Welkom Voorstellen Trainingsschool Dagboek Filmpjes Handicap Boekje PGB-Per Saldo Vriendjes Links Gastenboek

 

DagboekSeptember-Oktober 2006

Hallo lief vrouwtje,

Jeetje, wat een maffe maand heb ik achter de rug zeg! Het weer was de eerste dagen van deze maand ronduit herfstachtig. Het waaide en regende…., níks aan! Ik heb het niet zo op al die nattigheid buiten. Maar zo slecht als het begon, zo stralend mooi was het een goede week later. Op zich was dat heel leuk voor m’n baasjes broertje en schoonzus, want die zouden op de 11e gaan trouwen. Alleen….., hadden m’n tweebener-huisgenoten geen rekening gehouden met zulke zomerse temperaturen, toen ze nieuwe kleding kochten voor deze speciale dag. De 11e viel op een maandag en de zaterdagavond daarvoor zag m’n baasje op de televisie dat het wel tot 26 °C zou gaan worden. Zodoende kwam m’n baasje op het onzalige idee om de volgende dag naar Rotterdam te rijden. Daar zijn op zondag de winkels altijd open. Ze hoopte daar nog wat luchtiger kleding voor allemaal op de kop te kunnen tikken.

Nou klinkt dat misschien gezellig, naar de stad op ‘koopzondag’, maar het punt is dat wij niet de enige waren die op dit idee kwamen. Allemensen, wát een toestanden! Het bleek niet alleen ‘koopzondag’ te zijn, maar er werd ook een marathon gelopen. Overal in de binnenstad van Rotterdam stonden hekken, waartussen mensen in sportbroekjes en T-shirts met hoogrode gezichten liepen te draven of ze achterna gezeten werden. Het wemelde er van de politie, die een poging waagde het verkeer nog een beetje in goede banen te leiden, hetgeen nou niet bepaald succesvol leek. Moet je voorstellen, lief vrouwtje, we zaten daar dus met z’n allen in onze bus, het zonnetje scheen behoorlijk fel op ons dak, waardoor het binnen langzaamaan meer en meer op een bakoventje begon te lijken. Bert had de raampjes wel open gedraaid, maar dat leverde alleen maar een benauwde stank van uitlaatgassen op. We hebben daar écht waar, zonder overdrijven, gewoon méér dan een uur rondjes gereden langs die hekken. Gelukkig stond er op een gegeven moment een agent in de buurt van Bert’s open raampje, die desgevraagd zo vriendelijk was om hem een route uit deze chaos te wijzen. We kwamen in een klein straatje terecht waar we gelukkig de bus kwijt konden. Na een minuut of 10 lopen, wat ik op zich een stuk aangenamer vond dan in de bus liggen, kwamen we in het centrum van de stad.

Je zou denken dat we toen het ergste wel gehad hadden….., maar dit was pas het begin! Het leek wel of half Zuid-Holland die dag besloten had ook in Rotterdam te gaan winkelen. Nu hadden we eindelijk die file met de auto door de stad gehad, kwamen we in een ‘loop-file’ terecht. Echt waar, we schuifelden gewoon vooruit, in plaats van gewoon lekker stevig doorstappen.

En denk nou niet dat we gelijk een kledingwinkel in gingen…., nee…., Bert en m’n baasje besloten eerst een patatje te gaan eten en wat te drinken te kopen. Ze verkopen daar patat uit een puntzak en dat is een afwijking van m’n baasje, maar uit een puntzak smaakt het haar beter dan uit een bakje, beweert ze. Snap jij dat nou, lief vrouwtje? Míj maakt het niet uit waar ik m’n eten in krijg hoor….., een bakje, een puntzak…., van mijn part gooien ze het op de grond….., áls ik maar eten krijg! Maar helaas…., voor Gomp géén puntzak, geen bakje en zélfs de patatjes die anderen op de grond hadden laten vallen mocht ik niet opeten van m’n baasje. Mokkend lag ik toe te kijken hoe de rondfladderende duiven die patatjes opaten. Gek hé, van duiven vinden tweebeners het prachtig als die mee willen eten, doet een hond dat, dan noemen ze het ineens ‘schooien’.  Gelukkig kochten ze wel een flesje water voor mij, want ik had inmiddels ook behoorlijk dorst gekregen van al die warmte. Ik kan keurig netjes uit een flesje drinken, hetgeen het nodige bekijks opleverde, van alle patat-etende mensen.

Toen alles op was, schuifelden we met de menigte mee richting de kledingwinkels. Gelukkig werd dat geen eindeloos zoeken, maar Bert en m’n baasje gingen razendsnel langs alle rekken met herfst-winterkleding, op zoek naar de rekken met nog enkele restanten zomerkleding. Helaas hing daar naar m’n baasjes zin eigenlijk niets tussen wat geschikt was voor dé speciale dag. Het één was te bloot, het ander te gewoon, het volgende was weer niet de juiste kleur…., kortom….., dit leek een heilloze missie te gaan worden. Ook een te hulp geschoten winkeldame had niets bruikbaars te bieden. “Alle zomerkleding is toch echt wel zo’n beetje uitverkocht, we hebben alleen de restanten op deze paar rekken nog”, zei ze hoofdschuddend. Dit herhaalde zich eigenlijk in iedere kledingzaak waar we binnen gingen. Uiteindelijk wist m’n baasje voor Jelle nog iets luchtigers te vinden wat er volgens haar wel mee door kon; een dun T-shirt met lange mouwen. Dat zou in ieder geval beter zijn dan de dikke sweater met witte polokraag, die m’n baasje eerder voor hem gekocht had. In een schoenenwinkel werden nog wel een paar schoenen voor Sjoerd gekocht, maar dat was het dan ook wel.

Met een ontevreden gevoel besloot m’n baasje dat ze het dan maar moesten doen met de kleding die ze eerder al hadden gekocht. Onderweg terug naar de bus moest ik eigenlijk al wel nodig een plas, maar dat mocht niet van m’n baasje. Ik moest wachten tot we bij de bus waren, waar een grasveldje naast lag. Daar aangekomen was ik blij dat ik eindelijk m’n blaas mocht legen, bleek daar een hóndentoilet te zijn!!! En je weet, lief vrouwtje, hoé een hékel ik aan die dingen heb! Niks lekker even sanitair ontspannen op het grasveld, maar op het omheinde stukje beton. Nou…., daar bedankte ik dus voor. Ik heb ook zo m’n principes hoor! Het zou toch ééns een keer tot m’n baasje door moeten gaan dingen dat ik walg van die zogenaamde hondentoiletten. Daar doe je toch geen enkele zichzelf respecterende hond een plezier mee! De wijde natuur…., een lekker grasveld vol verschillende ‘visitekaartjes’ van collega-honden…., dát is fijn. Maar niet zo’n smerige vergaarbak van stank, overspoeld met een schoonmaakmiddelen luchtje! Ik besloot voet bij stuk te houden en toen dat bij m’n baasje doordrong, besloot ze me er weer uit te laten. Ik hoopte natuurlijk even op dat fijne grasveldje te mogen hurken, maar helaas….., dát ging niet door. Voordat ik het hondentoilet verliet, lijnde ze me aan en in één rechte lijn gingen we terug naar de bus.

Gelukkig was de ergste drukte in de binnenstad een beetje opgelost, de tweebeners waren uitgerend. Zodoende waren we met een klein half uurtje weer thuis, waar m’n baasje me gelukkig gelijk uit ging laten. Ik wist niet hoe snel ik bij de bosjes tegenover ons huis moest komen om m’n blaas te legen. Pfoé…., dat was hard nodig zeg! Volgens m’n baasje leek er geen eind aan te komen. Tja lief vrouwtje…., je kan het soms behóórlijk benauwd krijgen van principes hoor!

De volgende dag was het inderdaad behoorlijk warm. Gelukkig heb ik altijd mijn zwarte pak al aan, dus buiten het kleine hulphondenjasje, hoefde ik verder niets aan te trekken. Dit min tegenstelling tot m’n tweebener-huisgenoten. Al voordat we vertrokken, liepen ze allemaal behoorlijk te puffen van de hitte. Lobke had de avond ervoor allemaal ronde dingetjes in haar haar gekregen, die m’n baasje er nu samen met onze hulp uit ging staan te halen. En toen had ze in eens allemaal krulletjes in het haar. Zelf was ze er erg blij mee, ze stond voor de spiegel te draaien. M’n baasje deed wat verf bij zichzelf op het gezicht en Lobke mocht ook een klein beetje.

Toen iedereen klaar was -en geloof me, daar was het nodige gestress aan vooraf gegaan hoor- vertrokken we naar Dordrecht, waar de trouwerij plaats zou vinden. Voor mij was dit natuurlijk allemaal niet helemaal nieuw, immers ik had als puppy, toen ik nog bij jou woonde, lief vrouwtje, de ringen op de trouwerij van Fiona mogen aanreiken. Deze taak was vandaag voor Lobke weggelegd. Niet in een mandje, maar op een reusachtig groot rood kussen in de vorm van een hart.

Maar voordat het zover was, hadden m’n baasje en ik nog de nodige hindernissen te nemen. Remco en Debby zouden trouwen in het stadhuis van Dordrecht. Een oud monumentaal pand met héle smalle gangetjes en een piépklein liftje. Volgens m’n baasje was ze nog nooit eerder zo’n klein liftje tegen gekomen. Het was allemaal zó krap, dat toen m’n baasje achteruit het liftje ingereden was, ze haar wiel niet eens meer kon draaien, dat moest Bert met de hand doen. Gelukkig was er echt geen plaats meer voor Bert of mij bij, want je weet ik heb het helemaal niet op liften. Toen de deur van het liftje eenmaal dicht was, liep ik samen met Bert en de bode van het stadhuis, de trap op. Boven hielp Bert m’n baasje weer met het draaien van de voorwieltjes om het liftje weer uit te kunnen rijden. Daarna moesten we nog wat héle smalle gangetjes door en toen stonden we ineens in de grote hal. Door de open deuren zagen we beneden aan de trap Remco net bezig zijn prachtige bruid Debby helpen uitstappen. Lobke kreeg het grote hart-kussen en Jelle en Sjoerd leken ook iets te krijgen, maar m’n baasje kon niet precies zien wat.

Het was trouwens nog even schrikken geweest toen ik samen met Bert en m’n baasje aan de zijkant van het stadhuis naar binnen wilden gaan. De bode stond ons daar al wel op te wachten, dat hadden Remco en Debby allemaal keurig vooraf geregeld, alleen….., toen ze mij zag….., zei ze dat ik er niet in mocht! “Honden zijn helaas niet toegestaan in het stadhuis mevrouw”, zei de bode wat ongemakkelijk. Gelukkig liet m’n baasje zich niet uit het veld slaan, gelijk in de tegenaanval…. “Maar dit is geen gewone hond, maar een hulphond en dié mogen wél naar binnen hoor. Hij gedraagt zich keurig, dat is hij gewend, u zult hem niet horen, hij gaat straks gewoon netjes naast mij liggen”, zei ze. “Euh…., ja? Nou…., euh…, komt u dan maar verder”, zei de bode twijfelend. Zo, dat was geregeld. Phu…, ik zou zeker niet bij deze zo bijzondere dag mogen zijn…, écht wel!

De bode verzocht ons om al vast de trouwzaal binnen te gaan, zodat m’n baasje vast op haar plaatsje kon gaan zitten, samen met mij. Ik vleide me keurig, zoals een welopgevoede hulphond betaamt, tegen de stoel van m’n baasje aan en bekeek vanuit m’n ooghoeken hoe Remco binnen kwam, gevolgd door Debby, die in haar prachtige jurk aan de arm van haar vader liep. Toen iedereen zat heb ik even de tijd voor mezelf genomen en dommelde wat weg. Zo diep zelfs, dat ik op een gegeven moment zelfs een beetje begon te snurken, waarop m’n baasje abrupt een einde aan m’n mooie droom maakte door me aan te tikken.

Lobke deed keurig wat ze moest doen, als een echte dame gaf ze de ringen aan het bruidspaar. Daarna werd m’n baasje duidelijk wat de jongens nou hadden gehad toen ze even daarvoor bij de auto gestaan hadden. Mijn baasje zou getuigen zijn voor haar broertje vandaag. Hiervoor moest ze een tekening van haar hand maken of zo iets (als ik het goed begrepen heb hoor, zo iets hoorde ik in ieder geval zeggen door de mevrouw die steeds maar stond te praten in haar lange jurk). Net als de andere 3 getuigen, die ook hun hand moesten tekenen, kreeg m’n baasje een doosje met een mooie pen er in. Jelle mocht de pennen aan de getuigen van Remco geven en Sjoerd aan de getuigen van Debby. In een speciaal boek gingen ze toen allemaal met die pennen tekenen. Daarna mochten ze de pennen houden. M’n baasje is héél zuinig op die pen. Tenslotte had ze met die pen het huwelijk van haar lievelingsbroertje en zijn vrouw bezegelt, hoorde ik haar later vertellen tegen onze hulpen. In de pen stond de datum van de trouwdag gegraveerd en haar naam met “bedankt” erbij. Tja…., dan is het wel logisch dat ze er zo zuinig op is hé.

Toen alles binnen gebeurd was, feliciteerden Bert en m’n baasje het bruidspaar en de wederzijdse ouders, waarna wij begeleid door de bode, snel vertrokken. Terwijl iedereen hier druk mee was, waren wij al weer onderweg naar beneden terug. Weer de smalle gangetjes door, het piepkleine liftje, langs de zijkant van het stadhuis, snel weer terug naar de voorkant, waar iedereen al bij elkaar op die grote trap stond te wachten totdat wij er waren. We moesten met z’n allen op de foto. Ze hadden zo´n haast met de foto nemen, dat ik niet eens de kans kreeg om er even netjes voor te gaan zitten!

Toen de foto gemaakt was, zag je heel veel mensen puffend van de warmte mouwen oprollen, jasjes en vesten uittrekken, stropdassen af doen enzovoort. Was ík effe blij dat ik gewoon lekker naturel daar stond. Voor mij geen zweterige kleding, gewoon puur natuur. Ook Lobke en m’n baasje waren blij dat ze hun warme vest uit konden trekken. Bert en Sjoerd rolden de mouwen van hun overhemdje op. Jelle had het minst last van de warmte van ons gezin, in z’n dunne T-shirt. Hadden we toch niet helemaal voor niets de drukte van Rotterdam getrotseerd.

Inmiddels moesten Bert, m’n baasje en ik weer terug naar de zijdeur, terug de smalle gangetjes in, m’n baasje weer het piepkleine liftje in, maar deze keer naar beneden, waar ‘De Raedskelder’ zat. Een restauratiegelegenheid, waar het bruidspaar hun receptie gaf. Gelukkig was het daar wat koeler. De genodigden waren inmiddels ook al binnen daar. M’n baasje was eerder samen met Bert thuis aan het knutselen geweest met een lege champagnefles, waar ze geld in gedaan hadden en verder gevuld met water. Op de computer had m’n baasje een etiket gemaakt voor de fles, waar een prentje op stond van “Liefde is…”, maar dan de gezichtjes van Remco en Debby er in. Het was eigenlijk niet helemaal geworden zoals m’n baasje gehoopt had, maar de bedoeling was goed geweest. Jelle, Sjoerd en Lobke hadden elk een eigen kaart gemaakt en daar ook geld bij gedaan. Dat zag er allemaal heel leuk uit. Het bruidspaar werd behoorlijk verwend door alle basten, maar dat hadden ze dan ook verdient.

Iedereen zat lekker aan een drankje en er werd gelukkig voor mij ook een bakje water geregeld. Al snel rook ik een heerlijk luchtje…, daar kwam wat lékkers aan….. Ik hoopte dat ik voor deze éne keer, het was tenslotte een bijzondere feestdag, óók iets lekkers van die schaal waar een mevrouw mee rond kwam delen, zou mogen hebben. Maar helaas…., m’n baasje is wat dat betreft echt onverbiddelijk. “Mensen-eten is voor mensen en honden-eten is voor honden”, hield zo ook vandaag vol. Maar gelukkig bleek ze dan ook wat van dat ‘hondeneten’ in haar tasje te hebben, tenminste…., hondenkoekjes dan. En even later bleek er ook nog een stukje gedroogde kaas in het tasje te zitten. Kijk…., zó werd het voor Gompie tenminste óók een beetje feest.

Na een tijdje, we waren nog met een groepje van 23 mensen, vertrok iedereen naar z’n auto. We zouden op een andere plaats gaan eten. Tenminste…., ‘we’…., eigenlijk bedoel ik ‘zíj’…, want ik werd geacht netjes tegen de rolstoel aan te gaan liggen, onder de tafel. En mijn hondenbrokken…., die zou ik pas later krijgen, als we weer thuis kwamen… (zucht!)

Nadat het bruidspaar nog even geposeerd had voor de fotograaf, gingen we het Japanse restaurant binnen. Daar ging het hele gezelschap eerst in een kleine aparte ruimte zitten, waar iedereen wat te drinken kreeg. Voor mij werd een bakje water geregeld. Dorst hoefde ik gelukkig niet te hebben, al had ik nóg liever gewoon m’n brokken gehad. Maar ja…., ik had het niet voor het zeggen hé. Op een gegeven moment werden we door een meneer met hele smalle oogjes, uitgenodigd om ‘aan tafel’ te gaan.

Voordat we naar de speciale ‘tafels’ gingen, kregen alle tweebeners een speciale gekleurde ‘jas’ aan (alsof het nog niet warm genoeg was…), waarna ze allemaal rondom 2 grote bakplaten gingen zitten. Bij elke bakplaat kwam een kok, die daar al goochelend met peper en zoutbus, het eten voor de tweebeners bereidde. Het rook er verrukkelijk, ik kon er niets aan doen maar voor ik er erg in had, lag ik stiekem een beetje te kwijlen. Maar niemand die het zag, ik lag tenslotte in het donker onder de brede rand rondom de bakplaat, dat als tafel dienst deed.

Het was wel een heel vreemd restaurant hoor…., eerst al die ‘jassen’ die iedereen aan trok en aan tafel lagen geen vorken messen en lepels, waar tweebeners normaal mee eten, maar voor iedere gast een setje stokjes. Gewoon…, van hout! Daar moesten ze mee gaan eten! Nou ik kan je vertellen, dat ging niet iedereen even goed af hoor . Ook onze gezinsleden hadden er zeker in het begin wat moeite mee. En dát was weer gunstig voor Gompie…., want zo viel er regelmatig wat op de grond. Tja…. en als hulphond zijnde laat je je baasje natuurlijk niet voor gek staan, dus ik ruimde dat telkens rázendsnel voor hen op als er wat viel;. Niemand heeft gezien dat er malse stukjes ossenhaas, zoals ze dat noemden, of kipfilet en zo, op de grond vielen. Geen brokken voor mij, maar wel heerlijk mals gebakken vlees. Mij beviel dit feestje wel hoor! Alleen jammer dat m’n baasje me niet los liet lopen, dan had ik bij iedereen de boel op kunnen ruimen. Maar ja, aan de andere kant….., op deze manier zou het natuurlijk lijken of mijn gezinsleden dat eten met die houtjes gewoon perfect konden, omdat er bij ons hoekje geen flintertje eten op de grond te vinden was.

Iedereen leek het prima naar de zin te hebben want er hing een gezellige sfeer. Jammer dat ik daar zo in het donker lag, als er gelachen werd, wilde ik af en toe wel eens even opstaan, maar met een handgebaar maakte m’n baasje me dan duidelijk dat ik echt moest blijven liggen. Op een gegeven moment had ik mezelf zo weten te draaien, dat ik precies om het hoekje heen kon kijken, langs de doorgang van de 2 koks. Whow….! En een schalen met éten dat daar steeds naar die bakplaten gingen! Op een gegeven moment ging die kok een omeletje maken en met z’n speciale mes ‘schoot’ hij allemaal stukjes naar de gasten toe. Niet dat ik dat gezien heb hoor, maar dat hoorde ik m’n baasje de volgende dag allemaal tegen onze hulpen vertellen. Dáárom hadden ze natuurlijk allemaal een jas aan gekregen, om hun kleding te beschermen. Alleen jammer dat er niks van dat ei op de grond terecht kwam. Die kok kon veel te goed richten, dat was wel jammer voor mij. Het zal allemaal best heel leuk geweest zijn, dat eten bakken waar wij allemaal bij waren, maar wárm dat het rondom die bakplaten was…..! Op een gegeven moment ging het licht uit en ineens kwam er een enorme steekvlam van die bakplaat. Dat vonden die tweebeners allemaal prachtig, maar ik schrok eigenlijk wel een beetje hoor.

Toen de koks klaar waren met bakken en iedereen klaar was met eten, gingen we naar dezelfde ruimte waar we begonnen waren. Alsof ze nog niet genoeg gegeten hadden, kregen alle tweebeners een heel mooi glas waar volgens m’n baasje ijs in zat. Dat kon ik me niet voorstellen, wat er kwam heel veel rook van af en ik weet zéker dat ijs juist heel koud is, dus daar hoort geen rook vanaf te komen. Maar daar hadden ze speciaal spul voor, dat was ‘voor de sier’. Tja…., dat gaat mijn hondenpetje te boven hoor…, wát heb je nou aan ‘voor de sier’!?!

Terwijl iedereen z’n ijsje zat op te eten, vroeg de vader van Debby om de aandacht. Hij vertelde het een en ander en besloot zijn verhaal met een extra kado; Debby’s ouders hadden een hotelkamer geboekt voor het kersverse bruidspaar, waar ze hun huwelijksnacht zouden kunnen doorbrengen. Ze hadden ook een koffertje met spullen voor Remco en Debby ingepakt, zodat zij gelijk door konden naar hun hotelkamer. Dat was een echte verrassing waar zij heel blij mee waren.

Toen iedereen klaar was met het ijs, begonnen de tweebeners één voor één afscheid te nemen van Remco en Debby en wensten hen een fijne nacht toe samen in het hotel. Wij vertrokken ook huiswaarts, waar ik ruim een half uur later eindelijk mijn eigen brokken kreeg. M’n baasje zegt wel een dat ‘de rijken laat dineren’, nou…., laat ons dan maar niet rijk worden hoor…., ik moet er niet aan denken dat ik iedere dag zo laat m’n brokken zou krijgen zeg! Nee…., Gompie voelt zich pas écht rijk als hij z’n brokken heeft…., hoe eerder…., hoe liever! Maar…., eerlijk is eerlijk, ik had deze avond naast m’n brokken toch ook wel kans gezien om de nodige hapjes ‘menseneten’ te scoren

Wat een verhaal hé…., het blijft toch heel bijzonder hoor, dat trouwgedoe van tweebeners…. Het ís dat we er de kans zelden voor krijgen, maar stél dat het niet vooraf al bedorven zou worden door overijverige baasjes die dit soort zaken nou eenmaal bíjna altijd proberen te voorkomen, dan gaan dit soort dingen bij ons honden allemaal een stuk eenvoudiger; Als je als reu zijnde een leuk teefje tegen komt, die toevallig ook nog loops is…., nou ja…., dan doe je als reu zijnde ‘je ding’. Als je klaar bent, kijk je hooguit nog even om en je vervolgt beiden weer je eigen weg. Daar hebben wij geen hotelkamer voor nodig hoor! Al moet ik zeggen dat dat concept met dat etentje…., dat spreekt me wel aan.

Zo vrolijk als het eerste gedeelte van deze maand verlopen was, zo naar ging het de rest van september. M’n baasje voelde zich namelijk niet zo lekker en moest daarvoor naar het ziekenhuis in Den Haag. Ik mag daar altijd mee naar toe, ze vinden me daar allemaal ook heel lief (wat ik natuurlijk ook gewoon ben hé). Zo ook deze keer. Toen we echter vertrokken, was m’n baasje een beetje uit haar doen, dat voelde ik gewoon. Ze was helemaal niet meer zo vrolijk en thuis kwam er zelfs een beetje water uit haar ogen en piepgeluidjes uit haar keel. Natuurlijk heb ik haar gelijk getroost, maar ze bleef anders dan anders.

De volgende dag was Bert thuis,terwijl de kinderen gewoon op school zaten. Dat klopte niet helemaal. Normaal is Bert dan naar zijn werk. Onze hulpen hadden een grote tas ingepakt met spulletjes voor m’n baasje. Eerst dacht ik nog even dat we saampjes op vakantie gingen, maar ik kwam er al snel achter dat er geen sprake van ‘saampjes’ was. M’n baasje riep me bij zich, ging me heel stevig knuffelen, waarna ik in mijn bench moest en Bert het deurtje dicht deed. Dat doen ze maar zélden! Ik voélde dat er iets naars zat te gebeuren. M’n baasje keek nog één keer met een treurige blik naar mij, waarna ze met Bert vertrok. Een paar uur later kwam Bert weer terug….., maar zónder m’n baasje! Bert vertelde aam de telefoon dat m’n baasje in het ziekenhuis lag. Maar…., wáárom mocht ik dan niet met haar mee!?! Ze vinden me daar immers heel lief…. En ik zou me heus wel weten te gedragen hoor!

Na een paar dagen is m’n baasje weer even een paar daagjes thuis geweest, waarna ze wéér vertrok en wéér een tijd weg bleef. Toen kwam ze weer een paar daagjes terug en toen ging ze écht voor heel lang weg. Ze kwam pas begin november weer terug naar huis. Ik hoorde Bert vertellen dat m’n baasje aan haar buik geopereerd moest worden. Gelukkig was er meestal wel iemand thuis, dan Bert, dan de hulpen, ik was ook wel alleen met Sjoerd thuis. Maar als er echt niemand was…., dan moest ik dus met gesloten deurtje in m’n bench zitten. Dat ben ik helemaal niet gewend, zo alleen thuis….. In eerste instantie moest ik in de bench als ik alleen was, omdat ze bang waren dat ik zelf de voordeur open zou doen en naar buiten zou gaan. Nou…., daar konden ze wel eens gelijk in hebben hoor….. Ik geloof echt dat ik op zoek gegaan zou zijn naar m’n baasje, al zou ik eerlijk gezegd niet weten hoé ik in Den Haag zou moeten komen, want dat is best wel een aardig eindje bij ons uit de buurt.

Op een gegeven moment besloot Bert dat het toch wel heel zielig voor mij was dat ik zo veel tijd in m’n bench moest door brengen. Hij bedacht dat hij de buitendeur ook goed op slot zou kunnen draaien met de sleutel, dan kon ik de deur niet meer open maken. Maar dat maakte me nog steeds erg verdrietig als ik dan weer eens een uurtje alleen moest blijven. Als de hulp of bijvoorbeeld Sjoerd dan weer weg ging en mij alleen achter liet, sprong ik met m’n voorpootjes in het raamkozijn en liet een piep diep uit m’n keel horen. Volgens hen keek ik er dan ook heel droevig bij en dat was ik dan ook. Op een gegeven moment was ik zelfs droevig als er wel iemand in huis was. Volgens onze hulp keek ik zelfs helemaal depressief. Ik miste m’n baasje, hoe lief iedereen hier ook voor me was. Ik snapte niét dat ze zó lang zonder míj weg gegaan was. Ik voelde me lusteloos, was niet echt meer enthousiast te krijgen voor een wandeling of een beetje spelen met de andere huisgenoten.

 Op een gegeven moment zat Bert tegen de telefoon te praten. Opeens riep hij me en hoorde ik ineens luid en duidelijk de stem van m’n báásje uit dat ding komen! Daar begreep ik helemaal niets meer van….., daar paste zij toch nooit in!?!  En al helemáál niet met haar rolstoel! Heel duidelijk hoorde ik haar zeggen:

Ik natuurlijk gelijk m’n knuffeltje gepakt….., maar wáár moest ik het afgeven…., waar wás m’n baasje dan!?! Bert moest er vreselijk om lachen en vertelde m’n baasje dat ik vreselijk sullig liep te zoeken. Blijkbaar zei m’n baasje dat dit niet leuk was of zielig voor mij, of zo. Ineens hoorde ik de stem van m’n baasje niet meer…., maar Bert blijkbaar nog wel, want die bleef gewoon doorkletsen tegen dat kleine grijze ding. Raar hoor! Maar ik vond het geen leuk spelletje. Gelukkig hebben ze dit niet meer gedaan, want ik was er echt een beetje van in de war. Zuchtend plofte ik op de grond neer, kruiste m’n voorpootjes over elkaar en legde daar mijn snuit op. M’n baasje was echt helemaal weg, alleen haar stem was heel even thuis.

Nou, lief vrouwtje, even niet zo’n gezellig einde, maar ja….. Ondanks dat (of misschien wel juíst daarom);

 

Heel veel lieve groetjes van de tweebeners hier thuis en naar ik aanneem óók van m’n baasje

en natuurlijk

heeeeeeeeel veel kiss-jes van jouw eigenste

Gompie

 

                                  

November 2006

 

  Free counter and web stats