begrepen heb hoor, zo iets hoorde ik in ieder geval
zeggen door de mevrouw die steeds maar stond te praten in haar lange jurk). Net
als de andere 3 getuigen, die ook hun hand moesten tekenen, kreeg m’n baasje een
doosje met een mooie pen er in. Jelle mocht de pennen aan de getuigen van Remco
geven en Sjoerd aan de getuigen van Debby. In een speciaal boek gingen ze toen
allemaal met die pennen tekenen. Daarna mochten ze de pennen houden. M’n baasje
is héél zuinig op die pen. Tenslotte had ze met die pen het huwelijk van haar
lievelingsbroertje en zijn vrouw bezegelt, hoorde ik haar later vertellen tegen
onze hulpen. In de pen stond de datum van de trouwdag gegraveerd en haar naam
met “bedankt” erbij. Tja…., dan is het wel logisch dat ze er zo zuinig op is hé.
Toen
alles binnen gebeurd was, feliciteerden Bert en m’n baasje het bruidspaar en de
wederzijdse ouders, waarna wij begeleid door de bode, snel vertrokken. Terwijl
iedereen hier druk mee was, waren wij al weer onderweg naar beneden terug. Weer
de smalle gangetjes door, het piepkleine liftje, langs de zijkant van het
stadhuis, snel weer terug naar de voorkant, waar iedereen al bij elkaar op die
grote trap stond te wachten totdat wij er waren. We moesten met z’n allen op de
foto. Ze hadden zo´n haast met de foto nemen, dat ik niet eens de kans kreeg om
er even netjes voor te gaan zitten!
Toen de foto
gemaakt was, zag je heel veel mensen puffend van de warmte mouwen oprollen,
jasjes en vesten uittrekken, stropdassen af doen enzovoort. Was ík effe blij dat
ik gewoon lekker naturel daar stond. Voor mij geen zweterige kleding, gewoon
puur natuur. Ook Lobke en m’n baasje waren blij dat ze hun warme vest uit konden
trekken. Bert en Sjoerd rolden de mouwen van hun overhemdje op. Jelle had het
minst last van de warmte van ons gezin, in z’n dunne T-shirt. Hadden we toch
niet helemaal voor niets de drukte van Rotterdam getrotseerd.
Inmiddels
moesten Bert, m’n baasje en ik weer terug naar de zijdeur, terug de smalle
gangetjes in, m’n baasje weer het piepkleine liftje in, maar deze keer naar
beneden, waar ‘De Raedskelder’ zat. Een restauratiegelegenheid, waar het
bruidspaar hun receptie gaf. Gelukkig was het daar wat koeler. De genodigden
waren inmiddels ook al binnen daar. M’n baasje was eerder samen met Bert thuis
aan het knutselen geweest met een lege champagnefles, waar ze geld in gedaan
hadden en verder gevuld met water. Op de computer had m’n baasje een etiket
gemaakt voor de fles, waar een prentje op stond van “Liefde is…”, maar dan de
gezichtjes van Remco en Debby er in. Het was eigenlijk niet helemaal geworden
zoals m’n baasje gehoopt had, maar de bedoeling was goed geweest. Jelle, Sjoerd
en Lobke hadden elk een eigen kaart gemaakt en daar ook geld bij gedaan. Dat zag
er allemaal heel leuk uit. Het bruidspaar werd behoorlijk verwend door alle
basten, maar dat hadden ze dan ook verdient.
Iedereen zat
lekker aan een drankje en er werd gelukkig voor mij ook een bakje water
geregeld. Al snel rook ik een heerlijk luchtje…, daar kwam wat lékkers aan….. Ik
hoopte dat ik voor deze éne keer, het was tenslotte een bijzondere feestdag, óók
iets lekkers van die schaal waar een mevrouw mee rond kwam delen, zou mogen
hebben. Maar helaas…., m’n baasje is wat dat betreft echt onverbiddelijk.
“Mensen-eten is voor mensen en honden-eten is voor honden”, hield zo ook vandaag
vol. Maar gelukkig bleek ze dan ook wat van dat ‘hondeneten’ in haar tasje te
hebben, tenminste…., hondenkoekjes dan. En even later bleek er ook nog een
stukje gedroogde kaas in het tasje te zitten. Kijk…., zó werd het voor Gompie
tenminste óók een beetje feest.
Na
een tijdje, we waren nog met een groepje van 23 mensen, vertrok iedereen naar
z’n auto. We zouden op een andere plaats gaan eten. Tenminste…., ‘we’….,
eigenlijk bedoel ik ‘zíj’…, want ik werd geacht netjes tegen de rolstoel aan te
gaan liggen, onder de tafel. En mijn hondenbrokken…., die zou ik pas later
krijgen, als we weer thuis kwamen… (zucht!)
Nadat het
bruidspaar nog even geposeerd had voor de fotograaf, gingen we het Japanse
restaurant binnen. Daar ging het hele gezelschap eerst in een kleine aparte
ruimte zitten, waar iedereen wat te drinken kreeg. Voor mij werd een bakje water
geregeld. Dorst hoefde ik gelukkig niet te hebben, al had ik nóg liever gewoon
m’n brokken gehad. Maar ja…., ik had het niet voor het zeggen hé. Op een gegeven
moment werden we door een meneer met hele smalle oogjes, uitgenodigd om ‘aan
tafel’ te gaan.
Voordat we
naar de speciale ‘tafels’ gingen, kregen alle tweebeners een speciale gekleurde
‘jas’ aan (alsof het nog niet warm genoeg was…), waarna ze allemaal rondom 2
grote bakplaten gingen zitten. Bij elke bakplaat kwam een kok, die daar al
goochelend met peper en zoutbus, het eten voor de tweebeners bereidde. Het rook
er verrukkelijk, ik kon er niets aan doen maar voor ik er erg in had, lag ik
stiekem een beetje te kwijlen. Maar niemand die het zag, ik lag tenslotte in het
donker onder de brede rand rondom de bakplaat, dat als tafel dienst deed.
Het
was wel een heel vreemd restaurant hoor…., eerst al die ‘jassen’ die iedereen
aan trok en aan tafel lagen geen vorken messen en lepels, waar tweebeners
normaal mee eten, maar voor iedere gast een setje stokjes. Gewoon…, van hout!
Daar moesten ze mee gaan eten! Nou ik kan je vertellen, dat ging niet iedereen
even goed af hoor . Ook onze gezinsleden hadden er zeker in het begin wat moeite
mee. En dát was weer gunstig voor Gompie…., want zo viel er regelmatig wat op de
grond. Tja…. en als hulphond zijnde laat je je baasje natuurlijk niet voor gek
staan, dus ik ruimde dat telkens rázendsnel voor hen op als er wat viel;.
Niemand heeft gezien dat er malse stukjes ossenhaas, zoals ze dat noemden, of
kipfilet en zo, op de grond vielen. Geen brokken voor mij, maar wel heerlijk
mals gebakken vlees. Mij beviel dit feestje wel hoor! Alleen jammer dat m’n
baasje me niet los liet lopen, dan had ik bij iedereen de boel op kunnen ruimen.
Maar ja, aan de andere kant….., op deze manier zou het natuurlijk lijken of mijn
gezinsleden dat eten met die houtjes gewoon perfect konden, omdat er bij ons
hoekje geen flintertje eten op de grond te vinden was.
Iedereen leek
het prima naar de zin te hebben want er hing een gezellige sfeer. Jammer dat ik
daar zo in het donker lag, als er gelachen werd, wilde ik af en toe wel eens
even opstaan, maar met een handgebaar maakte m’n baasje me dan duidelijk dat ik
echt moest blijven liggen. Op een gegeven moment had ik mezelf zo weten te
draaien, dat ik precies om het hoekje heen kon kijken, langs de doorgang van de
2 koks. Whow….! En een schalen met éten dat daar steeds naar die bakplaten
gingen! Op een gegeven moment ging die kok een omeletje maken en met z’n
speciale mes ‘schoot’ hij allemaal stukjes naar de gasten toe. Niet dat ik dat
gezien heb hoor, maar dat hoorde ik m’n baasje de volgende dag allemaal tegen
onze hulpen vertellen. Dáárom hadden ze natuurlijk allemaal een jas aan
gekregen, om hun kleding te beschermen. Alleen jammer dat er niks van dat ei op
de grond terecht kwam. Die kok kon veel te goed richten, dat was wel jammer voor
mij. Het zal allemaal best heel leuk geweest zijn, dat eten bakken waar wij
allemaal bij waren, maar wárm dat het rondom die bakplaten was…..! Op een
gegeven moment ging het licht uit en ineens kwam er een enorme steekvlam van die
bakplaat. Dat vonden die tweebeners allemaal prachtig, maar ik schrok eigenlijk
wel een beetje hoor.
Toen
de koks klaar waren met bakken en iedereen klaar was met eten, gingen we naar
dezelfde ruimte waar we begonnen waren. Alsof ze nog niet genoeg gegeten hadden,
kregen alle tweebeners een heel mooi glas waar volgens m’n baasje ijs in zat.
Dat kon ik me niet voorstellen, wat er kwam heel veel rook van af en ik weet
zéker dat ijs juist heel koud is, dus daar hoort geen rook vanaf te komen. Maar
daar hadden ze speciaal spul voor, dat was ‘voor de sier’. Tja…., dat gaat mijn
hondenpetje te boven hoor…, wát heb je nou aan ‘voor de sier’!?!
Terwijl
iedereen z’n ijsje zat op te eten, vroeg de vader van Debby om de aandacht. Hij
vertelde het een en ander en besloot zijn verhaal met een extra kado; Debby’s
ouders hadden een hotelkamer geboekt voor het kersverse bruidspaar, waar ze hun
huwelijksnacht zouden kunnen doorbrengen. Ze hadden ook een koffertje met
spullen voor Remco en Debby ingepakt, zodat zij gelijk door konden naar hun
hotelkamer. Dat was een echte verrassing waar zij heel blij mee waren.
Toen iedereen
klaar was met het ijs, begonnen de tweebeners één voor één afscheid te nemen van
Remco en Debby en wensten hen een fijne nacht toe samen in het hotel. Wij
vertrokken ook huiswaarts, waar ik ruim een half uur later eindelijk mijn eigen
brokken kreeg. M’n baasje zegt wel een dat ‘de rijken laat dineren’, nou…., laat
ons dan maar niet rijk worden hoor…., ik moet er niet aan denken dat ik iedere
dag zo laat m’n brokken zou krijgen zeg! Nee…., Gompie voelt zich pas écht rijk
als hij z’n brokken heeft…., hoe eerder…., hoe liever! Maar…., eerlijk is
eerlijk, ik had deze avond naast m’n brokken toch ook wel kans gezien om de
nodige hapjes ‘menseneten’ te scoren
Wat een
verhaal hé…., het blijft toch heel bijzonder hoor, dat trouwgedoe van
tweebeners…. Het ís dat we er de kans zelden voor krijgen, maar stél dat het
niet vooraf al bedorven zou worden door overijverige baasjes die dit soort zaken
nou eenmaal bíjna altijd proberen te voorkomen, dan gaan dit soort dingen bij
ons honden allemaal een stuk eenvoudiger; Als je als reu zijnde een leuk teefje
tegen komt, die toevallig ook nog loops is…., nou ja…., dan doe je als reu
zijnde ‘je ding’. Als je klaar bent, kijk je hooguit nog even om en je vervolgt
beiden weer je eigen weg. Daar hebben wij geen hotelkamer voor nodig hoor! Al
moet ik zeggen dat dat concept met dat etentje…., dat spreekt me wel aan.
Zo vrolijk als
het eerste gedeelte van deze maand verlopen was, zo naar ging het de rest van
september. M’n baasje voelde zich namelijk niet zo lekker en moest daarvoor naar
het ziekenhuis in Den Haag. Ik mag daar altijd mee naar toe, ze vinden me daar
allemaal ook heel lief (wat ik natuurlijk ook gewoon ben hé). Zo ook deze keer.
Toen we echter vertrokken, was m’n baasje een beetje uit haar doen, dat voelde
ik gewoon. Ze was helemaal niet meer zo vrolijk en thuis kwam er zelfs een
beetje water uit haar ogen en piepgeluidjes uit haar keel. Natuurlijk heb ik
haar gelijk getroost, maar ze bleef anders dan anders.
De volgende
dag was Bert thuis,terwijl de kinderen gewoon op school zaten. Dat klopte niet
helemaal. Normaal is Bert dan naar zijn werk. Onze hulpen hadden een grote tas
ingepakt met spulletjes voor m’n baasje. Eerst dacht ik nog even dat we saampjes
op vakantie gingen, maar ik kwam er al snel achter dat er geen sprake van
‘saampjes’ was. M’n baasje riep me bij zich, ging me heel stevig knuffelen,
waarna ik in mijn bench moest en Bert het deurtje dicht deed. Dat doen ze maar
zélden! Ik voélde dat er iets naars zat te gebeuren. M’n baasje keek nog één
keer met een treurige blik naar mij, waarna ze met Bert vertrok. Een paar uur
later kwam Bert weer terug….., maar zónder m’n baasje! Bert vertelde aam de
telefoon dat m’n baasje in het ziekenhuis lag. Maar…., wáárom mocht ik dan niet
met haar mee!?! Ze vinden me daar immers heel lief…. En ik zou me heus wel weten
te gedragen hoor!
Na een paar
dagen is m’n baasje weer even een paar daagjes thuis geweest, waarna ze wéér
vertrok en wéér een tijd weg bleef. Toen kwam ze weer een paar daagjes terug en
toen ging ze écht voor heel lang weg. Ze kwam pas begin november weer terug naar
huis. Ik hoorde Bert vertellen dat m’n baasje aan haar buik geopereerd moest
worden. Gelukkig was er meestal wel iemand thuis, dan Bert, dan de hulpen, ik
was ook wel alleen met Sjoerd thuis. Maar als er echt niemand was…., dan moest
ik dus met gesloten deurtje in m’n bench zitten. Dat ben ik helemaal niet
gewend, zo alleen thuis….. In eerste instantie moest ik in de bench als ik
alleen was, omdat ze bang waren dat ik zelf de voordeur open zou doen en naar
buiten zou gaan. Nou…., daar konden ze wel eens gelijk in hebben hoor….. Ik
geloof echt dat ik op zoek gegaan zou zijn naar m’n baasje, al zou ik eerlijk
gezegd niet weten hoé ik in Den Haag zou moeten komen, want dat is best wel een
aardig eindje bij ons uit de buurt.
Op een gegeven
moment besloot Bert dat het toch wel heel zielig voor mij was dat ik zo veel
tijd in m’n bench moest door brengen. Hij bedacht dat hij de buitendeur ook goed
op slot zou kunnen draaien met de sleutel, dan kon ik de deur niet meer open
maken. Maar dat maakte me nog steeds erg verdrietig als ik dan weer eens een
uurtje alleen moest blijven. Als de hulp of bijvoorbeeld Sjoerd dan weer weg
ging en mij alleen achter liet, sprong ik met m’n voorpootjes in het raamkozijn
en liet een piep diep uit m’n keel horen. Volgens hen keek ik er dan ook heel
droevig bij en dat was ik dan ook. Op een gegeven moment was ik zelfs droevig
als er wel iemand in huis was. Volgens onze hulp keek ik zelfs helemaal
depressief. Ik miste m’n baasje, hoe lief iedereen hier ook voor me was. Ik
snapte niét dat ze zó lang zonder míj weg gegaan was. Ik voelde me lusteloos,
was niet echt meer enthousiast te krijgen voor een wandeling of een beetje
spelen met de andere huisgenoten.
Op een gegeven moment zat Bert
tegen de telefoon te praten. Opeens riep hij me en hoorde ik ineens luid en
duidelijk de stem van m’n báásje uit dat ding
komen! Daar begreep ik helemaal niets meer van….., daar paste zij toch nooit
in!?! En al helemáál niet met haar rolstoel! Heel duidelijk hoorde ik haar
zeggen:
Ik natuurlijk
gelijk m’n knuffeltje gepakt….., maar wáár moest ik het afgeven…., waar wás m’n
baasje dan!?! Bert moest er vreselijk om lachen en vertelde m’n baasje dat ik
vreselijk sullig liep te zoeken. Blijkbaar zei m’n baasje dat dit niet leuk was
of zielig voor mij, of zo. Ineens hoorde ik de stem van m’n baasje niet meer….,
maar Bert blijkbaar nog wel, want die bleef gewoon doorkletsen tegen dat kleine
grijze ding. Raar hoor! Maar ik vond het geen leuk spelletje. Gelukkig hebben ze
dit niet meer gedaan, want ik was er echt een beetje van in de war. Zuchtend
plofte ik op de grond neer, kruiste m’n voorpootjes over elkaar en legde daar
mijn snuit op. M’n baasje was echt helemaal weg, alleen haar stem was heel even
thuis.
Nou, lief
vrouwtje, even niet zo’n gezellig einde, maar ja….. Ondanks dat (of misschien
wel juíst daarom);
Heel veel
lieve groetjes van de tweebeners hier thuis en naar ik aanneem óók van m’n
baasje
en natuurlijk
heeeeeeeeel
veel kiss-jes van jouw eigenste
Gompie



|