Welkom Voorstellen Trainingsschool Dagboek Filmpjes Handicap Boekje PGB-Per Saldo Vriendjes Links Gastenboek

 

DagboekJanuari-December 2010

Hallo Lief vrouwtje,

Nou, ik moest nodig die opmerking maken over dat het gebroken pootje van het champagneglas mogelijk een voorbode zou zijn voor wat ons in 2010 te wachten stond. Voor mij begon het jaar prima hoor, dankzij alle (alcohol in de) Rescue-druppels lag ik in diepe rust in mijn bench, terwijl er buiten toch heel wat vuurwerk afgestoken werd. M’n baasje wilde, nu ik zo lekker rustig lag, ook even met de rest mee naar buiten te gaan om naar het vuurwerk te kijken en toen deed haar rolstoel het ineens niet meer! Het stuurkastje viel telkens spontaan uit, waardoor het niet meeviel om bij de voordeur te komen. Ik vond het allemaal best en droomde rustig verder. Gelukkig voor m’n baasje lukte het met hulp van Bert uiteindelijk toch om buiten te komen. Door het raam keek ze wel regelmatig of ik nog steeds rustig lag, wat het geval was. Dus babbelde m’n baasje gezellig met buurtgenoten die langs kwamen lopen en “de beste wensen” tegen elkaar zeiden. Nou…, die beste wensen…, die hadden we hard nodig dit jaar, liep het allemaal net even anders dan ‘best’.

Het begon met een vooraf geplande operatie aan de blaas en het stoma van m’n baasje. Deze vond 4 januari plaats. M’n baasje baalde enorm dat ze nu niet bij haar petekindje Jesper kon zijn op 6 januari. Dan werd hij al weer 2 jaar. Hij wordt zo snel groot. Het is iedere keer weer een verrassing wat hij nu weer bijgeleerd heeft, als we hem weer zien. Hij babbelt er al lekker op los, hij begint zelfs mijn naam te brabbelen. Meestal moet hij wel even wennen als ik er ben, maar na een tijdje komt hij dan toch altijd wel weer even bij mij kijken. Logisch natuurlijk, hij heeft van mij niks te vrezen. Maar goed, helaas moest m’n baasje dus noodgedwongen deze 2e verjaardag overslaan. 

Vol goede moed en in het vertrouwen dat het slechts voor ongeveer een weekje zou zijn, bracht Bert m’n baasje de 3e januari naar het ziekenhuis in Den Haag. Dat is wel een hoop op en neer rijden voor Bert, maar dat heeft hij er graag voor over. In Den Haag kennen ze m’n baasje goed en houden ze echt heel goed rekening met haar beperkingen. Bert zegt altijd dat hij liever een uur rijdt om op bezoek te komen in de wetenschap dat zijn vrouw goed verzorgd ligt, dan vlakbij, maar dan telkens maar af moeten wachten of alles wel goed gaat. In het verleden hebben we bij ons in de buurt gewoon niet zulke positieve ervaringen opgedaan aangaande het plaatselijke ziekenhuis in combinatie met de handicap van m’n baasje.

Helaas liep het allemaal anders dan gepland. Ik kan je nu hier wel uitgebreid gaan vertellen wat er allemaal precies gebeurd is, maar ik weet dat m’n baasje je ook via de telefoon op de hoogte heeft gehouden, lief baasje. Laat ik voor de lezers op internet het er in ieder geval op houden dat m’n baasje echt wel héél veel in het ziekenhuis heeft gelegen en wel héél veel pech heeft gehad dit jaar, wat natuurlijk voor de andere tweebeners ook niet echt makkelijk was. Ze zijn hier best wel wat gewend, maar zoveel als m’n baasje in 2010 in het ziekenhuis heeft gelegen en is geopereerd, dat heeft ze -gelukkig- nog nooit eerder meegemaakt en we hopen natuurlijk ook, dat dit nooit weer zo gebeurd.

Het lastige voor mij, als hulphond en trouw maatje van m’n baasje, was wel dat we elkaar steeds kwijt waren. Ik begreep gewoon niet zo goed waar m’n baasje nou steeds heen ging. Dan ging ze weg met Bert, tassen bij zich en de tillift en na een tijdje kwam Bert weer zonder m’n baasje, de tassen en de tillift thuis. Vervolgens zag ik Bert ook nog maar heel weinig, want die ging na zijn werk natuurlijk iedere dag op bezoek bij zijn vrouwtje. Daar kwam hij vaak pas rond 21.00 uur of soms nog wel later van terug thuis.

Maar het is ook een paar keer gebeurd dat er mannen in groen/gele pakken kwamen met een speciale auto, die heel veel herrie maakte als hij onze straat in kwam rijden. Zij plakten dan allemaal draadjes op m’n baasje en namen haar dan mee naar onze auto. Eén van die mannen ging dan achterin onze bus op het bankje, naast m’n baasje zitten, met zijn koffertje met spullen. Bert reed dan, terwijl de andere man met groen/geel pak er achteraan reed in zijn speciale witte auto. En ook dan kwam Bert na uren weer telkens alleen thuis, zonder m’n baasje.

Wanneer m’n baasje dan na verloop van tijd weer thuis kwam, samen met Bert én de tassen én de tillift, dan mocht ik niet tegen de stoel op springen en moest ik heel voorzichtig doen. M’n baasje ging helemaal niet meer naar buiten, ook niet met mij… Ik werd uitgelaten door Bert, de kinderen en onze hulpen.

M’n baasje wilde ook helemaal niet spelen…, ze lag maar gewoon de hele dag een beetje te liggen, af en toe wat te slapen. Ik vond dit eigenlijk helemaal niet zo leuk en begreep er ook helemaal niets van. 

Gelukkig was m’n baasje toen Sjoerd jarig was wel thuis. We zijn toen uit eten geweest bij het Wokrestaurant. Dat wil zeggen, de tweebeners, ik moest natuurlijk netjes onder tafel blijven liggen. Behalve toen de jongens na het eten gingen ‘Carten’. Dit zit boven het Wokrestaurant. Bert en m’n baasje gingen ook even kijken hoe de jongens het deden, dus moest ik natuurlijk ook mee. Niet dat ik daar heel blij mee was hoor, want om bij de cartbaan te komen, moesten m’n baasje en ik eerst in een heel krap liftje, waarmee we naar de bovenste verdieping van het gebouw gingen, waar volgens de tweebeners die cartbaan zou zijn. Ik heb er geen idee van, ik kon helemaal niets zien, omdat er pas op tweebener-ooghoogte een raam zat om door op de cartbaan te kijken. Ik hoorde alleen maar de herrie van iets dat steeds vlak achter het wandje waarachter wij stonden, langs scheurde. Van mij hoefde dit niet, ik werd een beetje angstig van die onzichtbare herrie-karretjes. Maar goed, de jongens hadden het wel heel erg naar hun zin gehad. Ze waren helemaal opgewonden, toen ze zo’n 20 minuten later weer van achter dat wandje vandaan kwamen. Ze zouden daar ‘2 rondes’ gereden hebben, wat dat dan ook in mocht houden en Sjoerd had beide rondes gewonnen van zijn broer. Uiteindelijk hadden de tweebeners het wel gezellig gehad met elkaar, maar ook toen was m’n baasje niet zoals ik gewend ben. Toen we thuis kwamen, ging ze bijvoorbeeld gelijk liggen slapen.

Hetzelfde gold voor mijn verjaardag; Er was wel een hondentaartje, net als anders. Met 9 ‘kaarsjes’ erop, want ik ben dit jaar al weer 9 jaar geworden.

Er waren net als anders ook kadootjes, maar niet zoveel als ik gewend ben… Sjoerd en Jelle waren het gewoon helemaal vergeten! Normaal zou m’n baasje al langer van tevoren aandacht aan mijn naderende verjaardag besteed hebben, waardoor zij ook een presentje voor mij gekocht zouden hebben. Gelukkig was Lobke mij niet vergeten en Bert en m’n baasje ook niet En natuurlijk kreeg ik per post ook van jou een heerlijk bot opgestuurd lief vrouwtje. En een kaart van Lidy, mijn puppysponsor, waarvoor beiden nog heel erg bedankt!  Zie hiernaast de oogst van mijn kadootjes en vergelijk dit met andere jaren…

Maar goed, ik heb toch genoten van de aandacht en de kadootjes die ik wel kreeg. Zo staat m’n baasje tenslotte ook in het leven; kijken naar wat je wél hebt, in plaats van wat je niet hebt.

Kijk maar eens naar onderstaande foto impressie van mijn verjaardag. Ziet er toch best nog wel gezellig uit, nietwaar?

En toch…, ondanks dat…, was het allemaal niet zoals ik gewend ben. Ik kon er niet echt een spreekwoordelijk hondenpootje achter krijgen wat er nu eigenlijk aan de hand was… maar iets klopte er niet…

Wel waren Bert en m’n baasje veel op hun computertjes bezig. Regelmatig kwamen ze ook bij elkaar kijken en hoorde ik een van hen zeggen; “Oh…, ik heb hier geloof ik ook wel een mooie”. Zij bleken dus huizen aan het kijken te zijn. Het wordt m’n baasje gewoon allemaal veel te zwaar in het huis waarin we nu wonen. Telkens de traplift op moeten, waarvoor ze haar hele rolstoel in moet klappen, hetgeen gewoon veel energie en extra pijn kost. In eerste instantie keken ze telkens naar bungalows, maar op een gegeven moment hadden ze een appartement gevonden waar ze helemaal verliefd op waren.

In ieder geval was wel duidelijk dat Bert en m’n baasje het serieus meenden met de verhuisplannen, want onze makelaar kwam op een gegeven moment een bord in onze tuin plaatsen met ‘TE KOOP’ erop. Dat doet me nu ineens aan iets denken, lief vrouwtje… Helemaal in het begin van mijn dagboek, toen jij voor de 1e keer bij ons thuis op bezoek geweest was, toen vroeg ik me toch af of je niet bij ons in de buurt zou kunnen komen wonen. Wel…, ik weet nu een heel mooi huis voor jou, lief vrouwtje. Hier…, in Papendrecht. En het is echt een fijn huis, want ik woon er zelf heel wat jaren in .

In maart werd er een afspraak gemaakt met de makelaar om het appartement dat ze op de computer gevonden hadden, in het echt te gaan bezichtigen. Bert vond dat ik maar even thuis moest blijven. Nou ja….! Als we daar zouden gaan wonen, dan ging ik toch ook mee zeker! Ik wilde het daar ook wel even bekijken, even keuren. Maar helaas, Gompie bleef thuis, wachten tot Bert en m’n baasje weer terug kwamen.

Ze waren helemaal opgetogen over het huis. M’n baasje zag zichzelf er al helemaal wonen. Ondanks dat we nu in een huis met begane grond en 2 verdiepingen wonen, zouden we er in woonruimte nog zo’n 5 vierkante meter op vooruit gaan. We zouden geen tuin meer hebben, want het appartement zit op de 1e verdieping, maar er zat wel een groot balkon aan, waar m’n baasje met gemak met haar rolstoel op zou kunnen. En dan zou er ook nog ruimte genoeg zijn voor de andere huisgenoten. Dat klonk dus allemaal wel goed.

Ondanks dat het goed klonk, bleven Bert en m’n baasje nog wel verder zoeken naar mogelijke andere woningen die geschikt zouden zijn. Maar ja, een geschikte woning moest wel aan heel wat zaken voldoen. Zo moesten er minimaal 3 (liefst ruime) slaapkamers zijn, een ruime woonkamer met liefst een open keuken. Er mocht geen hoekkeuken of een kookeiland zijn, maar het liefst een rechte keuken. Dit om het voor m’n baasje zo makkelijk mogelijk te maken om iets in de keuken te doen. De badkamer moest liefst ruim genoeg zijn om met de rolstoel in te kunnen, zodat m’n baasje daar privé haar stoma’s kan verschonen. Dus een toilet in de badkamer zou dan ook wel erg praktisch zijn. Verder is een ligbad een absolute must, immers m’n baasje kan niet zitten, dus ook niet onder de douche. Er zou ergens in de woning absoluut ruimte moeten zijn voor de sauna die we nu al hebben. Daar gaat m’n baasje zó graag in, dat ze deze absoluut niet op wil geven. Natuurlijk moet er wel een lift zijn, als de woning niet op de begane grond zit en zou er ook een ruim balkon of een tuin aanwezig moeten zijn, om lekker buiten te kunnen zitten in de zomer. De omgeving en het uitzicht wegen ook erg zwaar. Zo moet er wel iets te zien zijn van binnenuit en winkels in de buurt zouden ook wel erg handig zijn. Tot slot moet de woning wel aanpasbaar zijn.En geloof het of niet, lief vrouwtje…, maar volgens Bert en m’n baasje voldeed het appartement dat zij bezichtigd hadden aan al deze voorwaarden!

Helaas stonden enkele dagen later die mannen met hun groen/gele pakken weer voor de deur. Het ging weer helemaal niet goed met m’n baasje, dus daar gingen ze weer. Zelfs toen Bert jarig was, was m’n baasje niet thuis… Dus had niemand het meer over dat appartement. Alhoewel Bert ’s avonds nog steeds wel veel op zijn laptopje zat te kijken.

Toen m’n baasje eindelijk weer thuis was, gingen ze het al snel weer verder hebben over een andere woning. Bert had inmiddels ook een mooi nieuwbouw appartement gezien en daar informatie over aangevraagd. Helaas bleek iemand anders al bezig te zijn met dit huis te kopen, dus zouden wij als geïnteresseerden op de lijst gezet worden. Op een middag gingen Bert en m’n baasje buiten bij dit nieuwbouw appartement kijken en ik mocht ook mee. We liepen er een beetje rond in de buurt. Op de begane grond zou een heel winkelcentrum komen. Dit vonden Bert en m’n baasje er ook wel interessant uitzien. Op de bouwtekeningen, die ze wel opgestuurd hadden gekregen van de makelaar, zaten ze in gedachte de boel een beetje in te richten. Zoals het leek, zou ook deze woning heel geschikt kunnen zijn. Dus jammer dat er al andere mensen bezig waren om eventueel deze woning te kopen. Er zou ook een park vlak naast het complex komen, dus dat leek mij wel wat.

Ik was helemaal uitgelaten vrolijk, éindelijk was ik weer eens even buiten met mijn baasje!!! Gelukkig zag ze hoe ik uitbundig naast de stoel liep te springen. Ik danste bijna van geluk. En dat werd nóg uitbundiger, toen m’n baasje de tennisbal en het tennisballen-zwiepding uit de auto pakte. Yés!!! We gingen spelen!!! Jammer genoeg begon het al snel te regenen en gingen we weer terug naar huis. M’n baasje was erg moe van dit alles en viel niet veel later in slaap. Pffft…, saai hoor…

Wat ook wel lastig is van het vele slapen dat m’n baasje doet, is dat ze na het avondeten regelmatig in slaap valt. Bert gaat mij dan altijd uitlaten. Als we dan terug komen, wil ik gelijk mijn brokjes, dat ben ik gewend. Maar ja…, als m’n baasje dan ligt te slapen…, dan moet ik dus wachten met mijn lege maag. Ik ga dan zo dicht mogelijk tegen de rolstoel aan liggen, zodat ik iedere beweging van m’n baasje gelijk opmerk en dus ook gelijk omhoog spring. Bovendien, wie weet wordt ze wel wakker van de herrie van mijn knorrende maag…, je weet het niet hé…

Overigens weet ik zo tussendoor inmiddels ook wel wat extra eten op de kop te tikken. De ratjes hebben namelijk zaden, maar ook Bix-korrels in hun voer zitten. De Bix-korrels vinden ze niet zo lekker en die gooien ze dan gewoon uit hun voerbakje, die dan vervolgens via de tralies van de kooi door op de grond vallen. En dat ruim ik dan weer netjes op voor m’n baasje. Ja, ja…, ik ben een echte hulphond…, als het om dit soort klusjes gaat . Op het fotootje zie je 1 van onze 3 ratjes, lief vrouwtje. Dit is Sexy (die haar naam aan te danken heeft aan de creativiteit van Lobke).

Inmiddels hebben de tweebeners ook door dat ik die brokjes loop te eten. Ik stoot namelijk telkens met mijn lijf tegen de knop waarmee de DVD speler, waardoor deze open gaat. Dit gebeurde een keer toen de tweebeners koffie zaten te drinken. “Nou weet ik waarom dat DVD laatje telkens open staat”, hoorde ik Ana zeggen. “Ach, Bix is gedroogd gras, dus gezond”, merkte m’n baasje luchtig op.

De ratjes zorgen overigens voor meer extraatjes voor mij. Elke ochtend als m’n baasje beneden komt, neemt ze een banaan. De ratjes staan dan altijd al te wachten tot ze ook een stukje krijgen. M’n baasje bijt er dan een klein plakje van af voor elk van de ratjes. Ik zorg dan natuurlijk dat ik er ook bij ben en inmiddels krijg ik dan ook een plakje banaan. Niet dat ik dit echt heel lekker vind hoor, maar als zij wat krijgen, dan wil ik ook wat!

Omdat m’n baasje dus dacht dat ik van banaan hield, kreeg ik op een middag een groot stuk banaan. Dit omdat er een paar bananen op de fruitschaal lagen die op moesten. Ik pakte het stuk beleefd aan, likte er aan, om het vervolgens te laten liggen. “Hoef je nu niet, gekke hond?” zei m’n baasje, waarna ze het stuk van de vloer pakte met haar helping-hand. Ze brak er kleine stukjes af om aan de ratjes te geven. Toen ik dát zag, was ik er gelijk bij. “Wil je nu ineens wel?” vroeg m’n baasje, waarna ze me het resterende stuk banaan terug gaf. In 1 hap slokte ik het stuk banaan naar binnen. Ik hou eigenlijk helemaal niet zo van banaan, lief vrouwtje, maar als m’n baasje iets aan die ratjes geeft…, dán wil ik natuurlijk ook wat! Tenslotte sta ik altijd voor haar klaar, terwijl die rattenbeesten daar alleen maar gewoon zitten te zitten in die kooi, of liggen te slapen. Want het zijn echte slaapkoppen hoor! Volgens m’n baasje komt dit omdat het nachtdieren zijn, die dus overdag slapen en ’s nachts actief zijn. Tja…, lekker belangrijk…., wat heb je eraan?

Overigens heb ik gehoord dat m’n baasje inmiddels ook steeds minder aan mij heeft… Nou ja, op hulpgebied dan hé, want als knuffel ben ik nog even knuffelig als altijd hoor. Maar goed, het klopt inderdaad wel dat ik inmiddels wat minder actief ben. Als m’n baasje iets laat vallen bijvoorbeeld en ze vraagt of ik dat op wil rapen voor haar, dan kijk ik altijd eerst even rustig of er niemand anders is die dit voor mij wil doen. En ik heb ontdekt dat als ik maar voldoende de tijd neem voordat ik in actie kom, dat het meestal wel al door iemand anders gedaan wordt. Door onze hulp bijvoorbeeld, of door Bert of, als ze thuis zijn door een van de kinderen. Nou…, wat zal ik me dan nog druk maken.

Hetzelfde geldt voor het avondritueel, vlak voor het slapen gaan. Ik heb altijd met veel plezier m’n baasje geholpen met uitkleden, als ze eenmaal op bed lag. Ik bracht dan ook nog netjes alle vuile kleren naar de wasmand in de badkamer, zonder problemen. Maar in de loop van dit jaar, toen m’n baasje telkens weg was, toen ontdekte ik dat het toch ook wel heel erg lekker is om gelijk na het laatste rondje uit naar boven te lopen en naast het bed neer te ploffen. Oogjes dicht en slapen maar. Vaak was ik al in dromenland voordat Bert dan zijn bed in stapte.

En zodoende was ik dus niet echt enthousiast meer om m’n baasje nog te helpen met uitkleden ’s avonds voor het slapen gaan. Immers, voordat zij helemaal boven is met de traplift, dan met de plafondlift nog vanuit de rolstoel naar het bed…., tja…, dan ben ik dus al half onderweg naar dromenland. Ik zeg met nadruk half, want ik krijg altijd eerst een ‘slaapbrokje’ van m’n baasje voor het slapen gaan. Tja en dat dit ‘slaapbrokje’ eigenlijk was als beloning voor het helpen met uitkleden…, dat was ik al lang vergeten! Okay…, als ze héél erg aandringt en maar genoeg; “Gompie, tug my sock…, come on…., tug, tug, tug…., come on Gompie…., túg…!” Nou ja…, dan trek ik die sok nog wel even uit, om hem daarna op de grond naast me neer te leggen en weer languit op m’n kleedje te gaan liggen. Als m’n baasje er veel zin in heeft, begint ze hetzelfde ritueel nog weer opnieuw, maar meestal heeft ze er na 2 sokken en zoveel oppeppen wel genoeg van.

Al was het alleen maar omdat Bert dan inmiddels al weer lang en breed onder de douche vandaan is. Die neemt het dan vervolgens van mij over. Prima geregeld toch!?! Alleen, wanneer ze helemaal klaar zijn…, dan sta ik altijd nog wel 1 keer op. Om mijn ‘slaapbrokje’ op te halen. En als m’n baasje dit onverhoopt mocht vergeten, dan heb ik zo mijn eigen methode om haar hier nog even aan te herinneren. Gewoon mijn natte neus een paar keer tegen haar arm duwen. Geloof me, lief vrouwtje…, dan heb ik zo mijn ‘slaapbrokje’ te pakken. En dat is in ons aller belang; des te eerder kunnen we dan allemaal lekker gaan slapen.

Het klinkt misschien allemaal lui en gemakzuchtig, maar dat is echt niet zo, lief vrouwtje. Vergeet niet dat ik in februari al weer 10 mensenjaren oud wordt. Er vanuit gaande dat 1 mensenjaar gelijk staat aan 7 hondenjaren, dan heb ik dus inmiddels de respectabele leeftijd van ruim 68 jaar bereikt. En als je dan bedenkt dat mensen zoveel ophef maken over het feit dat ze in de toekomst niet met hun 65e met pensioen mogen, maar door moeten werken tot ze 67 jaar oud zijn, dan heb ik dus álle recht op mijn pensioen, nietwaar?

Gelukkig ziet m’n baasje dit inmiddels ook wel in. Ze heeft er wel behoorlijk mee geworsteld hoor. Zo vertelde ze tijdens het huisbezoek van nazorgtrainster Yvonne, in januari van dit jaar, dat het nog prima ging met mij. Dat ik nog steeds mijn werk goed deed en zo. Ze was er gewoon nog niet aan toe om te erkennen dat het voor mij toch eigenlijk zo langzamerhand wel welletjes was met het volledige hulphondenwerk. Nou ja…, ze merkte het misschien ook even wat minder, omdat haar hoofd gewoon even naar heel andere dingen stond, met al die gezondheidsproblemen.

Maar op een gegeven moment en mede dankzij een gesprek hierover met jou, lief vrouwtje, begon m’n baasje voorzichtig te wennen aan het idee dat ik niet eeuwig door zou kunnen blijven werken. Gelukkig wist jij m’n baasje ervan te overtuigen dat zij maar eens contact met Yvonne moest opnemen om mijn naderende pensioen te bespreken.  Daar ben ik je wel dankbaar voor, lief vrouwtje. Overigens had Bert dit ook al wel diverse malen tegen m’n baasje gezegd, maar ja…., ze vond dit toch nog wel een hele stap. En dat terwijl ze toch ook zou moeten weten dat ik altijd heel hard gewerkt heb en heel wat kilometers gelopen heb, door het actieve leven dat m’n baasje er op na houdt.

Bert en m’n baasje zijn deze zomer naar de Supportbeurs gegaan. Een beurs waar van alles te vinden is op het gebied van handicap en aanpassingen. Ze besloten mij thuis te laten, want ik wordt ook niet echt blij meer van grote mensenmassa’s en drukte. En druk is het altijd op die Supportbeurs. Als ze weg gaan en mij thuis laten, kan ik altijd héél zielig kijken. M’n baasje is hier best heel gevoelig voor. Dan gaat ze altijd weer twijfelen of ze mij toch niet beter gewoon mee kan nemen. Maar ik was helemaal niet alleen thuis hoor…, Sjoerd en Lobke waren ook gewoon thuis, die lagen alleen nog even uit te slapen. Het leuke van dat zielige kijken (de ‘Droopy-blik’ noemt m’n baasje dat), is dat m’n baasje dan manieren gaat zoeken om mij blij te maken. En waar maak je een Labrador blij mee…? Juist…, met wat lekkers! Dus krijg ik dan een lekker botje en als toegift gooit m’n baasje altijd nog wat brokjes in de bench. “Dan heeft hij wat afleiding”, zegt ze dan tegen Bert. Nou…., van mij mag ze voor nog héél veel meer afleiding zorgen hoor!

Maar goed, Bert en m´n baasje gingen dus naar de Supportbeurs. Ze hadden in ieder geval 3 doelen voor deze dag. Ze wilden even langs bij de plafondlift leverancier, om de situatie in ons toekomstige appartement te bespreken. Daarvoor hadden ze zelfs een plattegrond van het appartement meegenomen.

Het 2e doel ging over mijn hondenpersoontje. M’n baasje had namelijk aan Bert beloofd dat ze op de Supportbeurs de stand van Stichting Hulphond zou opzoeken, om daar aan Yvonne vertellen over mijn naderende pensioen. Alleen…, Yvonne bleek dus niet aanwezig te zijn. M’n baasje dacht eerst wel dat ze Yvonne zag, maar toen ze aan een collega die in de stand stond vroeg of Yvonne zo even tijd voor haar had, terwijl ze naar de vrouw wees die ze voor Yvonne aan zag, bleek dit dus collega trainster Ayra te zijn. Even dacht m’n baasje er nu makkelijk onderuit te komen en dus niks te zeggen, maar gelukkig besloot ze het dan toch maar tegen Ayra te vertellen, dan was het hoge woord er maar uit. Met dikke tranen vertelde m’n baasje snikkend tegen Ayra dat ik aan mijn pensioen toe was. “Maar Gomp blijft wel bij ons wonen hoor”, zei m’n baasje er gelijk bij.

“Wat een gek mens ben ik hé…, met mijn gesnotter”, zei m’n baasje. Maar gelukkig voor haar, begreep Ayra dit wel.  Ayra liet m’n baasje beloven dat ze het hele verhaal op de mail zou zetten naar Yvonne. “Wel doen hé, anders moet ik het aan haar vertellen en Yvonne hoort het vast liever van jou”, spoorde Ayra m’n baasje aan. En zo stuurde m’n baasje dus diezelfde avond nog een uitgebreide mail naar Yvonne, waarin ze zich ook uitgebreid verontschuldigde dat ze in januari nog beweerd had dat alles nog helemaal prima ging. “Het leek wel een biecht”, grapte Yvonne later om deze lange mail.

Het 3e en laatste doel was dat m´n baasje wilde weten of er nog mogelijkheden zouden zijn voor haar om zelf auto te rijden en of dit, ondanks haar Morfinegebruik, zou mogen van het CBR. Ze hebben een behoorlijk gedeelte van de dag aan dit item besteedt, hoorde ik later. De conclusie was dat het ondanks het Morfinegebruik wel mocht, omdat m´n baasje dit al heel lang gebruikt. In principe zou het ook mogelijk zijn om een busje zo aan te passen dat m´n baasje zelf zou kunnen autorijden. Alleen…., het gaat er waarschijnlijk nooit van komen, omdat er een praktisch, doch wel zeer belangrijk probleempje is; De kosten voor het aanpassen van zo’n autobusje zou namelijk, schrik niet….., ruim €100.000,= gaan kosten. En dan hebben ze het alleen nog maar over de aanpassingen, dan moet er dus nog wel een auto om die aanpassingen heen gekocht worden. Jammer hoor, voor m’n baasje, want ik weet hoé verschrikkelijk graag ze weer zelf auto zou willen rijden. Geen gedonder meer met taxi’s, gewoon lekker zelf weg kunnen wanneer ze zou willen. Ik zou het m’n baasje echt gunnen…, maar ja…, zo rijk ben ik nu ook weer niet. Zelfs wanneer ik die ‘afleidingsbrokjes’ de kluifjes, de ‘koffie- en de slaapbrokjes’ zou inleveren…., dan nog krijg ik natuurlijk nooit zóveel geld bij elkaar gespaard. Dus houden m’n baasje en ik het maar noodgedwongen bij de taxi. Máár…, ondanks dat ze waarschijnlijk nooit meer echt zal autorijden, begreep ik toch dat het m’n baasje een enorme kik gaf dat het in principe niet onmogelijk was. Dus het bezoek aan de CBR stand was niet voor niets geweest, immers een goed gevoel is ook heel wat waard.

En het reizen met de taxi blijft inderdaad een noodzakelijk kwaad. Zo hebben we deze zomer weer wat mafs meegemaakt…. Oma Heijstek had haar heup gebroken, tijdens een fietstochtje naar haar zus en zwager. Hier is ze aan geopereerd en is ze een aantal weken opgenomen geweest op de revalidatieafdeling van het verpleeghuis. Op een middag wilde m’n baasje samen met Lobke en mij op bezoek gaan bij oma. M’n baasje bestelde dus een Drechthopper (onze regiotaxi), die al een stuk later voor kwam rijden dan zou moeten. Nou ja…, daar is m’n baasje inmiddels al wel aan gewend, die taxi’s rijden zelden op tijd. Maar toen de taxi er dan eindelijk was, gingen wij met z’n drieën gelijk naar buiten.

De chauffeur had de liftplaat al laten zakken en stond zelf nog achter in de taxi. Toen hij ons zag, riep hij verschrikt: “Die hoend gaat toch niet mee hé!?!” Nou…, die hond ging dus wel mee, kom zeg, ik ben tenslotte een hulphond, bovendien hartstikke lief en doe geen vlieg kwaad. De chauffeur was al weer bezig de lift terug in te klappen. “Hoend kan echt niet mee”, verzekerde de man m’n baasje. “Iek bel met centrale…, wacht…” zei de man, terwijl hij naar zijn mobilofoon liep. “Mefrouw wil hoend meenemen, kan niet, ik ben echt bang voor hoend, doe ik echt niet”. De stem uit de mobilofoon zei dat ik een hartstikke lieve hulphond was die niemand kwaad doet. Gelukkig, dat dat maar duidelijk is! “Maar ik ga echt nie doen…, iek maak ongeluk, iek doe echt niet, stuur maar andere chauffeur”, sputterde de chauffeur tegen. En geloof het of niet, lief vrouwtje, maar die lift kwam dus niet meer naar beneden. Daar stonden wij dan met z’n drieën op straat… En ik vind het altijd erg leuk om oma te zien, oma vind mij ook heel leuk, dus gelukkig wilde m’n baasje echt dat ik mee mocht.

De chauffeur kwam terug naar achter in de auto, waar hij veilig van achter de opgeklapte lift tegen ons zei dat er straks een nieuwe taxi zou gaan komen. M’n baasje probeerde nog uit te leggen dat ik echt heel braaf was, dat ze mij aan de lijn zou houden. Dat hij misschien beter ander werk zou kunnen zoeken, want dat het toch raar was om op een gehandicaptentaxi te willen rijden, als je geen eens hulp- of geleidehonden zou willen vervoeren. “Ga jij ander werk zoeken voor mij!?!” schreeuwde de chauffeur m’n baasje toe. Toen m’n baasje om zijn naam vroeg, kreeg ze als antwoord dat ze dat op de taxicentrale wel wisten. Maar m’n baasje wilde echt zijn naam, want ze wilde hier een klachtenbrief over gaan schrijven, en terecht! “Mehmet…, zo goed? Moet jij ook geboortedatum?!?” blafte de chauffeur m’n baasje toe. M’n baasje bedankte hem beleefd en toen moesten we dus op de volgende taxi wachten. Op de klacht die m’n baasje na thuiskomst schriftelijk ingediend heeft, heeft ze helaas nooit meer antwoord ontvangen van de gemeente.

Helaas liet de taxi die ons nu op zou moeten komen om ons alsnog naar oma te brengen,  nog wel even op zich wachten. Wel ironisch, al dat wachten, vooral als je weet wat het plaatje is dat ze voorop de folder van de Drechthopper hebben staan;  →  →  → → →  →  → → →  →  → → →  →  → → →  →  → → →  →  → →

Met het bespreken van de heenreis had m’n baasje ook gelijk de terugreis besproken. Omdat we met de 2e taxi die bij ons voor kwam rijden ook nog eens een paar mensen weg moesten brengen onderweg en iemand op moesten halen, kwamen we echt heel laat aan bij het verpleeghuis. Hierdoor hadden we nog maar heel weinig tijd om bij oma op bezoek te zijn. M’n baasje heeft nog wel geprobeerd om de terugreis wat te verzetten, maar helaas, dat mocht niet meer. “Dat had u dan ruim 1 uur voor de geplande vertrektijd moeten doen”, kreeg ze te horen. Gggrrrrrrr…..!!! Begrijp je nu, lief vrouwtje, waarom m’n baasje zó verschrikkelijk graag weer zelf auto zou willen rijden? Dan zou ze namelijk gewoon kunnen gaan wanneer ze zou willen, zonder dit soort idiote situaties en ergernissen.

Overigens is oma gelukkig inmiddels weer gewoon terug in haar eigen appartement. Het lopen gaat allemaal niet meer zo vlot en soepel als voorheen, maar gelukkig kan ze zich, met wat thuishulp en fysiotherapie aanhuis, wel weer een beetje redden thuis. Ik kom overigens liever bij oma thuis op visite als in het verpleeghuis. In de eerste instantie voor oma zelf, maar daarnaast ook omdat oma van die lekkere zachte hoogpolige vloerbedekking heeft. Hmmmm…, dat is net één heel groot hondenbed!

De bezoekjes aan oma, met de taxi en meestal samen met Bert, met onze eigen bus, waren overigens een van de weinige uitstapjes waar ik met m’n baasje naar toe ging. O ja, m’n baasje en ik zijn ook nog een keer lopend op stap geweest. Toen gingen we een school bezoeken bij ons in Papendrecht; basisschool ’t Kofschip. Daar zou enkele weken later het GIPS project georganiseerd worden. Dit zou dan weer de eerstvolgende keer zijn nadat we hier van start gingen met GIPS-Papendrecht. Door de problemen die m’n baasje telkens had met haar gezondheid, durfde ze het niet zo goed aan om nieuwe afspraken te gaan maken met basisscholen voor het project. Immers, als zo’n afspraak gepland staat, rekent de school er ook wel op dat het door gaat en daar kon m’n baasje nu niet zomaar voor instaan.

Gelukkig was ze begin dit jaar in contact gekomen met mensen van Stichting GIPS S&L (waarbij S&L staat voor Spelen en Leren). Deze stichting is al 20 jaar actief met het GIPS project. Zij hebben 150 vrijwilligers en bezoeken jaarlijks zo’n 300 scholen! Nu was één van de vrijwilligers van deze stichting hier in de buurt komen wonen, in Hardinxveld-Giessendam. En deze mevrouw, Freke genaamd, wilde dolgraag weer aan de slag met het GIPS. Dat kwam dus heel mooi uit, want m’n baasje was naarstig op zoek naar nieuwe vrijwilligers. Bovendien ging ze ook een samenwerking aan met die Stichting GIPS. Deze stichting heeft zich ten doel gesteld dat er op termijn op alle basisscholen een GIPS project kan worden aangeboden. Dat kunnen zij natuurlijk niet alleen, dus zoeken zij samenwerking met reeds bestaande projecten en organisaties die een dergelijk project op zouden willen zetten.

De manier waarop ze in Limburg het project draaien verschilt wel wat van de manier waarop wij hier van start waren gegaan, maar dan wel op een positieve manier. Zij gebruiken een heel ander speelbord en hebben zeer professioneel materiaal en documentatie. Wanneer we een samenwerking zouden aangaan, zouden we hier in Papendrecht gewoon gebruik mogen maken van al die spullen. De directeur van de stichting, die samen met een paar vrijwilligers en werknemers al een paar keer bij ons thuis is langs geweest, bracht bij zijn laatste bezoek aan ons een eigen spelbord voor ons mee. Omdat Freke al zoveel ervaring met het GIPS heeft, durfde m’n baasje nu ook wel afspraken met de basisscholen te gaan maken voor dit schooljaar. Wanneer m’n baasje onverhoopt niet zou kunnen, dan zou Freke prima de leiding over kunnen nemen.

Die ene keer dat m’n baasje en ik dus lopend op stap gingen, moest m’n baasje samen met de leerkracht van die basisschool ’t het een en ander doorspreken en voorbereiden voor het komende project, dat voor half november gepland stond. Gelukkig waren we ruim op tijd van huis vertrokken en had ik gezien dat m’n baasje het tennisballen-zwiepding meegenomen had. Ik danste bijna van vreugde naast de rolstoel. Toen we er bijna waren en m’n baasje zag dat het nog vrij vroeg was, besloot ze dat we de tijd wel konden vullen met balletje gooien. Yés!!! Gompie werd hier wel blij van!!!

Helaas begon het na een aantal minuten wat te druppelen. Dat is dan weer het nadeel van dit jaargetijde hé…. Jammer genoeg besloot m’n baasje dat we dan maar lang genoeg gespeeld hadden. “We gaan ons niet helemaal nat laten regenen, Gomp. Kom op, we rijden naar de school, voordat het flink door gaat regenen. 

Wel jammer, maar m’n baasje had gelijk. Tegen dat we bij de school aankwamen, was het behoorlijk aan het gieten en waren wij beiden dus best al aardig nat. De school was nog niet uit, maar we werden uiterst vriendelijk ontvangen. De meester vroeg ons mee de klas in te gaan, waar de leerlingen gelijk verliefd werden op mij (daar kan zo’n taxichauffeur nog wat van leren!) De meester stelde ons aan de klas voor, waarna de kinderen hun spulletjes op mochten ruimen en met middagpauze mochten. M’n baasje vroeg mij om haar jas uit te trekken, maar daar voelde ik echt even niet zo veel voor hoor. Ik was moe…, doodmoe! Eerst dat stuk gelopen en daarna nog achter de bal aangerend… Nee hoor, de koek was echt even op voor Gompie. Ik plofte naast de stoel neer, terwijl m’n baasje zichzelf verder uit haar jas probeerde te worstelen. Na het nodige aandringen heb ik toen uiteindelijk toch maar even geholpen. Nou ja…., het hielp ook wel mee dat ik de hand van m’n baasje naar het brokjesding aan de rolstoel zag gaan. Heel gek, maar alleen het idee al dat ik een brokje ga krijgen, geeft me op zo’n moment ineens zóveel energie .

Toen de meester en m’n baasje klaar waren met de voorbereiding, hoorde ik m’n baasje zeggen dat ik waarschijnlijk niet mee zou komen tijdens het GIPS project. In eerste instantie dacht ik: “Waarom niet?!?” Maar bij nader inzien, vind ik het eigenlijk toch niet zo erg. Ik weet nog van de vorige keer hoe druk dat allemaal is, met zoveel leerlingen die rondlopen om het project te doen. Reuze leerzaam voor hen natuurlijk, maar niet echt interessant meer voor een hond op leeftijd, zoals ik.

De dag voordat het project zou plaatsvinden, kwamen Jan en Miranda met Bliksem bij ons op bezoek. Bliksem is een blonde Golden en de hulphond van Miranda, die zelf in een elektrische rolstoel zit. Zij werkt ook al járen bij Stichting GIPS en kwam nu dus speciaal samen met haar man Jan en Bliksem uit Limburg om hier in Papendrecht te assisteren bij de 1e keer GIPS op de ‘Limburg-manier’.

Aardig dier hoor, die Bliksem. Ik mag hem wel. Hij dook bij binnenkomst gelijk mijn bench in, waar hij mijn bot uithaalde. Ik vond het prima hoor…, als hij daar even op wilde kluiven. Zo lang hij hem maar niet mee naar huis zou nemen. Dat hield ik dus wel even in de gaten. Toen Bliksem het bot na wat gekluif weer liet liggen, heb ik het toch gelijk maar weer even terug in mijn bench terug gelegd. Wij konden het eigenlijk best prima met elkaar vinden. Bliksem is ook al op leeftijd, maar naar ik begreep nog wel actiever dan ik. Tja…, dat heb je zo hé…, de ene tweebener is ook veel actiever dan de andere tweebener op dezelfde leeftijd.

Dat was wel even wat anders dan met de hulphond van Petra, een andere mevrouw hier in Papendrecht die ook vrijwilliger is van het GIPS project en een hulphond heeft. Haar hond heet Ötje. Op zich ook een prima hond hoor, daar niet van. Maar een energié dat dat dier heeft…! M’n baasje en ik gingen een keer samen bij Petra op bezoek. Terwijl de dames met elkaar zaten te kletsen, wilde die Ötje maar stoeien en spelen. Even vond ik het wel amusant, maar op een gegeven moment vond ik het wel welletjes hoor. Dat heb ik dan ook even duidelijk gemaakt met een flinke grom. Genoeg is genoeg! Dat jonge spul lijkt echt over een tomeloze energie te beschikken. Ötje is nog maar 3, dus dat is even andere koek. Dan hebben we het slechts over 21 hondenjaren. Ja…, toen was ik ook nog in de bloei van m’n leven en kon ik ook nog wel even doorgaan. “Kan je straks je lol nog op, Gomp, als ik ook een jonge nieuwe hulphond heb”, lachte m’n baasje. Nou…, lekker dan …, van je baasje moet je het maar hebben.

Zover zijn de zaken omtrent mijn pensioen inmiddels al gevorderd. Yvonne is inmiddels hier wezen praten over een ‘vervangende hond’. Gelukkig vindt m’n baasje dit nét zo’n naar woord als ik. Alsof ik zomaar even te vervangen zou zijn, zeg! Maar goed, alle benodigde papieren zijn ingevuld en opgestuurd naar de verzekering en die heeft inmiddels ook al laten weten dat ik ‘vervangen’ mag gaan worden. M’n baasje heeft het diep in haar hart best wel moeilijk met de snelheid waarin dit nu allemaal gaat.

Aan de andere kant zou ze nog voor een geplande operatie weer terug het ziekenhuis in moeten, dus dit jaar zal het zeker niet meer gaan lukken met een nieuwe hond. Op een gegeven moment belde Yvonne dat ze een jonge ‘vervangende hond’ had voor m’n baasje. Deze hond was terug gekomen van een andere cliënt, waar de match niet gelukt was. Soms gebeurt zo iets. De hond moest wel zo spoedig mogelijk geplaatst kunnen worden, omdat het voor de hond natuurlijk niet fijn zou zijn als hij eerst nog weer een tijd in de kennel zou moeten wachten tot hij bij ons terecht zou kunnen. M’n baasje heeft toen toch besloten dat het nu geen handig idee was om met een nieuwe hond te beginnen, in de wetenschap dat ze er op zeer korte termijn weer niet zelf voor zou kunnen zorgen, vanwege de opname die er nog aan zat te komen. Dat zou niet goed zijn voor de ‘binding’ tussen de nieuwe hond en m’n baasje. Nu is er afgesproken dat m’n baasje zelf weer contact met Yvonne opneemt als ze er ook lichamelijk aan toe is om met een nieuwe hond aan de slag te kunnen. Op dit moment komt m’n baasje bijna helemaal niet meer buiten om gezondheidsredenen. Bert en de kinderen laten mij nu bijna altijd uit.

Gelukkig heeft m’n baasje er nu wel vrede mee dat ik met pensioen ga. Ze grapt zelf telkens dat ik al vast met pre-pensioen ben. Dit betekent in de praktijk dat de kinderen nu wel gewoon lekker uitgebreid op de grond mogen komen liggen om met mij te knuffelen (héérlijk!). Ze mogen nu ook met mij met het balletje spelen en toen er pasgeleden sneeuw lag, ben ik zelfs uitgebreid met Lobke en Sjoerd met dat witte goedje aan het spelen geweest. M’n baasje bleef helaas binnen, ik had namelijk ook best met haar erbij willen spelen. Maar…, dat was ik, toen we eenmaal aan het spelen waren, zo vergeten hoor.

M’n baasje blijft overigens nog wel heel belangrijk voor me hoor. Ik ben echt niet vergeten dat we jaren lang maatjes geweest zijn. Bovendien is zij nog wel de enige die mij mijn eten, mijn ‘koffie- en slaapbrokjes’ geeft. Behalve natuurlijk als m’n baasje weer in het ziekenhuis aan het logeren is, dan krijg ik ze van Bert. Maar als m’n baasje dan weer thuis komt, ben ik nog steeds heel erg blij dat ze er weer is.

Over brokjes gesproken; Als m’n baasje naar de gang wil, bijvoorbeeld om naar boven te gaan, vraagt ze altijd aan mij om de deur open te doen. Dat kan ze echt niet zelf en er is ook niet altijd iemand in de buurt om te helpen. Ik heb dan nooit zo’n haast, rek me eerst een rustig uit, kijk wat rond en wandel dan heel op m’n gemak naar haar toe, terwijl zij voor de deur staat in onze huiskamer. Als ze het gewoon vraagt, laat ik het haar soms wel 5 of 6 keer vragen. Maar zo gauw ik zie dat ze haar hand naar het brokjesding aan de rolstoel doet, kom ik gelijk. Ze hoeft dan niet eens te vragen om de deur open te doen. Als ik haar in zo’n geval voor de gangdeur zie staan, dan zwiep ik uit mezelf de deur gelijk open (om natuurlijk vervolgens mijn brokje in ontvangst te nemen ).

Over deuren gesproken trouwens; Ze hebben hier een tijdje geleden heel veel plezier om mij gehad. Ik had namelijk in de tuin een tennisbal zien liggen en die wilde ik dus gewoon binnen hebben. Na wat gepiep, begrepen de tweebeners gelukkig wat ik bedoelde en deed Sjoerd de achterdeur voor mij open, zodat ik de bal kon pakken. Eenmaal binnen gekomen, met de bal in m’n mond, riep m’n baasje: “Close the door”.  Om dit te doen, moet ik altijd een stapje naar buiten doen, om dan de sok aan een touwtje, die aan onze deurklink hangt, te kunnen vastpakken, om zo de deur dicht te kunnen trekken. Alleen…., op het moment dat ik de sok vast pakte en de deur dicht trok…, rolde m’n bal weer naar buiten de tuin in. Daar stond ik dan…, voor een dichte deur, met m’n balletje alsnog buiten, in de tuin. Dus maar weer gaan piepen…., waarop Sjoerd gierend van de lach de deur weer voor me open deed. Ik pakte m’n balletje weer, moest vervolgens van m’n baasje de deur weer dicht doen, enzovoort, enzovoort…. Na een paar keer vond m’n baasje het welletjes en zei ze gelukkig, terwijl ik weer helemaal blij met de bal in m’n mond in de keuken stond: “Sjoerd…, close the door”. Ha, ha, ha…., wat een tweebener humor zeg! 

Nou, lief vrouwtje, inmiddels zijn we dus eindelijk in de maand december van dit jaar aangekomen. De maand waarin Lobke aangenomen werd bij supermarktketen ‘Bas van der Heijden’, als vakkenvuller. Ze is er helemaal enthousiast over. Het enige waar ze minder enthousiast over is, is de bedrijfskleding die ze moet dragen. Volgens haar zit dit niet echt flatteus. Toen Bert dan ook een foto van haar wilde maken, werd ze helemaal boos. Uiteindelijk hebben ze haar toch tot poseren kunnen verleiden, maar dan samen met mij. Was ik weer de pineut. Lobke wilde de foto buiten gemaakt hebben, in de sneeuw. En ik mocht er nog niet bij blijven staan ook…, ze wilden dat ik ging zitten. Weet je hoe kóud dat is, met al die sneeuw onder m’n billen! Wel, hier is dan de bewuste foto. En zeg nou zelf…, die kleding valt toch best mee? Is lang niet zo erg als mijn koude billen!

Hier gaat deze update zo’n beetje eindigen. Dit jaar ga ik niet helemaal vol maken in deze update. Volgend jaar krijg je de laatste dagen van 2010 er wel bij in de update van januari. Dan kan de boel op de post en heb je het nog voor de kerst en je verjaardag, lief vrouwtje. Het is al erg genoeg dat je zóveel geduld hebt moeten hebben voordat je weer verder kon lezen in mijn dagboek. Zowel m’n baasje als ik zijn wel blij en opgelucht dat het nu weer bijgewerkt is. Dan is het ook weer beter bij te houden voor m’n baasje. En mijn trouwe vaste lezers op het internet krijgen dan straks ook weer eens een teken van leven van mij. Volgens m’n baasje is 2010 niet echt ons jaar geweest, maar zo kan het dus alleen maar beter worden in 2011.

Er zijn in ieder geval een paar mooie vooruitzichten voor 2011. Er gaat dus een jonge collega van mij bij ons wonen. Gompie verruilt zijn pre-pensioen voor echt pensioen en wordt lekker huishond. En last but not least gaan wij ook nog verhuizen naar een appartement waar m’n baasje zich veel beter zal kunnen redden als in ons huidige huis. Het is uiteindelijk niet het nieuwbouwappartement geworden waar ze eerst ook interesse in hadden. Dat bleek bij nader inzien, toen het alsnog vrij kwam en wij er in zijn wezen kijken, niet echt geschikt voor de grote rolstoel van m’n baasje. Nee, het is het allereerste appartement geworden, waar zowel Bert als m’n baasje vanaf het eerste moment verliefd op waren. Inmiddels hebben ze het namelijk echt gekocht!

Helaas is het alleen nog wel tot november volgend jaar verhuurd, dus we zullen nog wat geduld moeten hebben, maar goed…, het zit er in ieder geval aan te komen en als ik de tweebeners mag geloven, dan is het echt een geweldig huis. Ik ben er nog wel niet geweest, maar volgens Bert en m’n baasje is het ideaal voor mij. Als we dan ’s avonds voor de laatste ronde uit geweest zijn, dan kan ik gewoon zelf naar bed gaan en hoef ik niet te wachten tot zij ook naar bed gaan. Er schijnt daar namelijk geen trap in het huis te zijn. En om op de 1e verdieping te komen, kunnen we gewoon de lift nemen, die recht tegenover onze toekomstige voordeur zit.

Kortom, allemaal mooie vooruitzichten. Ik vind dat 2011 gewoon ons jaar moet worden. Daar gaan we voor!!! En wat mij betreft mag het natuurlijk even zo goed ook jouw jaar worden, lief vrouwtje, gewoon omdat ik vind dat jij dat sowieso verdient, gewoon om wie je bent!

En daar wilde ik het voor dit moment even bij gaan laten. Mochten er nog voldoende noemenswaardige dingen gebeuren, dan maakt m’n baasje er gewoon nog een apart hoofdstuk van en anders ga je mijn belevenissen van het de laatste 2 weken van dit jaar gewoon weer in de update van januari 2011 lezen. Voor dit moment willen wij jou en de mensen die je lief zijn al vast hele fijne feestdagen toewensen, voor jou al vast van harte gefeliciteerd, lief vrouwtje en een spetterend (maar niet al te knetterend, vanwege je viervoetertjes) uiteinde van 2010!

 

Lief vrouwtje, namens de tweebeners hier een héle dikke knuffel

en natuurlijk

een hele dikke kiss van

jou eigenste Gompie

Dacht m’n baasje net dit toch wel moeilijke jaar afgerond te hebben tot vlak voor de kerstdagen, ze was de boel zelfs al aan het uitprinten, zorgde ik op de valreep nog voor de nodige sensatie hier thuis. Dus kon m’n baasje niet veel anders, dan dit nog maar weer aan dit dagboekdeel toe te voegen. Al was het alleen maar omdat ze hier thuis van plan zijn van 2011 een topjaar te gaan maken, ten opzichte van dit jaar.

Goed…, lief vrouwtje, wat gebeurde er; Het was zaterdag 18 december, eind van de middag. Bert zat lekker op de bank zijn krantje te lezen en m’n baasje was dus met mijn boek bezig. Ineens hoorden ze een hoop kabaal vanuit mijn bench komen. Nou gebeurt dit wel vaker…, dan ben ik op zoek naar een bepaald balletje of ander speeltje en dan gooi ik alles wat ik niet zoek gewoon door de bench. Omdat Bert en m´n baasje dachten dat ik dit nu ook weer aan het doen was, reageerden ze er niet op.

Niet veel later kwam ik mij bench uit en waggelde alsof ik dronkemansbenen had, naar Bert toe. Toen m´n baasje Bert tegen mij hoorde zeggen: “Hey Gomp…, wat doe jij nou raar…, wat is er?” liet ze gelijk het werk aan mijn dagboek los en kwam ook naar mij toe. Inmiddels zakte ik steeds verder door mijn pootjes en waggelde mijn hoofd op mijn nek of ik zo’n nephondje op de hoedenplank achterin een auto was. Bert probeerde mij neer te leggen, omdat ik haast niet kon blijven staan. M’n baasje riep mij, maar ik kon helemaal niet meer reageren en staarde maar wat voor me uit. Toen ik eenmaal op de grond lag, begonnen de spieren in mijn lijf zich helemaal aan te spannen, waardoor ik met mijn pootjes begon te trekken. Mijn staart stond volgens Bert en m’n baasje in een rare hoek omhoog.

M’n baasje herkende wat hier gebeurde. In 2007 had ik al eens een soortgelijk iets gehad; een toeval, een epileptische aanval. Wat er overigens anders aan was ten opzichte van de vorige keer, was dat ik zo verstijfde met mijn pootjes. De vorige keer was ik juist helemaal slap en hing zelfs m’n tong uit m’n mond te bengelen. Dat was nu niet het geval.

Omdat ik echt helemaal niet meer reageerde op aanspreken, besloot m’n baasje onze dierenarts te bellen. Helaas bleek die geen dienst te hebben. Het trekken met m’n pootjes bleef en ik bleef onbereikbaar voor mij uit staren, waarop m’n baasje besloot dan de dierenambulance maar te bellen. Lobke was al druk op zoek naar het telefoonnummer, op haar laptopje. Tot wanhoop van m’n baasje kreeg de bij de dierenambulance uiteindelijk alleen maar een vriendelijke stem op een antwoordapparaat.

M’n baasje, die normaal niet echt een paniekvogel is en altijd wel redelijk rustig kan handelen in dit soort situaties, raakte deze keer toch echt wel een beetje in paniek. Gefrustreerd belde ze terug naar onze dierenarts. Waar ze nu wel het bandje helemaal afluisterde, zodat ze wist welke dierenarts in de omgeving dienst zou hebben. Het bleek een dierenarts in Sliedrecht te zijn. Toen m’n baasje eindelijk een mens aan de telefoon kreeg, vertelde ze half huilend wat er met mij aan de hand was. Gelukkig mochten we gelijk langs komen.

“Het moeilijkste van een dergelijke situatie vind ik wel, dat ik gewoon helemaal niks kan, niet bij Gompie kan komen, hem niet eens aan kan raken vanuit mijn rolstoel, terwijl ik hem zó graag zou willen aaien, bij hem zou willen zitten”, vertelde m’n baasje later aan Bert. Tja…, dat is het nadeel van die hoge rolstoel, dan kan ze dus niet bij de grond komen, waar ik dus op dat moment lag. De paniek van m’n baasje kwam voornamelijk voort uit de machteloosheid en natuurlijk angst dat mij iets ernstigs zou overkomen.

Gelukkig kon Bert wel naast mij op de grond zitten, hetgeen hij dan ook deed. Hij aaide mij geruststellend over m’n hoofd en m’n rug. Dat was wel heel fijn, want ik was echt even kwijt wat ik hier nu lag te doen. Van liever lede begon ik langzaamaan weer een beetje bij te komen en op te knappen. Ik keek wat verdwaasd en verwonderd over alle drukte om mij heen.

Nu ik ‘er weer was’, trok Bert zijn jas aan en ging onze bus omrijden naar achteren. Het had namelijk zo enorm gesneeuwd, dat m’n baasje daar nooit doorheen zou kunnen komen met haar rolstoel. En we gingen er, ondanks het enorme pak sneeuw dat er lag, toch op pad. Bert en m’n baasje wilden mij toch even laten onderzoeken door de dienstdoende dierenarts, ook al begon ik mij al weer steeds meer normaal te gedragen. Lobke gaf m’n baasje haar jas en trok mij m’n hulphonden jasje aan. Inmiddels was Bert met veel moeite met onze bus op het pleintje achter gekomen. Terwijl hij m’n baasje, samen met Jelle die net bij ons langs kwam, door onze besneeuwde tuin naar de bus duwden en trokken, liep ik al weer enthousiast kwispelend achter m’n baasje aan. “Misschien gaan m’n baasje en ik wel even lekker in dat pak sneeuw ravotten”, dacht ik. Maar helaas…, dat liep even anders. Voor onze tuinpoort stond de bus, waar ik gelijk in gedirigeerd werd. Bert bleef nog wel zorgzaam naast de lift staan, terwijl ik de bus in sprong. De tweebeners waren bang dat ik er misschien van af zou vallen. Maar met mij ging het allemaal gewoon weer prima hoor!

De dierenarts zou later bevestigen dat ze ook niet echt een duidelijke oorzaak kon vinden voor wat mij overkomen was. Ik begreep helemaal niets van al deze drukte rondom mijn hondenpersoontje… Overigens heeft dit dierenartsbezoekje wel een vervelende consequentie voor mij+ De tweebeners ontdekten dat ik in vierenhalve maand ruim 3 kilo aangekomen was. En dat terwijl ik echt nooit iets te snoepen krijg buiten mijn afgemeten hoeveelheid maaltijdbrokken, op 1 koffie/ en 1 slaapbrok per dag na. M´n baasje schrok wel een beetje van deze gewichtstoename en besloot dus gelijk ter plekke dat ik wat minder brokjes zou gaan krijgen en zo nodig ter vervanging weer een tijdje een sperziebonen dieet. Nou…, daar was ik dan weer lekker klaar mee!

De dierenarts overlegde met haar collega, waarna ze mij voor 1 week anti-epileptica voorschreef. Daarnaast kregen we nog 2 tubetjes mee voor het geval ik nog weer zo’n aanval zou krijgen, dan zou Bert dat in mijn anus moeten spuiten, waarna ik snel zou ontspannen.  De dierenarts vond de gewichtstoename, in combinatie met het heftige verharen dat ik momenteel weer doe, terwijl het daar nu eigenlijk de tijd helemaal niet voor is, rede om aan een achterliggende probleem te denken, aangaande de toeval. Zo zou ik op mijn leeftijd bijvoorbeeld een schildklierafwijking kunnen hebben ontwikkeld en dat zou een mogelijke oorzaak kunnen zijn voor de toeval. Om dit vast te kunnen stellen zou bloedonderzoek nodig zijn. Hierover zouden we in de loop van komende week even contact over hebben met onze eigen dierenarts. Met dit advies namen afscheid van de toch wel vriendelijke dierenarts.

Thuis kreeg ik gelijk een pilletje, in een plakje kaas gerold. Kijk…, dát zijn dan weer de leuke kanten van zo’n bezoekje aan de dierenarts. De rest van de avond heb ik me verder normaal gedragen. Ik heb alleen veel geslapen, maar dat kwam ook door de grote inspanning die de toeval van mijn lichaam gevergd had.

Gelukkig voelde ik mezelf de volgende dag weer als vanouds. ’s Morgens ben ik heerlijk met Bert een sneeuwwandeling wezen maken. Omdat m’n baasje zelf niet naar buiten kan met mij, zorgt Bert dat ze in ieder geval zoveel mogelijk kan zien hoe leuk ik het in de sneeuw heb. Hij maakt veel foto’s van mij. En eerlijk is eerlijk…, daar zitten soms wel heel bijzondere en aparte plaatjes bij hoor. Kijk en geniet, lief vrouwtje;

De tweebeners bij mij thuis hopen dat de sneeuw nog minstens een week zal blijven liggen, zodat ze weer eens een echte ‘witte kerst’ hebben. Ik vind het wel best, van mij mag dat spul nog wel even blijven liggen, het is echt dikke pret. Alleen jammer dat het zo koud is. Moet je kijken hoe ik er aan het eind van een uitlaadrondje uitzie;

Met dit prachtige plaatje sluiten we de mega-inhaalslag van mijn dagboek af.

Dan ga ik je nu écht geweldige feestdagen toewensen en een ongelooflijk goed 2011 en dan nu voor de 2e keer sluit ik nu écht af met;

 

Een héle dikke knuffel van de tweebeners

en natuurlijk

een lekker warme kiss van jou eigenste Gompie

 

                                  

Januari 2011

 

  Free counter and web stats