Hallo Lief vrouwtje,
Nou, ik moest nodig die
opmerking maken over dat het gebroken pootje van het champagneglas mogelijk een
voorbode zou zijn voor wat ons in 2010 te wachten stond. Voor mij begon het jaar
prima hoor, dankzij alle (alcohol in de) Rescue-druppels lag ik in diepe rust in
mijn bench, terwijl er buiten toch heel wat vuurwerk afgestoken werd. M’n baasje
wilde, nu ik zo lekker rustig lag, ook even met de rest mee naar buiten te gaan
om naar het vuurwerk te kijken en toen deed haar rolstoel het ineens niet meer!
Het stuurkastje viel telkens spontaan uit, waardoor het niet meeviel om bij de
voordeur te komen. Ik vond het allemaal best en droomde rustig verder. Gelukkig
voor m’n baasje lukte het met hulp van Bert uiteindelijk toch om buiten te
komen. Door het raam keek ze wel regelmatig of ik nog steeds rustig lag, wat het
geval was. Dus babbelde m’n baasje gezellig met buurtgenoten die langs kwamen
lopen en “de beste wensen” tegen elkaar zeiden. Nou…, die beste wensen…, die
hadden we hard nodig dit jaar, liep het allemaal net even anders dan ‘best’.
Het begon met een vooraf
geplande operatie aan de blaas en het stoma van m’n baasje. Deze vond 4 januari
plaats. M’n baasje baalde enorm dat ze nu niet bij haar petekindje Jesper kon
zijn op 6 januari. Dan werd hij al weer 2 jaar. Hij wordt zo snel groot. Het is
iedere keer weer een verrassing wat hij nu weer bijgeleerd heeft, als we hem
weer zien. Hij babbelt er al lekker op los, hij begint zelfs mijn naam te
brabbelen. Meestal moet hij wel even wennen als ik er ben, maar na een tijdje
komt hij dan toch altijd wel weer even bij mij kijken. Logisch natuurlijk, hij
heeft van mij niks te vrezen. Maar goed, helaas moest m’n baasje dus
noodgedwongen deze 2e verjaardag overslaan.
Vol goede moed en in het
vertrouwen dat het slechts voor ongeveer een weekje zou zijn, bracht Bert m’n
baasje de 3e januari naar het ziekenhuis in Den Haag. Dat is wel een
hoop op en neer rijden voor Bert, maar dat heeft hij er graag voor over. In Den
Haag kennen ze m’n baasje goed en houden ze echt heel goed rekening met haar
beperkingen. Bert zegt altijd dat hij liever een uur rijdt om op bezoek te komen
in de wetenschap dat zijn vrouw goed verzorgd ligt, dan vlakbij, maar dan
telkens maar af moeten wachten of alles wel goed gaat. In het verleden hebben we
bij ons in de buurt gewoon niet zulke positieve ervaringen opgedaan aangaande
het plaatselijke ziekenhuis in combinatie met de handicap van m’n baasje.
Helaas liep het allemaal
anders dan gepland. Ik kan je nu hier wel uitgebreid gaan vertellen wat er
allemaal precies gebeurd is, maar ik weet dat m’n baasje je ook via de telefoon
op de hoogte heeft gehouden, lief baasje. Laat ik voor de lezers op internet het
er in ieder geval op houden dat m’n baasje echt wel héél veel in het ziekenhuis
heeft gelegen en wel héél veel pech heeft gehad dit jaar, wat natuurlijk voor de
andere tweebeners ook niet echt makkelijk was. Ze zijn hier best wel wat gewend,
maar zoveel als m’n baasje in 2010 in het ziekenhuis heeft gelegen en is
geopereerd, dat heeft ze -gelukkig- nog nooit eerder meegemaakt en we hopen
natuurlijk ook, dat dit nooit weer zo gebeurd.
Het lastige voor mij, als
hulphond en trouw maatje van m’n baasje, was wel dat we elkaar steeds kwijt
waren. Ik begreep gewoon niet zo goed
waar m’n baasje nou steeds heen ging. Dan ging ze weg met Bert, tassen bij zich
en de tillift en na een tijdje kwam Bert weer zonder m’n baasje,
de tassen en de tillift thuis. Vervolgens zag ik Bert ook nog maar heel weinig,
want die ging na zijn werk natuurlijk iedere dag op bezoek bij zijn
vrouwtje. Daar kwam hij vaak pas rond 21.00 uur of soms nog wel later van terug
thuis.
Maar het is ook een paar keer gebeurd dat er mannen in groen/gele pakken
kwamen met een speciale auto, die heel veel herrie maakte als hij onze straat in
kwam rijden. Zij plakten dan allemaal draadjes op m’n baasje en namen haar dan
mee naar onze auto. Eén van die mannen ging dan achterin onze bus op het bankje,
naast m’n baasje zitten, met zijn koffertje met spullen. Bert reed dan, terwijl
de andere man met groen/geel pak er achteraan reed in zijn speciale witte auto.
En ook dan kwam Bert na uren weer telkens alleen thuis, zonder m’n baasje.
Wanneer m’n baasje dan na
verloop van tijd weer thuis kwam, samen met Bert én de tassen én de tillift, dan
mocht ik niet tegen de stoel op springen en moest ik heel voorzichtig doen. M’n
baasje ging helemaal niet meer naar buiten, ook niet met mij… Ik werd uitgelaten
door Bert, de kinderen en onze hulpen.
M’n baasje wilde ook
helemaal niet spelen…, ze lag maar gewoon de hele dag een beetje te liggen, af
en toe wat te slapen. Ik vond dit eigenlijk helemaal niet zo leuk en begreep er
ook helemaal niets van.
Gelukkig was m’n baasje
toen Sjoerd jarig was wel thuis. We zijn toen uit eten geweest bij het
Wokrestaurant. Dat wil zeggen, de tweebeners, ik moest natuurlijk netjes onder
tafel blijven liggen. Behalve toen de jongens na het eten gingen ‘Carten’. Dit
zit boven het Wokrestaurant. Bert en m’n baasje gingen ook even kijken hoe de
jongens het deden, dus moest ik natuurlijk ook mee. Niet dat ik daar heel blij
mee was hoor, want om bij de cartbaan te komen, moesten m’n baasje en ik eerst
in een heel krap liftje, waarmee we naar de bovenste verdieping van het gebouw
gingen, waar volgens de tweebeners die cartbaan zou zijn. Ik heb er geen idee
van, ik kon helemaal niets zien, omdat er pas op tweebener-ooghoogte een raam
zat om door op de cartbaan te kijken. Ik hoorde alleen maar de herrie van iets
dat steeds vlak achter het wandje waarachter wij stonden, langs scheurde. Van
mij hoefde dit niet, ik werd een beetje angstig van die onzichtbare
herrie-karretjes. Maar goed, de jongens
hadden het wel heel erg naar hun zin gehad. Ze waren helemaal opgewonden, toen
ze zo’n 20 minuten later weer van achter dat wandje vandaan
kwamen. Ze zouden daar ‘2 rondes’ gereden hebben, wat dat dan ook in mocht
houden en Sjoerd had beide rondes gewonnen van zijn broer.
Uiteindelijk hadden de tweebeners het wel gezellig gehad met elkaar, maar ook
toen was m’n baasje niet zoals ik gewend ben. Toen we thuis kwamen, ging ze
bijvoorbeeld gelijk liggen slapen.

Hetzelfde gold voor mijn
verjaardag; Er was wel een hondentaartje, net als anders. Met 9 ‘kaarsjes’ erop,
want ik ben dit jaar al weer
9
jaar geworden.
Er waren net als anders ook kadootjes, maar niet zoveel als ik gewend
ben… Sjoerd en Jelle waren het gewoon helemaal
vergeten! Normaal zou m’n baasje al langer van tevoren aandacht aan mijn
naderende verjaardag besteed hebben, waardoor zij ook een presentje voor mij
gekocht zouden hebben. Gelukkig was Lobke mij niet vergeten en Bert en m’n
baasje ook niet En natuurlijk kreeg ik per post ook van jou een heerlijk bot
opgestuurd lief vrouwtje. En een kaart van Lidy, mijn puppysponsor, waarvoor
beiden nog heel erg bedankt! Zie hiernaast de oogst van mijn kadootjes en
vergelijk dit met andere jaren…
Maar goed, ik heb toch
genoten van de aandacht en de kadootjes die ik wel kreeg. Zo staat m’n baasje
tenslotte ook in het leven; kijken naar wat je wél hebt, in plaats van wat je
niet hebt.
Kijk maar eens naar
onderstaande foto impressie van mijn verjaardag. Ziet er toch best nog wel
gezellig uit, nietwaar?

En toch…, ondanks dat…, was
het allemaal niet zoals ik gewend ben. Ik kon er niet echt een spreekwoordelijk
hondenpootje achter krijgen wat er nu eigenlijk aan de hand was… maar iets
klopte er niet…

Wel
waren Bert en m’n baasje veel op hun computertjes bezig. Regelmatig kwamen ze
ook bij elkaar kijken en hoorde ik een van hen zeggen; “Oh…, ik heb hier geloof
ik ook wel een mooie”. Zij bleken dus huizen aan het kijken te zijn. Het wordt
m’n baasje gewoon allemaal veel te zwaar in het huis waarin we nu
wonen. Telkens de traplift op moeten, waarvoor ze haar hele rolstoel in moet
klappen, hetgeen gewoon veel energie en extra pijn kost. In eerste instantie
keken ze telkens naar bungalows, maar op een gegeven moment hadden ze een
appartement gevonden waar ze helemaal verliefd op waren.
In ieder geval was wel duidelijk
dat Bert en m’n baasje het serieus meenden met de verhuisplannen, want onze
makelaar kwam op een gegeven moment een bord in onze tuin plaatsen met ‘TE KOOP’
erop. Dat doet me nu ineens aan iets denken, lief vrouwtje… Helemaal in het
begin van mijn dagboek, toen jij voor de 1e keer bij ons thuis op
bezoek geweest was, toen vroeg ik me toch af of je niet bij ons in de buurt zou
kunnen komen wonen. Wel…, ik weet nu een heel mooi huis voor jou, lief vrouwtje.
Hier…, in Papendrecht. En het is echt een fijn huis, want ik woon er zelf heel
wat jaren in
.
In maart werd er een afspraak gemaakt met de
makelaar om het appartement dat ze op de computer gevonden hadden, in het echt
te gaan bezichtigen. Bert vond dat ik maar even thuis moest blijven. Nou ja….!
Als we daar zouden gaan wonen, dan ging ik toch ook mee zeker! Ik wilde het daar
ook wel even bekijken, even keuren. Maar helaas, Gompie bleef thuis, wachten tot
Bert en m’n baasje weer terug kwamen.
Ze waren helemaal opgetogen
over het huis. M’n baasje zag zichzelf er al helemaal wonen. Ondanks dat we nu
in een huis met begane grond en 2 verdiepingen wonen, zouden we er in woonruimte
nog zo’n 5 vierkante meter op vooruit gaan. We zouden geen tuin meer hebben,
want het appartement zit op de 1e verdieping, maar er zat wel een
groot balkon aan, waar m’n baasje met gemak met haar rolstoel op zou kunnen. En
dan zou er ook nog ruimte genoeg zijn voor de andere huisgenoten. Dat klonk dus
allemaal wel goed.
Ondanks dat het goed klonk,
bleven Bert en m’n baasje nog wel verder zoeken naar mogelijke andere woningen
die geschikt zouden zijn. Maar ja, een geschikte woning moest wel aan heel wat
zaken voldoen. Zo moesten er minimaal 3 (liefst ruime) slaapkamers zijn, een
ruime woonkamer met liefst een open keuken. Er mocht geen hoekkeuken of een
kookeiland zijn, maar het liefst een rechte keuken. Dit om het voor m’n baasje
zo makkelijk mogelijk te maken om iets in de keuken te doen. De badkamer moest
liefst ruim genoeg zijn om met de rolstoel in te kunnen, zodat m’n baasje daar
privé haar stoma’s kan verschonen. Dus een toilet in de badkamer zou dan ook wel
erg praktisch zijn. Verder is een ligbad een absolute must, immers m’n baasje
kan niet zitten, dus ook niet onder de douche. Er zou ergens in de woning
absoluut ruimte moeten zijn voor de sauna die we nu al hebben. Daar gaat m’n
baasje zó graag in, dat ze deze absoluut niet op wil geven. Natuurlijk moet er
wel een lift zijn, als de woning niet op de begane grond zit en zou er ook een
ruim balkon of een tuin aanwezig moeten zijn, om lekker buiten te kunnen zitten
in de zomer. De omgeving en het uitzicht wegen ook erg zwaar. Zo moet er wel
iets te zien zijn van binnenuit en winkels in de buurt zouden ook wel erg handig
zijn. Tot slot moet de woning wel aanpasbaar zijn.En geloof het of niet, lief
vrouwtje…, maar volgens Bert en m’n baasje voldeed het appartement dat zij
bezichtigd hadden aan al deze voorwaarden!
Helaas stonden enkele dagen
later die mannen met hun groen/gele pakken weer voor de deur. Het ging weer
helemaal niet goed met m’n baasje, dus daar gingen ze weer. Zelfs toen Bert
jarig was, was m’n baasje niet thuis… Dus had niemand het meer over dat
appartement. Alhoewel Bert ’s avonds nog steeds wel veel op zijn laptopje zat te
kijken.
Toen m’n baasje eindelijk
weer thuis was, gingen ze het al snel weer verder hebben over een andere woning.
Bert had inmiddels ook een mooi nieuwbouw appartement gezien en daar informatie
over aangevraagd. Helaas bleek iemand anders al bezig te zijn met dit huis te
kopen, dus zouden wij als geïnteresseerden op de lijst gezet worden. Op een
middag gingen Bert en m’n baasje buiten bij dit nieuwbouw appartement kijken en
ik mocht ook mee. We liepen er een beetje rond in de buurt. Op de begane grond
zou een heel winkelcentrum komen. Dit vonden Bert en m’n baasje er ook wel
interessant uitzien. Op de bouwtekeningen, die ze wel opgestuurd hadden gekregen
van de makelaar, zaten ze in gedachte de boel een beetje in te richten. Zoals
het leek, zou ook deze woning heel geschikt kunnen zijn. Dus jammer dat er al
andere mensen bezig waren om eventueel deze woning te kopen. Er zou ook een park
vlak naast het complex komen, dus dat leek mij wel wat.
Ik was helemaal uitgelaten
vrolijk, éindelijk was ik weer eens even buiten met mijn baasje!!! Gelukkig zag
ze hoe ik uitbundig naast de stoel liep te springen. Ik danste bijna van geluk.
En dat werd nóg uitbundiger, toen m’n baasje de tennisbal en het
tennisballen-zwiepding uit de auto pakte. Yés!!! We gingen spelen!!! Jammer
genoeg begon het al snel te regenen en gingen we weer terug naar huis. M’n
baasje was erg moe van dit alles en viel niet veel later in slaap. Pffft…, saai
hoor…
Wat ook wel lastig is van
het vele slapen dat m’n baasje doet, is dat ze na het avondeten regelmatig in
slaap valt. Bert gaat mij dan altijd uitlaten. Als we dan terug komen, wil ik
gelijk mijn brokjes, dat ben ik gewend. Maar ja…, als m’n baasje dan ligt te
slapen…, dan moet ik dus wachten met mijn lege maag. Ik ga dan zo dicht mogelijk
tegen de rolstoel aan liggen, zodat ik iedere beweging van m’n baasje gelijk
opmerk en dus ook gelijk omhoog spring. Bovendien, wie weet wordt ze wel wakker
van de herrie van mijn knorrende maag…, je weet het niet hé…
Overigens
weet ik zo tussendoor inmiddels ook wel wat extra eten op de kop te tikken. De
ratjes hebben namelijk zaden, maar ook Bix-korrels in hun voer zitten. De
Bix-korrels vinden ze niet zo lekker en die gooien ze dan gewoon uit hun
voerbakje, die dan vervolgens via de tralies van de kooi door op de grond
vallen. En dat ruim ik dan weer netjes op voor m’n baasje. Ja, ja…, ik ben een
echte hulphond…, als het om dit soort klusjes gaat
.
Op het fotootje zie je 1 van onze 3
ratjes, lief vrouwtje. Dit is Sexy (die haar naam aan te danken heeft aan de
creativiteit van Lobke).
Inmiddels hebben de
tweebeners ook door dat ik die brokjes loop te eten. Ik stoot namelijk telkens
met mijn lijf tegen de knop waarmee de DVD speler, waardoor deze open gaat. Dit
gebeurde een keer toen de tweebeners koffie zaten te drinken. “Nou weet ik
waarom dat DVD laatje telkens open staat”, hoorde ik Ana zeggen. “Ach, Bix is
gedroogd gras, dus gezond”, merkte m’n baasje luchtig op.
De ratjes zorgen overigens
voor meer extraatjes voor mij. Elke ochtend als m’n baasje beneden komt, neemt
ze een banaan. De ratjes staan dan altijd al te wachten tot ze ook een stukje
krijgen. M’n baasje bijt er dan een klein plakje van af voor elk van de ratjes.
Ik zorg dan natuurlijk dat ik er ook bij ben en inmiddels krijg ik dan ook een
plakje banaan. Niet dat ik dit echt heel lekker vind hoor, maar als zij wat
krijgen, dan wil ik ook wat!
Omdat m’n baasje dus dacht
dat ik van banaan hield, kreeg ik op een middag een groot stuk banaan. Dit omdat
er een paar bananen op de fruitschaal lagen die op moesten. Ik pakte het stuk
beleefd aan, likte er aan, om het vervolgens te laten liggen. “Hoef je nu niet,
gekke hond?” zei m’n baasje, waarna ze het stuk van de vloer pakte met haar
helping-hand. Ze brak er kleine stukjes af om aan de ratjes te geven. Toen ik
dát zag, was ik er gelijk bij. “Wil je nu ineens wel?” vroeg m’n baasje, waarna
ze me het resterende stuk banaan terug gaf. In 1 hap slokte ik het stuk banaan
naar binnen. Ik hou eigenlijk helemaal niet zo van banaan, lief vrouwtje, maar
als m’n baasje iets aan die ratjes geeft…, dán wil ik natuurlijk ook wat!
Tenslotte sta ik altijd voor haar klaar, terwijl die rattenbeesten daar alleen
maar gewoon zitten te zitten in die kooi, of liggen te slapen. Want het zijn
echte slaapkoppen hoor! Volgens m’n baasje komt dit omdat het nachtdieren zijn,
die dus overdag slapen en ’s nachts actief zijn. Tja…, lekker belangrijk…., wat
heb je eraan?
Overigens heb ik gehoord
dat m’n baasje inmiddels ook steeds minder aan mij heeft… Nou ja, op hulpgebied
dan hé, want als knuffel ben ik nog even knuffelig als altijd hoor. Maar goed,
het klopt inderdaad wel dat ik inmiddels wat minder actief ben. Als m’n baasje
iets laat vallen bijvoorbeeld en ze vraagt of ik dat op wil rapen voor haar, dan
kijk ik altijd eerst even rustig of er niemand anders is die dit voor mij wil
doen. En ik heb ontdekt dat als ik maar voldoende de tijd neem voordat ik in
actie kom, dat het meestal wel al door iemand anders gedaan wordt. Door onze
hulp bijvoorbeeld, of door Bert of, als ze thuis zijn door een van de kinderen.
Nou…, wat zal ik me dan nog druk maken.
Hetzelfde geldt voor het
avondritueel, vlak voor het slapen gaan. Ik heb altijd met veel plezier m’n
baasje geholpen met uitkleden, als ze eenmaal op bed lag. Ik bracht dan ook nog
netjes alle vuile kleren naar de wasmand in de badkamer, zonder problemen. Maar
in de loop van dit jaar, toen m’n baasje telkens weg was, toen ontdekte ik dat
het toch ook wel heel erg lekker is om gelijk na het laatste rondje uit naar
boven te lopen en naast het bed neer te ploffen. Oogjes dicht en slapen maar.
Vaak was ik al in dromenland voordat Bert dan zijn bed in stapte.
En zodoende was ik dus niet
echt enthousiast meer om m’n baasje nog te helpen met uitkleden ’s avonds voor
het slapen gaan. Immers, voordat zij helemaal boven is met de traplift, dan met
de plafondlift nog vanuit de rolstoel naar het bed…., tja…, dan ben ik dus al
half onderweg naar dromenland. Ik zeg met nadruk half, want ik krijg altijd
eerst een ‘slaapbrokje’ van m’n baasje voor het slapen gaan. Tja en dat dit
‘slaapbrokje’ eigenlijk was als beloning voor het helpen met uitkleden…, dat was
ik al lang vergeten! Okay…, als ze héél erg aandringt en maar genoeg; “Gompie,
tug my sock…, come on…., tug, tug, tug…., come on Gompie…., túg…!” Nou ja…, dan
trek ik die sok nog wel even uit, om hem daarna op de grond naast me neer te
leggen en weer languit op m’n kleedje te gaan liggen. Als m’n baasje er veel zin
in heeft, begint ze hetzelfde ritueel nog weer opnieuw, maar meestal heeft ze er
na 2 sokken en zoveel oppeppen wel genoeg van.
Al was het alleen maar
omdat Bert dan inmiddels al weer lang en breed onder de douche vandaan is. Die
neemt het dan vervolgens van mij over. Prima geregeld toch!?! Alleen, wanneer ze
helemaal klaar zijn…, dan sta ik altijd nog wel 1 keer op. Om mijn ‘slaapbrokje’
op te halen. En als m’n baasje dit onverhoopt mocht vergeten, dan heb ik zo mijn
eigen methode om haar hier nog even aan te herinneren. Gewoon mijn natte neus
een paar keer tegen haar arm duwen. Geloof me, lief vrouwtje…, dan heb ik zo
mijn ‘slaapbrokje’ te pakken. En dat is in ons aller belang; des te eerder
kunnen we dan allemaal lekker gaan slapen.
Het klinkt misschien
allemaal lui en gemakzuchtig, maar dat is echt niet zo, lief vrouwtje. Vergeet
niet dat ik in februari al weer 10 mensenjaren oud wordt. Er vanuit gaande dat 1
mensenjaar gelijk staat aan 7 hondenjaren, dan heb ik dus inmiddels de
respectabele leeftijd van ruim 68 jaar bereikt. En als je dan bedenkt dat mensen
zoveel ophef maken over het feit dat ze in de toekomst niet met hun 65e
met pensioen mogen, maar door moeten werken tot ze 67 jaar oud zijn, dan heb ik
dus álle recht op mijn pensioen, nietwaar?
Gelukkig ziet m’n baasje
dit inmiddels ook wel in. Ze heeft er wel behoorlijk mee geworsteld hoor. Zo
vertelde ze tijdens het huisbezoek van nazorgtrainster Yvonne, in januari van
dit jaar, dat het nog prima ging met mij. Dat ik nog steeds mijn werk goed deed
en zo. Ze was er gewoon nog niet aan toe om te erkennen dat het voor mij toch
eigenlijk zo langzamerhand wel welletjes was met het volledige hulphondenwerk.
Nou ja…, ze merkte het misschien ook even wat minder, omdat haar hoofd gewoon
even naar heel andere dingen stond, met al die gezondheidsproblemen.
Maar op een gegeven moment
en mede dankzij een gesprek hierover met jou, lief vrouwtje, begon m’n baasje
voorzichtig te wennen aan het idee dat ik niet eeuwig door zou kunnen blijven
werken. Gelukkig wist jij m’n baasje ervan te overtuigen dat zij maar eens
contact met Yvonne moest opnemen om mijn naderende pensioen te bespreken.
Daar ben ik je wel dankbaar voor, lief vrouwtje. Overigens had Bert dit ook al
wel diverse malen tegen m’n baasje gezegd, maar ja…., ze vond dit toch nog wel
een hele stap. En dat terwijl ze toch ook zou moeten weten dat ik altijd heel
hard gewerkt heb en heel wat kilometers gelopen heb, door het actieve leven dat
m’n baasje er op na houdt.
Bert en m’n baasje zijn deze zomer naar de Supportbeurs gegaan. Een beurs
waar van alles te vinden is op het gebied van handicap en aanpassingen. Ze
besloten mij thuis te laten, want ik wordt ook niet echt blij meer van grote
mensenmassa’s en drukte. En druk is het altijd op die Supportbeurs. Als ze weg
gaan en mij thuis laten, kan ik altijd héél zielig kijken. M’n baasje is hier
best heel gevoelig voor. Dan gaat ze altijd weer
twijfelen
of ze mij toch niet beter gewoon mee kan nemen. Maar ik was helemaal niet alleen
thuis hoor…, Sjoerd en Lobke waren ook gewoon thuis, die lagen alleen nog even
uit te slapen. Het leuke van dat zielige kijken (de ‘Droopy-blik’ noemt m’n
baasje dat), is dat m’n baasje dan manieren gaat zoeken om mij blij te maken. En
waar maak je een Labrador blij mee…? Juist…, met wat lekkers! Dus krijg ik dan
een lekker botje en als toegift gooit m’n baasje altijd nog wat brokjes in de
bench. “Dan heeft hij wat afleiding”, zegt ze dan tegen Bert. Nou…., van mij mag
ze voor nog héél veel meer afleiding zorgen hoor!
Maar goed, Bert en m´n
baasje gingen dus naar de Supportbeurs. Ze hadden in ieder geval 3 doelen voor
deze dag. Ze wilden even langs bij de plafondlift leverancier, om de situatie in
ons toekomstige appartement te bespreken. Daarvoor hadden ze zelfs een
plattegrond van het appartement meegenomen.
Het 2e doel ging
over mijn hondenpersoontje. M’n baasje had namelijk aan Bert beloofd dat ze op
de Supportbeurs de stand van Stichting Hulphond zou opzoeken, om daar aan Yvonne
vertellen over mijn naderende pensioen. Alleen…, Yvonne bleek dus niet aanwezig
te zijn. M’n baasje dacht eerst wel dat ze Yvonne zag, maar toen ze aan een
collega die in de stand stond vroeg of Yvonne zo even tijd voor haar had,
terwijl ze naar de vrouw wees die ze voor Yvonne aan zag, bleek dit dus collega
trainster Ayra te zijn. Even dacht m’n baasje er nu makkelijk onderuit te komen
en dus niks te zeggen, maar gelukkig besloot ze het dan toch maar tegen Ayra te
vertellen, dan was het hoge woord er maar uit. Met dikke tranen vertelde m’n
baasje snikkend tegen Ayra dat ik aan mijn pensioen toe was. “Maar Gomp blijft
wel bij ons wonen hoor”, zei m’n baasje er gelijk bij.
“Wat een gek mens ben ik
hé…, met mijn gesnotter”, zei m’n baasje. Maar gelukkig voor haar, begreep Ayra
dit wel. Ayra liet m’n baasje beloven dat ze het hele verhaal op de mail
zou zetten naar Yvonne. “Wel doen hé, anders moet ik het aan haar vertellen en
Yvonne hoort het vast liever van jou”, spoorde Ayra m’n baasje aan. En zo
stuurde m’n baasje dus diezelfde avond nog een uitgebreide mail naar Yvonne,
waarin ze zich ook uitgebreid verontschuldigde dat ze in januari nog beweerd had
dat alles nog helemaal prima ging. “Het leek wel een biecht”, grapte Yvonne
later om deze lange mail.
Het 3e en
laatste doel was dat m´n baasje wilde weten of er nog mogelijkheden zouden zijn
voor haar om zelf auto te rijden en of dit, ondanks haar Morfinegebruik, zou
mogen van het CBR. Ze hebben een behoorlijk gedeelte van de dag aan dit item
besteedt, hoorde ik later. De conclusie was dat het ondanks het Morfinegebruik
wel mocht, omdat m´n baasje dit al heel lang gebruikt. In principe zou het ook
mogelijk zijn om een busje zo aan te passen dat m´n baasje zelf zou kunnen
autorijden. Alleen…., het gaat er waarschijnlijk nooit van komen, omdat er een
praktisch, doch wel zeer belangrijk probleempje is; De kosten voor het aanpassen
van zo’n autobusje zou namelijk, schrik niet….., ruim €100.000,= gaan kosten. En
dan hebben ze het alleen nog maar over de aanpassingen, dan moet er dus nog wel
een auto om die aanpassingen heen gekocht worden. Jammer hoor, voor m’n baasje,
want ik weet hoé verschrikkelijk graag ze weer zelf auto zou willen rijden. Geen
gedonder meer met taxi’s, gewoon lekker zelf weg kunnen wanneer ze zou willen.
Ik zou het m’n baasje echt gunnen…, maar ja…, zo rijk ben ik nu ook weer niet.
Zelfs wanneer ik die ‘afleidingsbrokjes’ de kluifjes, de ‘koffie- en de
slaapbrokjes’ zou inleveren…., dan nog krijg ik natuurlijk nooit zóveel geld bij
elkaar gespaard. Dus houden m’n baasje en ik het maar noodgedwongen bij de taxi.
Máár…, ondanks dat ze waarschijnlijk nooit meer echt zal autorijden, begreep ik
toch dat het m’n baasje een enorme kik gaf dat het in principe niet onmogelijk
was. Dus het bezoek aan de CBR stand was niet voor niets geweest, immers een
goed gevoel is ook heel wat waard.
En het reizen met de taxi
blijft inderdaad een noodzakelijk kwaad. Zo hebben we deze zomer weer wat mafs
meegemaakt…. Oma Heijstek had haar heup gebroken, tijdens een fietstochtje naar
haar zus en zwager. Hier is ze aan geopereerd en is ze een aantal weken
opgenomen geweest op de revalidatieafdeling van het verpleeghuis. Op een middag
wilde m’n baasje samen met Lobke en mij op bezoek gaan bij oma. M’n baasje
bestelde dus een Drechthopper (onze regiotaxi), die al een stuk later voor kwam
rijden dan zou moeten. Nou ja…, daar is m’n baasje inmiddels al wel aan gewend,
die taxi’s rijden zelden op tijd. Maar toen de taxi er dan eindelijk was, gingen
wij met z’n drieën gelijk naar buiten.
De chauffeur had de
liftplaat al laten zakken en stond zelf nog achter in de taxi. Toen hij ons zag,
riep hij verschrikt: “Die hoend gaat toch niet mee hé!?!” Nou…, die hond ging
dus wel mee, kom zeg, ik ben tenslotte een hulphond, bovendien hartstikke lief
en doe geen vlieg kwaad. De chauffeur was al weer bezig de lift terug in te
klappen. “Hoend kan echt niet mee”, verzekerde de man m’n baasje. “Iek bel met
centrale…, wacht…” zei de man, terwijl hij naar zijn mobilofoon liep. “Mefrouw
wil hoend meenemen, kan niet, ik ben echt bang voor hoend, doe ik echt niet”. De
stem uit de mobilofoon zei dat ik een hartstikke lieve hulphond was die niemand
kwaad doet. Gelukkig, dat dat maar duidelijk is! “Maar ik ga echt nie doen…, iek
maak ongeluk, iek doe echt niet, stuur maar andere chauffeur”, sputterde de
chauffeur tegen. En geloof het of niet, lief vrouwtje, maar die lift kwam dus
niet meer naar beneden. Daar stonden wij dan met z’n drieën op straat… En ik
vind het altijd erg leuk om oma te zien, oma vind mij ook heel leuk, dus
gelukkig wilde m’n baasje echt dat ik mee mocht.
De chauffeur kwam terug
naar achter in de auto, waar hij veilig van achter de opgeklapte lift tegen ons
zei dat er straks een nieuwe taxi zou gaan komen. M’n baasje probeerde nog uit
te leggen dat ik echt heel braaf was, dat ze mij aan de lijn zou houden. Dat hij
misschien beter ander werk zou kunnen zoeken, want dat het toch raar was om op
een gehandicaptentaxi te willen rijden, als je geen eens hulp- of geleidehonden
zou willen vervoeren. “Ga jij ander werk zoeken voor mij!?!” schreeuwde de
chauffeur m’n baasje toe. Toen m’n baasje om zijn naam vroeg, kreeg ze als
antwoord dat ze dat op de taxicentrale wel wisten. Maar m’n baasje wilde echt
zijn naam, want ze wilde hier een klachtenbrief over gaan schrijven, en terecht!
“Mehmet…, zo goed? Moet jij ook geboortedatum?!?” blafte de chauffeur m’n baasje
toe. M’n baasje bedankte hem beleefd en toen moesten we dus op de volgende taxi
wachten. Op de klacht die m’n baasje na thuiskomst schriftelijk ingediend heeft,
heeft ze helaas nooit meer antwoord ontvangen van de gemeente.

Helaas liet de taxi die ons
nu op zou moeten komen om ons alsnog naar oma te brengen, nog wel even op zich
wachten. Wel ironisch, al dat wachten, vooral als je weet wat het plaatje is dat
ze voorop de folder van de Drechthopper hebben staan;
→ → → → → →
→ → → → → → → → → → → → → → → →
→ →
Met het bespreken van de
heenreis had m’n baasje ook gelijk de terugreis besproken. Omdat we met de 2e
taxi die bij ons voor kwam rijden ook nog eens een paar mensen weg moesten
brengen onderweg en iemand op moesten halen, kwamen we echt heel laat aan bij
het verpleeghuis. Hierdoor hadden we nog maar heel weinig tijd om bij oma op
bezoek te zijn. M’n baasje heeft nog wel geprobeerd om de terugreis wat te
verzetten, maar helaas, dat mocht niet meer. “Dat had u dan ruim 1 uur voor de
geplande vertrektijd moeten doen”, kreeg ze te horen. Gggrrrrrrr…..!!! Begrijp
je nu, lief vrouwtje, waarom m’n baasje zó verschrikkelijk graag weer zelf auto
zou willen rijden? Dan zou ze namelijk gewoon kunnen gaan wanneer ze zou willen,
zonder dit soort idiote situaties en ergernissen.
Overigens is oma gelukkig
inmiddels weer gewoon terug in haar eigen appartement. Het lopen gaat allemaal
niet meer zo vlot en soepel als voorheen, maar gelukkig kan ze zich, met wat
thuishulp en fysiotherapie aanhuis, wel weer een beetje redden thuis. Ik kom
overigens liever bij oma thuis op visite als in het verpleeghuis. In de eerste
instantie voor oma zelf, maar daarnaast ook omdat oma van die lekkere zachte
hoogpolige vloerbedekking heeft. Hmmmm…, dat is net één heel groot hondenbed!
De bezoekjes aan oma, met
de taxi en meestal samen met Bert, met onze eigen bus, waren overigens een van
de weinige uitstapjes waar ik met m’n baasje naar toe ging. O ja, m’n baasje en
ik zijn ook nog een keer lopend op stap geweest. Toen gingen we een school
bezoeken bij ons in Papendrecht; basisschool ’t Kofschip. Daar zou enkele weken
later het GIPS project georganiseerd worden. Dit zou dan weer de eerstvolgende
keer zijn nadat we hier van start gingen met GIPS-Papendrecht. Door de problemen
die m’n baasje telkens had met haar gezondheid, durfde ze het niet zo goed aan
om nieuwe afspraken te gaan maken met basisscholen voor het project. Immers, als
zo’n afspraak gepland staat, rekent de school er ook wel op dat het door gaat en
daar kon m’n baasje nu niet zomaar voor instaan.

Gelukkig was ze begin dit jaar in contact gekomen met mensen van
Stichting GIPS S&L (waarbij S&L staat voor Spelen en Leren). Deze stichting is
al 20 jaar actief met het GIPS project. Zij hebben 150 vrijwilligers en bezoeken
jaarlijks zo’n 300 scholen! Nu was één van de vrijwilligers van deze stichting
hier in de buurt komen wonen, in Hardinxveld-Giessendam. En deze mevrouw, Freke
genaamd, wilde dolgraag weer aan de slag met het GIPS. Dat kwam dus heel mooi
uit, want m’n baasje was naarstig op zoek naar nieuwe vrijwilligers. Bovendien
ging ze ook een samenwerking aan met die Stichting GIPS. Deze stichting heeft
zich ten doel gesteld dat er op termijn op alle basisscholen een GIPS project
kan worden aangeboden. Dat kunnen zij natuurlijk niet alleen, dus zoeken zij
samenwerking met reeds bestaande projecten en organisaties die een dergelijk
project op zouden willen zetten.
De manier waarop ze in
Limburg het project draaien verschilt wel wat van de manier waarop wij hier van
start waren gegaan, maar dan wel op een positieve manier. Zij gebruiken een heel
ander speelbord en hebben zeer professioneel materiaal en documentatie. Wanneer
we een samenwerking zouden aangaan, zouden we hier in Papendrecht gewoon gebruik
mogen maken van al die spullen. De directeur van de stichting, die samen met een
paar vrijwilligers en werknemers al een paar keer bij ons thuis is langs
geweest, bracht bij zijn laatste bezoek aan ons een eigen spelbord voor ons mee.
Omdat Freke al zoveel ervaring met het GIPS heeft, durfde m’n baasje nu ook wel
afspraken met de basisscholen te gaan maken voor dit schooljaar. Wanneer m’n
baasje onverhoopt niet zou kunnen, dan zou Freke prima de leiding over kunnen
nemen.
Die ene keer dat m’n baasje
en ik dus lopend op stap gingen, moest m’n baasje samen met de leerkracht van
die basisschool ’t het een en ander doorspreken en voorbereiden voor het komende
project, dat voor half november gepland stond. Gelukkig waren we ruim op tijd
van huis vertrokken en had ik gezien dat m’n baasje het tennisballen-zwiepding
meegenomen had. Ik danste bijna van vreugde naast de rolstoel. Toen we er bijna
waren en m’n baasje zag dat het nog vrij vroeg was, besloot ze dat we de tijd
wel konden vullen met balletje gooien. Yés!!! Gompie werd hier wel blij van!!!
Helaas begon het na een
aantal minuten wat te druppelen. Dat is dan weer het nadeel van dit jaargetijde
hé…. Jammer genoeg besloot m’n baasje dat we dan maar lang genoeg gespeeld
hadden. “We gaan ons niet helemaal nat laten regenen, Gomp. Kom op, we rijden
naar de school, voordat het flink door gaat regenen.
Wel jammer, maar m’n baasje
had gelijk. Tegen dat we bij de school aankwamen, was het behoorlijk aan het
gieten en waren wij beiden dus best al aardig nat. De school was nog niet uit,
maar we werden uiterst vriendelijk ontvangen. De meester vroeg ons mee de klas
in te gaan, waar de leerlingen gelijk verliefd werden op mij (daar kan zo’n
taxichauffeur nog wat van leren!) De meester stelde ons aan de klas voor, waarna
de kinderen hun spulletjes op mochten ruimen en met middagpauze mochten. M’n
baasje vroeg mij om haar jas uit te trekken, maar daar voelde ik echt even niet
zo veel voor hoor. Ik was moe…, doodmoe! Eerst dat stuk gelopen en daarna nog
achter de bal aangerend… Nee hoor, de koek was echt even op voor Gompie. Ik
plofte naast de stoel neer, terwijl m’n baasje zichzelf verder uit haar jas
probeerde te worstelen. Na het nodige aandringen heb ik toen uiteindelijk toch
maar even geholpen. Nou ja…., het hielp ook wel mee dat ik de hand van m’n
baasje naar het brokjesding aan de rolstoel zag gaan. Heel gek, maar alleen het
idee al dat ik een brokje ga krijgen, geeft me op zo’n moment ineens zóveel
energie
.
Toen de meester en m’n
baasje klaar waren met de voorbereiding, hoorde ik m’n baasje zeggen dat ik
waarschijnlijk niet mee zou komen tijdens het GIPS project. In eerste instantie
dacht ik: “Waarom niet?!?” Maar bij nader inzien, vind ik het eigenlijk toch
niet zo erg. Ik weet nog van de vorige keer hoe druk dat allemaal is, met zoveel
leerlingen die rondlopen om het project te doen. Reuze leerzaam voor hen
natuurlijk, maar niet echt interessant meer voor een hond op leeftijd, zoals ik.
De dag voordat het project
zou plaatsvinden, kwamen Jan en Miranda met Bliksem bij ons op bezoek. Bliksem
is een blonde Golden en de hulphond van Miranda, die zelf in een elektrische
rolstoel zit. Zij werkt ook al járen bij Stichting GIPS en kwam nu dus speciaal
samen met haar man Jan en Bliksem uit Limburg om hier in Papendrecht te
assisteren bij de 1e keer GIPS op de ‘Limburg-manier’.
Aardig dier hoor, die
Bliksem. Ik mag hem wel. Hij dook bij binnenkomst gelijk mijn bench in, waar hij
mijn bot uithaalde. Ik vond het prima hoor…, als hij daar even op wilde kluiven.
Zo lang hij hem maar niet mee naar huis zou nemen. Dat hield ik dus wel even in
de gaten. Toen Bliksem het bot na wat gekluif weer liet liggen, heb ik het toch
gelijk maar weer even terug in mijn bench terug gelegd. Wij konden het eigenlijk
best prima met elkaar vinden. Bliksem is ook al op leeftijd, maar naar ik
begreep nog wel actiever dan ik. Tja…, dat heb je zo hé…, de ene tweebener is
ook veel actiever dan de andere tweebener op dezelfde leeftijd.
Dat was wel even wat anders
dan met de hulphond van Petra, een andere mevrouw hier in Papendrecht die ook
vrijwilliger is van het GIPS project en een hulphond heeft. Haar hond heet Ötje.
Op zich ook een prima hond hoor, daar niet van. Maar een energié dat dat dier
heeft…! M’n baasje en ik gingen een keer samen bij Petra op bezoek. Terwijl de
dames met elkaar zaten te kletsen, wilde die Ötje maar stoeien en spelen. Even
vond ik het wel amusant, maar op een gegeven moment vond ik het wel welletjes
hoor. Dat heb ik dan ook even duidelijk gemaakt met een flinke grom. Genoeg is
genoeg! Dat jonge spul lijkt echt over een tomeloze energie te beschikken. Ötje
is nog maar 3, dus dat is even andere koek. Dan hebben we het slechts over 21
hondenjaren. Ja…, toen was ik ook nog in de bloei van m’n leven en kon ik ook
nog wel even doorgaan. “Kan je straks je lol nog op, Gomp, als ik ook een jonge
nieuwe hulphond heb”, lachte m’n baasje. Nou…, lekker dan …, van je baasje moet
je het maar hebben.
Zover zijn de zaken omtrent
mijn pensioen inmiddels al gevorderd. Yvonne is inmiddels hier wezen praten over
een ‘vervangende hond’. Gelukkig vindt m’n baasje dit nét zo’n naar woord als
ik. Alsof ik zomaar even te vervangen zou zijn, zeg! Maar goed, alle benodigde
papieren zijn ingevuld en opgestuurd naar de verzekering en die heeft inmiddels
ook al laten weten dat ik ‘vervangen’ mag gaan worden. M’n baasje heeft het diep
in haar hart best wel moeilijk met de snelheid waarin dit nu allemaal gaat.
Aan de andere kant zou ze
nog voor een geplande operatie weer terug het ziekenhuis in moeten, dus dit jaar
zal het zeker niet meer gaan lukken met een nieuwe hond. Op een gegeven moment
belde Yvonne dat ze een jonge ‘vervangende hond’ had voor m’n baasje. Deze hond
was terug gekomen van een andere cliënt, waar de match niet gelukt was. Soms
gebeurt zo iets. De hond moest wel zo spoedig mogelijk geplaatst kunnen worden,
omdat het voor de hond natuurlijk niet fijn zou zijn als hij eerst nog weer een
tijd in de kennel zou moeten wachten tot hij bij ons terecht zou kunnen. M’n
baasje heeft toen toch besloten dat het nu geen handig idee was om met een
nieuwe hond te beginnen, in de wetenschap dat ze er op zeer korte termijn weer
niet zelf voor zou kunnen zorgen, vanwege de opname die er nog aan zat te komen.
Dat zou niet goed zijn voor de ‘binding’ tussen de nieuwe hond en m’n baasje. Nu
is er afgesproken dat m’n baasje zelf weer contact met Yvonne opneemt als ze er
ook lichamelijk aan toe is om met een nieuwe hond aan de slag te kunnen. Op dit
moment komt m’n baasje bijna helemaal niet meer buiten om gezondheidsredenen.
Bert en de kinderen laten mij nu bijna altijd uit.
Gelukkig heeft m’n baasje
er nu wel vrede mee dat ik met pensioen ga. Ze grapt zelf telkens dat ik al vast
met pre-pensioen ben. Dit betekent in de praktijk dat de kinderen nu wel gewoon
lekker uitgebreid op de grond mogen komen liggen om met mij te knuffelen
(héérlijk!). Ze mogen nu ook met mij met het balletje spelen en toen er
pasgeleden sneeuw lag, ben ik zelfs uitgebreid met Lobke en Sjoerd met dat witte
goedje aan het spelen geweest. M’n baasje bleef helaas binnen, ik had namelijk
ook best met haar erbij willen spelen. Maar…, dat was ik, toen we eenmaal aan
het spelen waren, zo vergeten hoor.
M’n baasje blijft overigens
nog wel heel belangrijk voor me hoor. Ik ben echt niet vergeten dat we jaren
lang maatjes geweest zijn. Bovendien is zij nog wel de enige die mij mijn eten,
mijn ‘koffie- en slaapbrokjes’ geeft. Behalve natuurlijk als m’n baasje weer in
het ziekenhuis aan het logeren is, dan krijg ik ze van Bert. Maar als m’n baasje
dan weer thuis komt, ben ik nog steeds heel erg blij dat ze er weer is.
Over brokjes gesproken; Als
m’n baasje naar de gang wil, bijvoorbeeld om naar boven te gaan, vraagt ze
altijd aan mij om de deur open te doen. Dat kan ze echt niet zelf en er is ook
niet altijd iemand in de buurt om te helpen. Ik heb dan nooit zo’n haast, rek me
eerst een rustig uit, kijk wat rond en wandel dan heel op m’n gemak naar haar
toe, terwijl zij voor de deur staat in onze huiskamer. Als ze het gewoon vraagt,
laat ik het haar soms wel 5 of 6 keer vragen. Maar zo gauw ik zie dat ze haar
hand naar het brokjesding aan de rolstoel doet, kom ik gelijk. Ze hoeft dan niet
eens te vragen om de deur open te doen. Als ik haar in zo’n geval voor de
gangdeur zie staan, dan zwiep ik uit mezelf de deur gelijk open (om
natuurlijk vervolgens mijn brokje in ontvangst te nemen
).
Over deuren gesproken trouwens; Ze hebben hier een tijdje geleden heel
veel plezier om mij gehad. Ik had namelijk in de tuin een tennisbal zien liggen
en die wilde ik dus gewoon binnen hebben. Na wat gepiep, begrepen de tweebeners
gelukkig wat ik bedoelde en deed Sjoerd de achterdeur voor mij open, zodat ik de
bal kon pakken. Eenmaal binnen gekomen, met de bal in m’n mond, riep m’n baasje:
“Close the door”. Om dit te doen, moet ik altijd een stapje naar buiten
doen, om dan de sok aan een touwtje, die aan onze deurklink hangt, te kunnen
vastpakken, om zo de deur dicht te kunnen trekken. Alleen…., op het moment dat
ik de sok vast pakte en de deur dicht trok…, rolde m’n bal weer naar buiten de
tuin in. Daar stond ik dan…, voor een dichte deur, met m’n balletje alsnog
buiten, in de tuin. Dus maar weer gaan piepen…., waarop Sjoerd gierend van de
lach de deur weer voor me open deed. Ik pakte m’n balletje weer, moest
vervolgens van m’n baasje de deur weer dicht doen, enzovoort,
enzovoort…. Na een paar keer vond m’n baasje het welletjes en zei ze
gelukkig, terwijl ik weer helemaal blij met de bal in m’n mond in de keuken
stond: “Sjoerd…, close the door”. Ha, ha, ha…., wat een tweebener humor zeg!
Nou, lief vrouwtje,
inmiddels zijn we dus eindelijk in de maand december van dit jaar aangekomen. De
maand waarin Lobke aangenomen werd bij supermarktketen ‘Bas van der Heijden’,
als vakkenvuller. Ze is er helemaal enthousiast over. Het enige waar ze minder
enthousiast over is, is de bedrijfskleding die ze moet dragen. Volgens haar zit
dit niet echt flatteus. Toen Bert dan ook een foto van haar wilde maken, werd ze
helemaal boos. Uiteindelijk hebben ze haar toch tot poseren kunnen verleiden,
maar dan samen met mij. Was ik weer de pineut. Lobke wilde de foto buiten
gemaakt hebben, in de sneeuw. En ik mocht er nog niet bij blijven staan ook…, ze
wilden dat ik ging zitten. Weet je hoe kóud dat is, met al die sneeuw onder m’n
billen! Wel, hier is dan de bewuste foto. En zeg nou zelf…, die kleding valt
toch best mee? Is lang niet zo erg als mijn koude billen!
Hier gaat deze update zo’n
beetje eindigen. Dit jaar ga ik niet helemaal vol maken in deze update. Volgend
jaar krijg je de laatste dagen van 2010 er wel bij in de update van januari. Dan
kan de boel op de post en heb je het nog voor de kerst en je verjaardag, lief
vrouwtje. Het is al erg genoeg dat je zóveel geduld hebt moeten hebben voordat
je weer verder kon lezen in mijn dagboek. Zowel m’n baasje als ik zijn wel blij
en opgelucht dat het nu weer bijgewerkt is. Dan is het ook weer beter bij te
houden voor m’n baasje. En mijn trouwe vaste lezers op het internet krijgen dan
straks ook weer eens een teken van leven van mij. Volgens m’n baasje is 2010
niet echt ons jaar geweest, maar zo kan het dus alleen maar beter worden in
2011.
Er zijn in ieder geval een
paar mooie vooruitzichten voor 2011. Er gaat dus een jonge collega van mij bij
ons wonen. Gompie verruilt zijn pre-pensioen voor echt pensioen en wordt lekker
huishond. En last but not least gaan wij ook nog verhuizen naar een appartement
waar m’n baasje zich veel beter zal kunnen redden als in ons huidige huis. Het
is uiteindelijk niet het nieuwbouwappartement geworden waar ze eerst ook
interesse in hadden. Dat bleek bij nader inzien, toen het alsnog vrij kwam en
wij er in zijn wezen kijken, niet echt geschikt voor de grote rolstoel van m’n
baasje. Nee, het is het allereerste appartement geworden, waar zowel Bert als
m’n baasje vanaf het eerste moment verliefd op waren. Inmiddels hebben ze het
namelijk echt gekocht!
Helaas is het alleen nog
wel tot november volgend jaar verhuurd, dus we zullen nog wat geduld moeten
hebben, maar goed…, het zit er in ieder geval aan te komen en als ik de
tweebeners mag geloven, dan is het echt een geweldig huis. Ik ben er nog wel
niet geweest, maar volgens Bert en m’n baasje is het ideaal voor mij. Als we dan
’s avonds voor de laatste ronde uit geweest zijn, dan kan ik gewoon zelf naar
bed gaan en hoef ik niet te wachten tot zij ook naar bed gaan. Er schijnt daar
namelijk geen trap in het huis te zijn. En om op de 1e verdieping te
komen, kunnen we gewoon de lift nemen, die recht tegenover onze toekomstige
voordeur zit.
Kortom, allemaal mooie
vooruitzichten. Ik vind dat 2011 gewoon ons jaar moet worden. Daar gaan we
voor!!! En wat mij betreft mag het natuurlijk even zo goed ook jouw jaar worden,
lief vrouwtje, gewoon omdat ik vind dat jij dat sowieso verdient, gewoon om wie
je bent!
En daar wilde ik het voor
dit moment even bij gaan laten. Mochten er nog voldoende noemenswaardige dingen
gebeuren, dan maakt m’n baasje er gewoon nog een apart hoofdstuk van en anders
ga je mijn belevenissen van het de laatste 2 weken van dit jaar gewoon weer in
de update van januari 2011 lezen. Voor dit moment willen wij jou en de mensen
die je lief zijn al vast hele fijne feestdagen toewensen, voor jou al vast van
harte gefeliciteerd, lief vrouwtje en een spetterend (maar niet al te
knetterend, vanwege je viervoetertjes) uiteinde van 2010!
Lief vrouwtje, namens de
tweebeners hier een héle dikke knuffel
en natuurlijk
een hele dikke kiss van
jou eigenste Gompie
Dacht m’n baasje net dit
toch wel moeilijke jaar afgerond te hebben tot vlak voor de kerstdagen, ze was
de boel zelfs al aan het uitprinten, zorgde ik op de valreep nog voor de nodige
sensatie hier thuis. Dus kon m’n baasje niet veel anders, dan dit nog maar weer
aan dit dagboekdeel toe te voegen. Al was het alleen maar omdat ze hier thuis
van plan zijn van 2011 een topjaar te gaan maken, ten opzichte van dit jaar.
Goed…, lief vrouwtje, wat
gebeurde er; Het was zaterdag 18 december, eind van de middag. Bert zat lekker
op de bank zijn krantje te lezen en m’n baasje was dus met mijn boek bezig.
Ineens hoorden ze een hoop kabaal vanuit mijn bench komen. Nou gebeurt dit wel
vaker…, dan ben ik op zoek naar een bepaald balletje of ander speeltje en dan
gooi ik alles wat ik niet zoek gewoon door de bench. Omdat Bert en m´n baasje
dachten dat ik dit nu ook weer aan het doen was, reageerden ze er niet op.
Niet veel later kwam ik mij
bench uit en waggelde alsof ik dronkemansbenen had, naar Bert toe. Toen m´n
baasje Bert tegen mij hoorde zeggen: “Hey Gomp…, wat doe jij nou raar…, wat is
er?” liet ze gelijk het werk aan mijn dagboek los en kwam ook naar mij toe.
Inmiddels zakte ik steeds verder door mijn pootjes en waggelde mijn hoofd op
mijn nek of ik zo’n nephondje op de hoedenplank achterin een auto was. Bert
probeerde mij neer te leggen, omdat ik haast niet kon blijven staan. M’n baasje
riep mij, maar ik kon helemaal niet meer reageren en staarde maar wat voor me
uit. Toen ik eenmaal op de grond lag, begonnen de spieren in mijn lijf zich
helemaal aan te spannen, waardoor ik met mijn pootjes begon te trekken. Mijn
staart stond volgens Bert en m’n baasje in een rare hoek omhoog.
M’n baasje herkende wat
hier gebeurde. In 2007 had ik al eens een soortgelijk iets gehad; een toeval,
een epileptische aanval. Wat er overigens anders aan was ten opzichte van de
vorige keer, was dat ik zo verstijfde met mijn pootjes. De vorige keer was ik
juist helemaal slap en hing zelfs m’n tong uit m’n mond te bengelen. Dat was nu
niet het geval.
Omdat ik echt helemaal niet
meer reageerde op aanspreken, besloot m’n baasje onze dierenarts te bellen.
Helaas bleek die geen dienst te hebben. Het trekken met m’n pootjes bleef en ik
bleef onbereikbaar voor mij uit staren, waarop m’n baasje besloot dan de
dierenambulance maar te bellen. Lobke was al druk op zoek naar het
telefoonnummer, op haar laptopje. Tot wanhoop van m’n baasje kreeg de bij de
dierenambulance uiteindelijk alleen maar een vriendelijke stem op een
antwoordapparaat.
M’n baasje, die normaal
niet echt een paniekvogel is en altijd wel redelijk rustig kan handelen in dit
soort situaties, raakte deze keer toch echt wel een beetje in paniek.
Gefrustreerd belde ze terug naar onze dierenarts. Waar ze nu wel het bandje
helemaal afluisterde, zodat ze wist welke dierenarts in de omgeving dienst zou
hebben. Het bleek een dierenarts in Sliedrecht te zijn. Toen m’n baasje
eindelijk een mens aan de telefoon kreeg, vertelde ze half huilend wat er met
mij aan de hand was. Gelukkig mochten we gelijk langs komen.
“Het moeilijkste van een
dergelijke situatie vind ik wel, dat ik gewoon helemaal niks kan, niet bij
Gompie kan komen, hem niet eens aan kan raken vanuit mijn rolstoel, terwijl ik
hem zó graag zou willen aaien, bij hem zou willen zitten”, vertelde m’n baasje
later aan Bert. Tja…, dat is het nadeel van die hoge rolstoel, dan kan ze dus
niet bij de grond komen, waar ik dus op dat moment lag. De paniek van m’n baasje
kwam voornamelijk voort uit de machteloosheid en natuurlijk angst dat mij iets
ernstigs zou overkomen.
Gelukkig kon Bert wel naast
mij op de grond zitten, hetgeen hij dan ook deed. Hij aaide mij geruststellend
over m’n hoofd en m’n rug. Dat was wel heel fijn, want ik was echt even kwijt
wat ik hier nu lag te doen. Van liever lede begon ik langzaamaan weer een beetje
bij te komen en op te knappen. Ik keek wat verdwaasd en verwonderd over alle
drukte om mij heen.
Nu ik ‘er weer was’, trok
Bert zijn jas aan en ging onze bus omrijden naar achteren. Het had namelijk zo
enorm gesneeuwd, dat m’n baasje daar nooit doorheen zou kunnen komen met haar
rolstoel. En we gingen er, ondanks het enorme pak sneeuw dat er lag, toch op
pad. Bert en m’n baasje wilden mij toch even laten onderzoeken door de
dienstdoende dierenarts, ook al begon ik mij al weer steeds meer normaal te
gedragen. Lobke gaf m’n baasje haar jas en trok mij m’n hulphonden jasje aan.
Inmiddels was Bert met veel moeite met onze bus op het pleintje achter gekomen.
Terwijl hij m’n baasje, samen met Jelle die net bij ons langs kwam, door onze
besneeuwde tuin naar de bus duwden en trokken, liep ik al weer enthousiast
kwispelend achter m’n baasje aan. “Misschien gaan m’n baasje en ik wel even
lekker in dat pak sneeuw ravotten”, dacht ik. Maar helaas…, dat liep even
anders. Voor onze tuinpoort stond de bus, waar ik gelijk in gedirigeerd werd.
Bert bleef nog wel zorgzaam naast de lift staan, terwijl ik de bus in sprong. De
tweebeners waren bang dat ik er misschien van af zou vallen. Maar met mij ging
het allemaal gewoon weer prima hoor!

De dierenarts zou later bevestigen dat ze ook niet echt een duidelijke
oorzaak kon vinden voor wat mij overkomen was. Ik begreep helemaal
niets van al deze drukte rondom mijn hondenpersoontje… Overigens heeft
dit dierenartsbezoekje wel een vervelende consequentie voor mij+ De tweebeners
ontdekten dat ik in vierenhalve maand ruim 3 kilo aangekomen was. En dat terwijl
ik echt nooit iets te snoepen krijg buiten mijn afgemeten hoeveelheid
maaltijdbrokken, op 1 koffie/ en 1 slaapbrok per dag na. M´n baasje
schrok wel een beetje van deze gewichtstoename en besloot dus gelijk ter
plekke dat ik wat minder brokjes zou gaan krijgen en zo nodig ter vervanging
weer een tijdje een sperziebonen dieet. Nou…, daar was ik dan weer lekker klaar
mee!
De dierenarts overlegde met
haar collega, waarna ze mij voor 1 week anti-epileptica voorschreef. Daarnaast
kregen we nog 2 tubetjes mee voor
het geval ik nog weer zo’n aanval zou krijgen, dan zou Bert dat in mijn anus
moeten spuiten, waarna ik snel zou ontspannen. De dierenarts vond de
gewichtstoename, in combinatie met het heftige verharen dat ik momenteel weer
doe, terwijl het daar nu eigenlijk de tijd helemaal niet voor is, rede om aan
een achterliggende probleem te denken, aangaande de toeval. Zo zou ik op mijn
leeftijd bijvoorbeeld een schildklierafwijking kunnen hebben ontwikkeld en dat
zou een mogelijke oorzaak kunnen zijn voor de toeval. Om dit vast te kunnen
stellen zou bloedonderzoek nodig zijn. Hierover zouden we in de loop van komende
week even contact over hebben met onze eigen dierenarts. Met dit advies namen
afscheid van de toch wel vriendelijke dierenarts.
Thuis kreeg ik gelijk een
pilletje, in een plakje kaas gerold. Kijk…, dát zijn dan weer de leuke kanten
van zo’n bezoekje aan de dierenarts. De rest van de avond heb ik me verder
normaal gedragen. Ik heb alleen veel geslapen, maar dat kwam ook door de grote
inspanning die de toeval van mijn lichaam gevergd had.
Gelukkig voelde ik mezelf
de volgende dag weer als vanouds. ’s Morgens ben ik heerlijk met Bert een
sneeuwwandeling wezen maken. Omdat m’n baasje zelf niet naar buiten kan met mij,
zorgt Bert dat ze in ieder geval zoveel mogelijk kan zien hoe leuk ik het in de
sneeuw heb. Hij maakt veel foto’s van mij. En eerlijk is eerlijk…, daar zitten
soms wel heel bijzondere en aparte plaatjes bij hoor. Kijk en geniet, lief
vrouwtje;

De tweebeners bij mij thuis
hopen dat de sneeuw nog minstens een week zal blijven liggen, zodat ze weer eens
een echte ‘witte kerst’ hebben. Ik vind het wel best, van mij mag dat spul nog
wel even blijven liggen, het is echt dikke pret. Alleen jammer dat het zo koud
is. Moet je kijken hoe ik er aan het eind van een uitlaadrondje uitzie;

Met dit
prachtige plaatje sluiten we de mega-inhaalslag van mijn dagboek af.
Dan ga ik je
nu écht geweldige feestdagen toewensen en een ongelooflijk goed 2011 en dan nu
voor de 2e keer sluit ik nu écht af met;
Een
héle dikke knuffel van de tweebeners
en
natuurlijk
een
lekker warme kiss van jou eigenste
Gompie